Header Texel 2016 / Copyright © JTravel.nl

Midden in het dorp De Waal aan het plein voor de kerk staat het Cultuurhistorisch Museum Texel. Dit museum is in 1963 door een groep enthousiaste Texelaars opgericht als het Agrarisch- en Wagenmuseum Texel. Het museum is gevestigd in een authentieke stolpboerderij. De nadruk lag in de beginfase van het museum bij het bewaren van de geschiedenis van het boerenleven op Texel.

Het museum breidde zich uit. Nu bezit het museum een collectie van ruim 1500 m2. Het museum geeft een veelzijdig beeld van het leven op Texel in het verleden. Dit was de aanleiding om in 2006 de naam van het museum aan te passen naar Cultuurhistorisch Museum Texel. De centrale thema's akkerbouw, weidebouw, bloembollenteelt of vervoer wordt elk jaar in steeds op een andere manier tentoongesteld en gepresenteerd. Daarnaast zijn er foto- en video presentaties.

In het museum kunt u diverse authentieke boerenwagens en koetsen, gebruiksvoorwerpen en oude landbouwmachines, die op Texel dienst hebben gedaan, bekijken. Ook zijn hier machines en voorwerpen voor melkverwerking en kaas- en boterbereiding te bezichtigen en u kunt zien hoe hier op Texel 100 jaar geleden op de boerderij gewoond en gewerkt werd. De rol van de vrouw op het boerenbedrijf, in de zuivelbereiding en in de vlas- en wolverwerking wordt belicht. In de smederij worden naast producten ten behoeve van ondernemers ook souvenirs voor verkoop in het museum gemaakt. In museum zijn regelmatig demonstraties van oude beroepen en exposities van kunstwerken.

In het museum zijn verschillende exposities te bekijken. Zij geven een beeld van het (boeren)leven op Texel.

Expositie over de bloembollenteelt op Texel
In 1888 plantte een notaris plantte op Texel de eerste bollen. Dit gebeurde in een tuin in Den Burg. Notarisklerk Schumaker had al een bollenkwekerij in Winkel. Hij stelde zijn broer voor om ook een proef te nemen. Deze proef slaagde. Achter boerderij Welgelegen in Den Burg legden de gebroeders Schumaker een tuin aan. De teelt werd kort daarna uitgebreid naar De Koog. De Texelse bloembollen waren exclusief. De bloembollen brachten goed geld op. De gebroeders Schumaker deden mee aan tentoonstellingen en wonnen hier meerdere prijzen. Zo kwamen meer inwoners van Texel op het idee bollen te gaan telen. Huisarts en Teso-oprichter Dokter Wagemaker liet in 1903 zijn koetsier Klaas Uitgeest een proefveld met bloembollen aanleggen. Dit gebeurde op de Hogeberg. De koetsier ging daarna op hoeve Flora aan de Pontweg verder met de bloembollenteelt. Achterkleinzoon Piet Uitgeest teelt nog steeds bloembollen. De bloembollenteelt verloor de exclusiviteit. Hierdoor verliest de cultuur terrein op Texel.

Expositie over de mythische meekrap
Er is op Texel op beperkte schaal meekrap geteeld. De soort verdween rond 1870 als gewas. Er was een procedé gevonden waarmee de verfgrondstof relatief eenvoudig op chemische wijze uit koolteer kon worden gewonnen. Meekrap werd vooral geteeld voor de rode kleurstof alizarine. Dit werd voor het kleuren van textiel en leer gebruikt. Meekrap komt voor in Klein-Azië en in het oostelijke deel van het Middellandse Zeegebied. In Nederland, op de goed bemeste kleigronden van Zeeland en de Zuid-Hollandse Eilanden, komt meekrap vanaf de 15e eeuw voor. Er werden mislukte pogingen gedaan om de plant ook in andere delen van Nederland, zoals de Betuwe, Friesland, Groningen en Noord-Holland te telen. Meekrap werd ook gebruikt in de miniatuurschilderkunst, als pigment om olieverf of lijmverf te kleuren. Al sinds de oudheid wordt er een medicinale werking aan de meekrap toegeschreven. De meekrapwortels werden na de oogst naar een meestoof gebracht. Hier werden de wortels eerst opgeslagen. Vervolgens werden de meekrapwortels in de droogtoren gestopt. Hier werden de wortels op latten zolders uitgespreid en gedroogd met warmte van een met turf gestookte oven. De schone, gedroogde stukjes meekrapwortel heten racine. De racine werd daarna in het stamphuis van de meestoof tot meekrappoeder verwerkt. Dit gebeurde vanaf 1850 in een meekrapfabriek. In het museum kunt u een opengewerkt schaalmodel van de meekrapfabriek bekijken.

Expositie over de vlasteelt op Texel
De vlasteelt is op Texel een bijna vergeten teelt. Er werd op Texel al in de Middeleeuwen geteeld en verwerkt. Er waren hier tot in de 18e eeuw spinsters en gespecialiseerde wol- en linnenwevers. In Den Burg herinnert de Weverstraat hier nog aan. De linnenwevers verdwenen met het vlas van Texel. Vanaf 1838 toen Zeeuwse boeren in de pas bedijkte polder Eierland kwamen wonen, werd er weer vlas op Texel verbouwd. Daarna werd er op grote schaal katoen geïmporteerd. Toen was het afgelopen met de vlasteelt op Texel. In de expositie kunt u zien hoe de vlasteelt in zijn werk ging. De thuis genaaide en het versierde linnengoed laten u zien dat de boerinnen dat werk tot in de puntjes beheersten.

Expositie over de rundveehouderij op Texel
Op de Texelse boerenbedrijven werden tot de 19e eeuw slechts 1 tot 5 melkkoeien in allerlei kleurslagen gehouden. Het rundvee werd gehouden voor de vetweiderij (voor de vleesconsumptie) en voor de aanfok van jong melkvee. Dit ten behoeve van de gespecialiseerde melkveebedrijven in Noord-Holland. Met de oprichting van de zuivelfabrieken werd speciaal voor de melkproductie gefokt. Sinds 1900 hebben de Texelse boeren een uitstekende reputatie als fokker van zwartbont melkvee. Als gevolg van de Europese landbouwpolitiek stapten vanaf het jaar 1995 enkele veehouders over van melkvee op zoogkoeien/vleeskoeien. Er kwamen op deze manier weer allerlei kleurslagen rundvee op Texel.

Expositie over de schapenhouderij op Texel
Texel is schapeneiland. Texel wordt geassocieerd met schapenteelt. De Tesselaar is het schapenras van Texel. Dit ras is wereldbekend. De schapenkaasjes en de wol waren vroeger de belangrijkste exportproducten van Texel. Al in de middeleeuwen was de Texelse schapenkaas ver buiten Texel beroemd. De schapenteelt wordt nu vooral voor zuivelproductie, kaas, en consumptie, lamsvlees, gehouden. Het scheren van schapen kost inmiddels bijna evenveel als de wol opbrengt. U kunt in het museum een film over de schapenhouderij op Texel omstreeks 1948 bekijken. Ook kunt u zien hoe de Texelse Pielsteert, het oude Texelse schapenras, zich heeft ontwikkeld.

Expositie over de paardentuigen
In het museum is een grote hoeveelheid paardentuigen uitgestald. Paarden waren hier op het eiland zeer belangrijk als trekdier voor de werkzaamheden op het land.

Expositie over koetsen, rijtuigen en boerenwagens
Het museum is in 1963 als een wagenmuseum opgericht. Landelijke bekendheid kreeg het museum omdat het museum een unieke verzameling wagens voor vervoer van personen, vee en landbouwproducten bezit. Alle rijtuigen, koetsen en wagens hebben dienst op Texel gedaan. U kunt hier originele exemplaren vinden en er is een grote verzameling van zeer natuurgetrouwe en enorm kundig gebouwde modellen van wagens.

De wagenmakerij in het Cultuurhistorisch Museum Texel in de Waal Geiten- en schapenkar in het Cultuurhistorisch Museum Texel in de Waal

Expositie over de wagenmakerij op Texel
Er werkten diverse wagenmakers op Texel. In de wagenmakerij in het museum ziet u originele werktuigen, gereedschappen, mallen en matrijzen. De wagenmakers maakten driewielde mestkarren, kruiwagens, hooiwagens en rijtuigen, maar ook een bokkenwagen voor de kinderen van een rijke schapenboer. Deze kinderen spanden geen bok maar een schaap voor de bokkenwagen. De smeden maakten de ijzeren banden om de wielen van de wagenmaker en leverden al het ijzerwerk.

De smederij in het Cultuurhistorisch Museum Texel in de Waal

De smederij
U kunt in het museum een volledig ingerichte historische en hedendaagse smederij bekijken. Deze smederij is meer dan 100 jaar oud. Het is de smederij van Paagman. Deze bevond zich bij de kruising Nieuwlanderweg – Pontweg. De eerste smid in het museum was na de verhuizing Jan Kiljan. De smederij werd aangevuld met gereedschappen en modellen van andere smeden op Texel. Hier brandt het oorspronkelijke smidsvuur. Vroeger werden met dit vuur ijzeren banden om de wagenwielen gekneld en hoefijzers op maat gemaakt. U ziet in de smederij verschillende werktuigen, zoals de slijpsteen, zaagmachine, boor en draaibank, die met behulp van lange aandrijfriemen door een elektromotor worden aangedreven. Hier vinden elke dinsdag- en woensdagmiddag van 14.00 tot 16.00 uur demonstraties plaats. De producten die hier worden gemaakt, zijn als souvenir in het museum te koop.

 

Schilderij de Aanbidding der Koningen
Het Cultuurhistorisch Museum Texel heeft in 2014 het schilderij 'De Aanbidding der Koningen' van het Museum Catharijneconvent in Utrecht verworven. Het op eiken paneel geschilderde kunstwerk verkeerde in slechte staat en moest gerestaureerd worden. Dit gebeurde door mevrouw Caroline van der Elst. Zij is gespecialiseerd in de restauratie van schilderijen vanaf de 13e eeuw. Ze ontdekte dat het paneel met een traditioneel 16e eeuws palet aan pigmenten is geschilderd. In combinatie met de stijlkenmerken van de schildering wordt gedacht dat dit schilderij in de periode 1560-1580 is gemaakt. Dat is tot bijna een eeuw ouder dan tot nu toe werd aangenomen. Het schilderij is hiermee het oudste bewaard gebleven roerende kunstwerk op Texel. Het schilderij wordt met subsidie van o.a. de gemeente en de TESO, in zijn oude glorie hersteld. Op het schilderij ziet u het moment de drie wijzen uit het Oosten na de geboorte van Jezus hun geschenken aan hem aanbieden. U ziet Jezus op de schoot van zijn moeder Maria, daarachter staat zijn vader Jozef. Ook ziet u een os en op de grond een dreumes die de kroon van één der koningen vasthoudt en rechts publiek. In de vroege Middeleeuwen leidde deze gebeurtenis tot het feest Drie Koningen. Het paneel hing enkele eeuwen in de rooms-katholieke schuilkerk(en) in Den Burg. In 1863 werd de nieuwe moderne kerk gebouwd en vond men het schilderij ouderwets en niet meer bij de moderne tijd passen. Het paneel werd naar een zolder verbannen. Hier werd het door de oprichters van het bisschoppelijk museum in Haarlem ontdekt en verhuisd naar het Museum Catharijneconvent in Utrecht.

Expositie over de Texelaars in het leger van de Paus: de 'Zoeaaf'
In 1866 vertrok, op een stormachtige zondag, de toen 29 jarige Cornelis Witte per boot uit de haven van Oudeschild. Witte werd zoeaaf. Hij werd soldaat in het leger van de Paus. Cornelis Witte patrouilleerde enkele jaren door de bergen rond Rome. Hij was op zoek naar rovers, lekker eten, schone kleren, prachtige kerken, goede wijn en ander avontuur. Hij zag de soldaten van Garibaldi bijna nooit. Garibaldi was de gevreesde Italiaanse veldheer die Rome. Hij belaagde de zoeaven. Witte schreef dat het daar voor het oog rustig was, maar dat het als maar voort broeide en smeulde. Zes andere Texelaars volgden Cornelis Witte. Ook zij namen dienst in het leger van de Paus, voor God en op zoek naar avontuur. De verhalen van Cornelis Witte, zijn dagboek, uniform en achtergrondinformatie kunt u hier bewonderen.

De brandweer in het Cultuurhistorisch Museum Texel in De Waal De kermis in het Cultuurhistorisch Museum Texel in De Waal Een naaimachine in het Cultuurhistorisch Museum Texel in De Waal

Expositie over de rol van de vrouw
De boerinnen op Texel maakten kaas en boter en verdienden hiermee ongeveer de helft van de inkomsten van de boerderij. Ook mestten ze de varkens vet, voerden ze de kippen en het jongvee, in de herfst verwerkten ze de slacht en de inmaak, ze bakten brood en kookten eten, naaiden en verstelden kleding en beddengoed, breiden, hielden de boerderij schoon, in het voorjaar witten ze de muren en hielpen in de zomermaanden met de hooioogst. De vrouwen overleden tot en met de 19e eeuw nog wel eens in het kraambed. De boer hertrouwde zo snel mogelijk, want een huishoudster, een meid, kostte alleen maar geld en ze kon de benen nemen. Een goed kaasmakende echtgenote bracht geld op, ze bleef en samen zorgden ze voor nageslacht en dus de continuïteit van het boerenbedrijf.

Expositie over de zuivelbereiding (schapenkaas en -boter)
De moedermelk die overblijft als de lammeren het niet meer nodig hebben, kan gebruikt worden om schapenkaas en boter te maken. Het melken van de schapen en de bereiding van kaas en boter was vroeger een taak voor de boerin. In de 19e eeuw gingen de Texelse boeren zelf schapen melken, maar de zuivelbereiding werd tot rond 1980 door de boerin gedaan. Vanaf 1980 werden de schapen machinaal gemolken. De zuivelbereiding werd daarna een taak van de boer.

De binnenplaats
U ziet op de binnenplaats de voor Texel zo kenmerkende 'Tuunwoal'. Dit zijn uit grasplaggen gestapelde wallen die als afscheiding tussen de weilanden dienen. U ziet hier hoe een Tuunwoal wordt gebouwd. Daarnaast ziet u op de binnenplaats een ouderwetse poepdoos of plee, een houten huisje dat op afstand van het huis stond. Ook ziet u hier een originele houten pomp voor de watervoorziening in de stolp en een opslag van iepenhout voor de wagenmakerij.

De binnenplaats in het Cultuurhistorisch Museum Texel in de Waal De kaasmakerij in het Cultuurhistorisch Museum Texel in de Waal

De stolpboerderij
In de authentieke stolpboerderij ziet u hoe de boeren rond het jaar 1900 leefden. U ziet de koestal, het keukentje, het achterhuis waar de was gedaan werd en de woonkamer met bedsteden. Dit alles bevond zich in een, naar huidige maatstaven gemeten, kleine ruimte. In het hooivak staat een ouderwetse broedmachine. De grote lammerenwagen staat op de deel klaar om de lammeren naar de markt in Den Burg of de lammerenboot in de haven van Oudeschild te brengen. Daarnaast werden kaas en boter gemaakt.

Expositie over de strijd tegen het water
Texel voert al heel lang een strijd tegen het water. Hier ziet u hoe vanaf de hoge, droge keileembult polder na polder op zee bevochten werd, tot in de 19e eeuw enkele grote polders ingepolderd werden. Dit gebeurde eerst met kruiwagens, driewielde karren, zand, klei en zeegras en vanaf de 18e eeuw met grote stenen uit Scandinavië op het buitentalud van de dijk. Tegenwoordig gebeurt dit met stortsteen en asfalt. U kunt hier zien hoe een dijk opgebouwd wordt, hoe de waterhuishouding in de polders wordt geregeld en de gevolgen op Texel van de watersnoodramp in 1953.

Het museum wordt gerund door meer dan 40 vrijwilligers. Bijna alle vrijwilligers zijn ervarings-deskundig op het gebied van de (agrarische) cultuur op Texel.

Entree
De entree bedraagt voor volwassenen € 5,50 per persoon.
Kinderen betalen € 3,00 per persoon.

Museumkaarthouders: gratis.

(Prijzen van 2020).

Openingstijden
Het museum is vanaf de eerste dinsdag in maart t/m 27 oktober van dinsdag t/m zaterdag van 10.00 – 17.00 uur geopend. Op zon- en feestdagen is het museum geopend van 13.30 – 17.00 uur geopend en op maandag gesloten. U vindt bij de entree een museumwinkel met Texelse producten en u kunt hier Texelse Koek en Zopie kopen.

Adres
Hogereind 6
Telefoon: 0222 - 31 29 51
E-mail:
Website:
    Klik hier voor de website van het Cultuurhistorisch Museum Texel in De Waal


Voor meer foto's van het Cultuurhistorisch Museum Texel in De Waal, zie: foto's De Waal.



Volg JTravel op Facebook, Instagram, Twitter, Pinterest en Bloglovin’.

 

Bewaar op Pinterest


In het kleinste plaatsje van Texel De Waal staat het Cultuurhistorisch Museum Texel. Het museum is gevestigd in een authentieke stolpboerderij. Het museum geeft een veelzijdig beeld van het leven op Texel in het verleden. Meer informatie over het Cultuurhistorisch Museum Texel lees je hier? Lees je mee? #cultuurhistorischmuseumtexel #museum #museumkaart #dewaal #texel #waddeneiland #nederland #jtravel #jtravelblog

 

Deel dit artikel

Reacties mogelijk gemaakt door CComment