Header Leiden / Copyright © JTravel.nl

 

 

Hofjes in Leiden

 

Leiden heeft nu nog 35 hofjes. Dat is relatief veel, want bijvoorbeeld Amsterdam heeft nog 47 hofjes, Groningen 30 (gasthuizen genaamd), Haarlem 22, Gouda 7 en Delft 4. Het heeft in Leiden weinig gescheeld of het waren er veel minder geweest. In de vorige eeuw was er door geldgebrek bij veel hofjes sprake van verwaarlozing en verval. Er zijn zelfs hofjes onbewoonbaar verklaard, zoals Klein Sionshof. Na de Tweede Wereldoorlog werd er over nagedacht om hofjes te slopen. Maar gelukkig, door particuliere acties keerde het getij en kregen de hofjes de waardering die ze verdienen. De hofjes zijn eigendom geworden van woningbouwverenigingen en dienen bijvoorbeeld voor studentenhuisvesting. Ook door nieuwe subsidiemogelijkheden konden bijna alle nog resterende hofjes behouden blijven.
Er is een speciale stadswandeling die voert langs twaalf van de vijfendertig Leidse hofjes. U kunt deze wandeling kopen bij het VVV Leiden aan de Stationsweg.

De hofjes in Leiden zijn een voorbeeld van sociale zorg in de middeleeuwen. De huisjes staan dicht bij elkaar aan een gemeenschappelijke binnenplaats. De hofjes zijn vaak bij testament door particulieren gesticht. De hofjes zijn veelal bestemd voor arme, oude mensen. De hofjes in Leiden die er nog zijn, kunt u bijna allemaal in het centrum van de stad bezichtigen.
Vroeger werden de hofjes op kleine stukjes grond gebouwd. Deze stukjes grond waren in de volgebouwde stad tussen de huizenblokken overgebleven. Dit is de reden dat de hofjes compact gebouwd en in nog niet symmetrisch in een vierkant of rechthoek om een gemeenschappelijke tuin. Het symmetrisch bouwen gebeurde vanaf de 17e eeuw. De oudste hofjes zijn heel verschillend. Het is een enkele of dubbele rij huisjes aan een tuin of huisjes in een haakse of in een u-vorm.
De huisjes zijn meestal aan de achterzijde volledig gesloten. Ramen zijn alleen aan de kant van de gemeenschappelijke tuin te zien. Hier stond altijd een pomp voor de watervoorziening. Daarnaast waren er één of twee gemeenschappelijke toiletten, hokjes met een ton voor de uitwerpselen, die regelmatig geleegd moest worden. De huisjes zelf waren klein en sober. Bij de renovaties werden de huisjes voorzien van eigen sanitair. Ook werden huisjes samengevoegd of voorzien van een extra verdieping om ruimte te creëren.
In Leiden dateren de oudste hofjes dateren van voor de Reformatie. Leiden koos in 1572 de zijde van de anti-Spaanse opstand en werd officieel een gereformeerde stad. Er bevonden zich in de oudste hofjes tenminste twaalf huizen. Dit was symbolisch en gerelateerd aan de twaalf apostelen. Soms waren er 14 of 13 huisjes, die hadden betrekking om Jezus en Maria. De meestal katholieke stichters gaven hun hofje de naam van een heilige of van een Bijbelse plaats. Meestal werd er bij deze hofjes een kapel toegevoegd. Helaas zijn deze kapellen nu bijna allemaal verdwenen. De latere hofjes werden vaak naar de stichters vernoemd. Hoe rijker de stichter en regenten, hoe mooier de poort naar het hofje was. Ook werd er soms een representatieve rijk uitgevoerde regentenkamer aan toegevoegd.

Hofjes werden meestal gesticht voor een specifieke doelgroep, zoals:
- De bewoner moest weduwe (en dus vrouw) zijn, of juist man, en dan was een echtgenote geen bezwaar, want die kon dan het huishouden doen;
- de bewoner moest van een bepaalde geloofsovertuiging of zelfs kerk zijn;
- de bewoner moest (vanaf de 17e eeuw) meestal ten minste vijftig jaar oud zijn (toen al een gevorderde leeftijd);
- de bewoner moest arm zijn.

De eerste hofjes dateren uit de 15e eeuw. De oudste hofjes in Leiden zijn:
1467 Jeruzalemhof
1480 Groot Sionshof
1487 Sint Stevenshof
1492 Sint Anna Aalmoeshuis
1503 Sint Annahof of Joostenpoort
1504 Sint Janshof
1563 Bethaniënhof

De meeste hofjes zijn vrij toegankelijk, maar respecteer de privacy van de bewoners.

Ook zijn er in de loop der tijd zijn hofjes verdwenen, zoals de Aalmoeshuisjes van Warnaar van der Does in de Camp achter de Onze Lieve Vrouwenkerk, het Sint Barbarahofje aan de Wilemakersteeg 23, het Van Woudendorphofje aan de Brandewijnsteeg (nu de Vrouwenkerkkoorstraat) en het Sint Odulphus en Fredericushofje aan de Middelste Gracht. Helaas is ook het hofje verdwenen dat het oudste hofje van Nederland zou kunnen zijn geweest, het hofje dat Meye uyt den Waard in het midden van de 14e eeuw in haar huis op het Rapenburg zou hebben gesticht. Nu is het Hofje van Bakenes uit 1395 in Haarlem het oudste hofje van Nederland. Dit hofje kunt u nog altijd bezichtigen.

Er zijn ook wel eens hofjes verplaatst, zoals Groot Sionshof, dat in 1668 van de Papengracht naar de Sionsteeg (voorheen Sint Jozefsteeg) verplaatst werd, de Cathrijn Jacobsdochterhof, de Cathrijn Maartensdochterhof, de Bethlehemshof en de Heiligen Geest- of Cornelis Spronghof.

Als sinds de 12e eeuw worden er hofjes gebouwd. Er zijn verschillende namen die gehanteerd worden, zoals hofje, gasthuis, aalmoeshuis of stichting. Dit zijn benamingen die hetzelfde kunnen betekenen: huisjes bij testament gesticht voor huisvesting van arme, oude mensen.
Maar er zijn ook hofjes, zoals gasthuizen, begijnhofjes, gildehofjes en proveniershuizen. Dit zijn ook instellingen van naastenliefde, maar op andere wijze. Een toelichting voor Leiden is: De voorlopers van ziekenhuizen waren de gasthuizen. Voorbeelden hiervan in Leiden zijn het Sint Catharinagasthuis uit 1236, het Sint Elisabethgasthuis (later het Sint Elisabethgasthuishof) uit 1428, het Sint Caeciliaklooster uit 1596. De laatste werd later het eerste academische ziekenhuis in Leiden en nu is dit het Boerhaave Museum. Het Catharinagasthuis werd in 1733 samengevoegd met het Elisabeth- en Caeciliagasthuis en het Leproozenhuis. Dit gasthuis heeft tot 1873 bestaan.
In de Begijnhofjes woonden begijnen of begarden, vrouwen en mannen. Ze woonden als alleenstaanden in de hofjes maar ze waren lid van een soort vrije lekengemeenschap binnen de Rooms-Katholieke Kerk. In Leiden waren vier begijnhoven. Dit zijn het Agnietenbegijnhof, St. Pancreasbegijnhof uit 1386, het Pieter Simonsz.-begijnhof en het Falybagijnhof. Het St. Pancreasbegijnhof is nu nog deels te vinden in het Miereveltshofje. Een deel van het Falybagijnhof bestaat nog. Het deel is in gebruik door het Rijksmuseum van Oudheden.
Proveniershuisjes waren huisjes waar proveniers woonden. Dit waren ouderen die zich hadden ingekocht om een verzorgde oude dag te hebben. De Proveniershuisjes waren verbonden aan een gasthuis. Door de gilden werden gildehofjes gesticht voor mensen die binnen het gilde werkzaam waren geweest.
Er zijn in Leiden ook hofjes of poorten die voor de verhuur of verkoop worden gebouwd. Ze zijn moeilijk te onderscheiden van de oorspronkelijke hofjes. Voorbeeld in Leiden zijn de Jan Paulushof aan de Zijlstraat, de Roggebroodshof aan de Middelstegracht tussen de nrs. 21 en 23, de Komkommerhof bij de 5e Binnenvestgracht, de Sophiahof aan de Uiterstegracht tussen de nrs. 32 en 34, de Hof van Venetië uit 1898 aan de Uiterstegracht 22 en de Willemshof aan de Middelste Gracht.

Plattegrond van de Leiden met de hofjes

Dit is de lijst van de 35 Leidse hofjes met het stichtingsjaar en het adres. Ik heb tijdens mijn bezoek in augustus 2017 slechts 3 hofjes bezocht, omdat mijn hoofddoel een bezoek aan de Hortus Botanicus aan de Rapenburg was, maar ik kom hier zeker terug om meer van deze hofjes te bezichtigen. In september 2017 ben ik voorbij het Jan de Laterehofje gelopen, dit hofje is niet te bezoeken.
1467 - Jeruzalemhof, Kaiserstraat 49
1480 - Groot Sionshof, Sionsteeg 4
1487 - Sint Stevenshof, Haarlemmerstraat 50
1492 - Sint Anna Aalmoeshuis, Middelste Gracht tussen 2 en 4
1503 - Sint Annahof of Joostenpoort, Zegersteeg 14
1504 - Sint Janshof, Haarlemmerstraat 264
1563 - Bethaniënhof, Kaiserstraat 43
1598 - Cathrijn Jacobsdochterhof, Kaarsenmakerstraat 1
1608 - Cathrijn Maartensdochterhof, Pasteurstraat 2a
1612 - Jan de Laterehof, 2e Binnenvestgracht 13
1623 - Sint Elisabethgasthuishof, Caeciliastraat 16
1624 - Van Assendelftshof, Langegracht 49
1625 - Sint Salvatorhof, Steenstraat 17
1630 - Bethlehemshof, Levendaal 109-111
1631 - Brouchovenhof, Papengracht 16
1641 - Klein Sionshof, Schoolsteeg 3a/b
1645 - Pieter Gerritz. van der Speckhof, Pieterskerkhof 42
1650 - Eva van Hoogeveenhof, Doelensteeg 7
1655 - Pieter Loridanshof, Oude Varkenmarkt 1
1655 - Jan Pesijnhof, Kloksteeg 21
1655 - Tevelingshof, 4e Binnenvestgracht 7
1664 - Schachtenhof, Middelstegracht 27
1668 - Joost Frans van de Lindenhof, Grevenstraat 16
1672 - Sint Jacobs- of Crayenboschhof, Doezastraat 25
1680 - Meermansburg, Oude Vest 159
1687 - Jean Michelhof, Pieterskerkstraat 10
1690 - Heiligen Geest- of Cornelis Spronghof, Doezastraat 1a
1724 - Samuel de Zeehof, Doezastraat 16
1728 - Barend van Namenhof, Hoefstraat 12
1737 - Mierennesthof, Hooglandse Kerkgracht 38
1737 - François Houttijnshof, Hooigracht 81
1773 - Coninckshof, Oude Vest 15
1882 - Groeneveldstichting, Oude Vest 41
1899 - Juffrouw Maashof, Kalvermarkt 6
?? - Roggebroodshof, Middelstegracht 21
1936 - Justus Carelhuis, Witte Rozenstraat 47a,b,c en 51a

Hieronder leest u de beschrijving van de reeds door mij bezochte hofjes:

Jan de Laterehof in Leiden

Jan de Laterehof
Het Jan de Laterehofje bevindt zich op de Tweede Binnenvestgracht 13. Dit hofje heeft er niet altijd zo uitgezien. Het is niet meer te achterhalen hoe het hofje er vanaf de bouw in 1615/1616 heeft uitgezien. De bouwtekeningen of prenten zijn niet bewaard gebleven. Het hofje dankt zijn naam aan de uit Vlaanderen afkomstige mutsenmaker Jan de Latere. Hij had toen hij zijn testament opstelde, niet voor ogen hier een hofje te stichten. Hij bepaalde dat na zijn overlijden zijn bezit moest worden verdeeld onder oude en arme stadsgenoten. Vanzelfsprekend bedoelde hij daarmee Vlamingen. In 1612 benoemde hij in zijn testament oude, arme en onvermogende Leidenaren van gereformeerde huize tot zijn erfgenamen. De executeurs-testamentair besloten het geld te gebruiken voor de bouw van het hofje in plaats van het geld aan de erfgenamen te schenken. In 1616 werden negen huisjes en een regentenkamer gebouwd. Alleen de regentenkamer had aan de straatzijde een raam. De huisjes zelf waren naar de binnentuin gebouwd. In 1888 is het hofje helemaal herbouwd. In het hofje bevindt zich een lijkenhuisje, hier werden ooit overleden bewoners opgebaard voor ze werden begraven. Nu is het lijkenhuisje een fietsenhok. Hier wonen nu geen bejaarden meer, maar is het een studentenhofje geworden.

Het Sint Salvatorhofje in Leiden

Sint Salvatorhofje
Het Sint Salvatorhofje ligt aan de Steenstraat 17. Dit hofje is gesticht door priester Paulus Claesz. de Goede. In 1625 stichtte hij bij testament dit hofje. Priester Paulus Claesz. De Goede stamde uit een rijk geslacht uit Leiden. Deze familie wilde niet met de Hervorming mee. De familie bleef streng katholiek. In het testament van de priester bepaalde hij dat er een hofje voor ongetrouwde vrouwen en weduwen gesticht moest worden. Zijn executeurs-testamentair kochten na de dood van Paulus Claesz. De Goede een oude kaatsbaan. Op het terrein werd een complex van twaalf huisjes gebouwd. Na de kerkhervorming was dit het gebruikelijke aantal hofjeswoningen. Hiervoor was het gebruikelijk om dertien woningen te bouwen. Gezegd wordt dat de herinnering is aan de twaalf apostelen en Jezus. De bouw van het hofje kwam in 1639 gereed. De spitse bogen boven de ramen zijn het meest opvallend. Dit omdat ze zelden in Nederland voorkomen. De woningen waren in de jaren 60 van de vorige eeuw niet meer geschikt om te wonen. Er woonden hier tot dan toe nog altijd bejaarden. De Stichting Leidse Studentenhuisvesting nam het hofje over. Deze stichting zorgde tussen 1978 en 1982 voor een grondige renovatie. De laatste renovatie werd in 1991 uitgevoerd.

Het Pieter Gerritsz. Speckhofje / Van der Speckhofje in Leiden

Pieter Gerritsz. Speckhofje / Van der Speckhofje
Dit hofje bevindt zich op het Pieterskerkhof 4. Dit hofje is een hofje dat in 1645 gesticht werd door Pieter Gerritsz. van der Speck. Hij was rentmeester van de kerken, maar ook timmerman. Hij bouwde mee aan de toren van de St. Stevenskerk in Nijmegen. In Leiden bezat hij veel huizen. Hij bouwde zijn eigen hofje omdat hij zag hoe slecht de woonomstandigheden voor arme bejaarden waren. Van er Speck financierde dit hofje met zijn eigen geld dat hij had verdiend met aandelen in de VOC. Het hofje is gebouwd achter zijn eigen huis aan de Langebrug. Dit terrein heeft een verbinding met het Pieterskerkhof. Het hofje is klein, er staan slechts 8 huizen, waarvan vier bestemd waren voor weduwen en vier huizen waren bestemd voor echtparen. In 1977 werd het hofje gerestaureerd. De acht kleine huisjes zijn samengevoegd tot vier woningen. Bezienswaardig zijn de tuinmuur, de toegangspoort en de buitenkant van de woningen.

Het Hofje Eva van Hoogeveen in Leiden

Eva van Hoogeveenhofje
Het Eva van Hoogeveenhof ligt aan de Doelensteeg 7. Eva van Hoogeveen stamde uit een zeer voorname en rijke familie. Eva van Hoogeveen was ongehuwd. In 1650 liet ze bij testament vastleggen, dat met haar geld 'een ledigh erff of te huysinge, daarop getimmerd ende gemaeckt sal werden een hoffken van twaalf of dertien huyskens ofte cameren, daer in elcx sall woonen een eerlijcke vroupersoon, tenminste 40 jaren out, geen man hebbende', gekocht zou worden. De bouw van het hofje werd gefinancierd uit de nalatenschap van Eva van Hoogeveen. De executeurs-testamentair, haar broer en neef, kochten na haar dood in 1652 een aantal bouwpercelen. Deze lagen achter het Rapenburg. Hier stond het Klooster Roma. Stadsarchitect Arent van 's-Gravesande maakte een eerste ontwerp voor de huisjes en een geveltekening. Op het middenterrein werden in 1654 en 1655 twee rijen van zes huisjes gebouwd. De poort aan de Doelensteeg werd in 1659 gebouwd. In het Latijnse opschrift wordt de 'zeer kuise en lofwaardige maagd' aan het publiek ten voorbeeld gesteld. Bij dit opschrift is ook een schaap afgebeeld. Een schaap kwam ook in haar familiewapen voor. Het hofje bestaat uit 12 huisjes. Deze liggen om een centrale binnentuin. In 1655 werd het poorthuis met een regentenkamer op de eerste verdieping en een ingang aan de Doelengracht 7a gebouwd. Dit huis wordt nu als woning verhuurd. Het is geen vergaderruimte meer voor de regenten. Aan de architectuur is de witte bovenlijst boven de ramen en deuren opvallend. Deze worden door een rij pilasters van geel baksteen gedragen. Dit alles in de stijl van Andrea Palladio. De paden worden door in twee kleuren gelegde bakstenen verlevendigd. Naast de bloemtafeltjes onder de ramen staan gelijkvormige tuintafels en -stoelen. De regenten waren tot in de 20e eeuw gelinkt aan de familie Van Hoogeveen. De laatste regenten uit de familie Van Roijen deden in 1939 gedrieën afstand van hun verantwoordelijkheden als regent. Hierbij kwam er na drie eeuwen een einde aan deze vorm van regentschap. De zorg voor het hofje lag daarna voor korte tijd in handen van de burgemeester van Leiden. Het college bestaat nu uit vier regenten. Zijn wonen in Leiden en omgeving. De taak van deze regenten is om de huisjes in goede staat te behouden. In 1739 vond de eerste renovatie plaats. Toen werden acht linden in de tuin geplant en de pomp werd geplaatst. Deze pomp is versierd met een natuurstenen schaap, zoals voorkomt in het familiewapen van de familie Van Hoogeveen. In 1782 vond een kleine renovatie plaats. In 1807 vond de Leidse buskruitramp plaats. Er ontplofte een kruitschip aan de Steenschuur. Daarna werd het hofje weer herstelduitschip. En tussen 1982 en 1985 vond de grootste renovatie van dit hofje plaats. De huisjes worden bewoond door éénpersoons huishoudens. Gezien de historische achtergrond van het hof worden de huisjes bij voorkeur verhuurd aan alleenstaande dames van middelbare leeftijd.

Het Pieter Loridanshofje in Leiden

Pieter Loridanshofje
Het Pieter Loridanshof vindt u aan de Oude Varkenmarkt 1. Dit hofje is gebouwd op het achtererf van de vroegere herberg De Vergulde Wagen. Pierre Loridan vluchtte tijdens de Tachtigjarige Oorlog voor de Spaanse Inquisitie uit de Zuidelijke Nederlanden. Dit was tijdens een grote pestepidemie in 1655. Tijdens deze epidemie vielen ruim 15.000 doden op een inwonersaantal van ongeveer 50.000. Pierre Loridan verloor familie en geloofsgenoten. Hij besloot, als bijdrage van goed werk, een hofje te stichten. Hij stierf kort na het maken van zijn testament, ook aan de pest. Zijn executeurs-testamentair kochten de herberg. Hier werd in 1656 het hofje gebouwd. U komt via een hal uit op het binnenterrein. Hier trekt een galerij de aandacht. Deze galerij is nu in gebruik als fietsenstalling. Vroeger diende deze galerij om de was te drogen of om een praatje te maken en in het najaar een keer om de ossen te slachten. Deze ossen waren door de regenten gekocht en werden verdeeld onder de bewoners van het hofje. Het hofje bestaat nu uit een ingangspaviljoen met regentenkamer en 12 woningen. Het klaphuis is in 1950 gerestaureerd. Sinds 1968 is dit hofje een rijksmonument.

Het Coninckshof in Leiden

Coninckshof
Het Coninckshof vindt u aan de Oude Vest 15. Dit hofje werd in 1773 gesticht. De naamgeefster is Cecilia Coninck, een geboren Amsterdamse met een grote voorliefde voor Leiden. Na haar overlijden blijkt dat ze 50.000 gulden heeft geschonken om een hofje te bouwen in Leiden. In 1773 werd begonnen met de bouw. Het hofje ligt deels op de grond van het voormalige klooster van Sint Ursula. In 1777 werd het hofje met zes woningen in gebruik genomen. In 1870 werd het hofje uitgebreid met vier woningen. Dit hofje is een rijksmonument. In 1988 werd het hofje gerestaureerd en zijn twee nieuwe woningen toegevoegd. Nu zijn er in totaal elf woningen. Bezienswaardig in het hofje zijn het poortgebouw met zandstenen poortomlijsting met de naamsteen en het jaartal 1773, de hardstenen pomp en de bakstenen gevel met kroonlijst.

 

 

 


Voor meer foto's van de Hofjes in Leiden, zie: foto's Hofjes in Leiden.

 

Volg JTravel op Facebook, Instagram, Twitter, Pinterest en Bloglovin’.

 

Bewaar op Pinterest


Tijdens je wandeling door Leiden zijn er vele hofjes te bezoeken. Welke dat zijn lees je op mijn website. Lees en wandel je mee? #leiden #wandeling #hofjes #jtravel #jtravelblog

 

Deel dit artikel: