Header Doorwerth en Bunnik / Copyright © JTravel.nl



Kasteel Doorwerth

In Kasteel Doorwerth zijn maar liefst drie musea gevestigd, te weten het Kasteelmuseum met de mooi ingerichte vertrekken en de nationale bosbouwcollectie, het Museum Veluwezoom en het Nederlands Jachtmuseum. Het kasteel ligt midden in de natuur. Het kasteel dateert uit de 13e eeuw en laat u een beeld zien hoe mensen vroeger op een landgoed leefden. Ook krijgt u informatie over de jacht en de bosbouw. In de wapenkamer kunt u een volledige uitrusting passen. U waant zicht in het deze historisch ingerichte vertrekken een kasteelbewoner. De tentoonstellingen met de geschiedenis van het kasteel, de bosbouw en de jacht in Nederland zijn te zien in de zuidvleugel van het kasteel. U kunt ook het poortgebouw, het koetshuis en de stallen bewonderen.

Ligging
De waterburcht Kasteel Doorwerth ligt in de uiterwaarden van de rivier de Rijn net buiten het Gelderse plaatsje Doorwerth.

Kasteel Doorwerth

Geschiedenis
Kasteel Doorwerth kent een lange geschiedenis met veel verbouwingen en adellijke bewoners. In 1260 wordt het kasteel voor het eerst genoemd. Het kasteel werd toen door de heer van Vianen belegerd en in brand gestoken. Dit was een straf die door graaf van Gelre was opgelegd om op deze manier een einde te maken met de praktijken van de roofzuchtige kasteelheer Berend van Dorenweerd. De burcht is in de 20 jaar daarna hersteld door de toenmalige burchtheer, Berend van Dorenweerd en zijn zoon Hendric. Maar er zijn ook bronnen die spreken van de stichting van een waterburcht in 1280 door Hendric van Dorenweerd. De rechthoekige woontoren of zaalburcht dateert uit deze periode. Dit was het oudste deel van wat nu de oostvleugel van het kasteel is. Deze zaalburcht had muren van 1,2 meter dik en was omringd door water.
Reinald van Homoet liet in 1435 zijn eigendom flink uitbreiden. De latere eigenaren verbleven hier slechts zelden. Dit is de reden dat het kasteel in Doorwerth nog zijn zeer middeleeuws aandoende uiterlijk heeft.
In de 15e eeuw werd het kasteel vergroot. Hierdoor ontstonden vier vleugels rondom een binnenplein. In 1558 werd Daem Schellart van Obbendorf (1530-1602) heer van Dorenweerd. Hij verbouwde het kasteel en daardoor kreeg de hoofdburcht rond 1560 zijn huidige aanblik. De verbouwing aan de noordhoek is van latere datum, net als de verbouwing van het poortgebouw. Deze ontstond in 1640. Het poortgebouw werd in opdracht van Adam's achterkleinzoon Johan Vincent van Schellaert van Obbendorf (1634-1683) gebouwd. Deze verbouwing was zo duur, dat Johan Vincent bezweek aan de schuldenlast. Het kasteel werd in 1677 overgenomen door zijn grootste schuldeiser, Anton graaf van Aldenburg (1633-1681). Deze familie verbleef zelden in het kasteel en het verval zette in. Charlotte Sophie van Aldenburg Bentinck (1715-1800) is een nazaat van Anton graaf van Aldenburg. Zij was een tijdje de echtgenote van Willem graaf Bentinck (1704-1774), de kasteelheer van Doorwerth. Over deze onafhankelijke, feministische en impulsieve vrouw die een actief liefdesleven leidde en een graag geziene gast aan Europese vorstenhoven was, is in 1978 door de schrijfster Hella Haasse (1918-2011) een boek geschreven: Mevrouw Bentinck. Onverenigbaarheid van karakter & De groten der aarde. Zij was bereisd en geleerd en onderhield een briefwisseling met de grote Franse denker en schrijver Voltaire (1694-1778). Ze was kasteelvrouwe van Doorwerth, maar ze heeft hier niet veel verbleven.
Het kasteel werd in 1837 verkocht aan Jacob Adriaan Prosper baron van Brakell. Hij liet het vervallen kasteel herstellen. Hij woonde zelf met zijn gezin van negen kinderen in het kasteel. In de omliggende bossen werden jachtpartijen gehouden en op het kasteel werden ontvangsten georganiseerd. Na het overlijden van zijn weduwe verviel het kasteel opnieuw.
In 1910 kreeg de vereniging 'De Doorwerth' het kasteel in zijn bezit. Frederic Adolph Hoefer vestigde hier zijn artilleriemuseum. Dit museum is later naar Delft verhuisd en is nu het Legermuseum.
In de Tweede Wereldoorlog raakte het kasteel zwaar beschadigd. De verwoestingen van de slag rond Arnhem in 1944 lieten het kasteel als een totale ruïne achter. Duitse bommen en geallieerde beschietingen verwoestten een groot deel van het kasteel. Vanaf de jaren vijftig werd het kasteel in 37 jaar gerestaureerd. Tijdens deze restauratie werd interessant archeologisch materiaal gevonden, zoals scherven van allerlei soorten aardewerk en bijzondere 16e eeuwse haardsteentjes met het wapen en het motto 'Plus Oultre' ('steeds verder') van keizer Karel V (1500-1555).
De Stichting Geldersche Kasteelen nam het kasteel over van vereniging 'De Doorwerth'. In 1983, na 37 jaar, werd de restauratie voltooid. In 1986 werd het kasteel heropend door prinses Juliana.

Een plattegrond van Kasteel Doorwerth

Bezienswaardig
Van het interieur van Kasteel Doorwerth is weinig tot niets bewaard gebleven. U ziet hier een collectie die speciaal voor bezoekers verzameld. De sfeer van de verschillende ruimtes is van middeleeuws tot 16-17e eeuws. De vertrekken, zoals de ridderzaal, in de oost- en noordvleugel zijn zoveel mogelijk in middeleeuwse vorm hersteld.

De keuken van Kasteel Doorwerth

• De keuken
De keuken is hier sinds het einde van de 14e eeuw gevestigd. De huidige inrichting is 19e eeuws. De bakoven, het ingebouwde ijzeren fornuis en het warmwaterreservoir zijn uit de tijd van J.A.P. baron van Brakel. Met zijn negen kinderen tellende gezin bewoonde hij het kasteel van 1837 tot 1853.
De keuken vormde het hart van hart van de huishouding. Hier bevond zich alles wat voor de bewoners van het kasteel van belang was: water en vuur en alle middelen om voedsel en dranken te bereiden of om groenten, fruit en vlees voor de winter te bewaren. Hier trof het keukenpersoneel ook de voorbereidingen voor de grote ontvangsten en jachtpartijen op het kasteel. Het vakkundig stoken van het fornuis en de ovens was een hele kunst en van groot belang voor de hele huishouding. Goede turf en droog hout waren een eerste vereiste. Ook in de perioden dat het kasteel nauwelijks door de eigenaren werd bewoond, stelde men toch keukenpersoneel aan. In de keuken en de kelder ziet u producten uit de moestuin en de boomgaard. Het ritme van de seizoenen bepaalt wat er te zien is.
In de 17e eeuw kookte men bij een open vuur. De keukeninrichting getuigt daarvan. Er waren drie vuurkettingen, drie grote en vijf kleine braadspitten, bakken om de spitten op te leggen, ijzeren roosters en zes ijzeren drievoeten. Daarnaast noemt de 17e eeuwse inventaris een groot aantal pannen, ketels en keukengereedschappen. Veel had te maken met braden, stoven en het bereiden van taarten en pasteien. De verlichting bestond uit een ijzeren luchter, zes tinnen luchter en twee blikken blakers. De borden en schotels waren van tin en er stonden bierglazen en wijnroemers. De 19e eeuwse inventaris vermeldt nog een grote keukentafel, een kleine tafel, een keukenblok en een blauwe glazen wasbak. In de keuken ziet u een ingebouwde bakoven, ijzeren fornuis, natuurstenen pekelbakken voor het bewaren van vlees en een warmwaterreservoir die uit de 19e eeuw stamt. U hoort keukengeluiden die uit luidsprekers komen en doen vermoeden dat elk moment een keukenbediende kan binnenkomen om een maaltijd te bereiden.

De kelder van Kasteel Doorwerth

• Kelders
Deze ruimte hoort bij de laat 14e eeuwse uitbreiding van het kasteel. Achterin ziet u een pomp en gemetselde bakken, die werden gebruikt voor het pekelen van vlees. De goed vergrendelde deur geeft toegang tot de gracht. Het kasteel kon via het water worden bevoorraad. Via een boogvormige poort in de buitenmuur kwam men in het botenhuis. Een groot deel van de kelderverdieping is nu in gebruik als winkel en garderobe. Hierdoor zijn op een kleiner oppervlak enkele van de oorspronkelijke, historische functies van de kelder samengebracht.
De boomgaarden, de moestuin, het vis- en jachtrecht, maar ook de pachten in natura leverden veel producten op. Alles had zijn eigen bewerkingsmethode. Zo moest wild een paar dagen hangen om te besterven.
Om van de voorraden het gehele jaar te kunnen profiteren, werden allerlei bewaarmethoden toegepast, zoals pekelen, drogen, zouten, suikeren, onder vet bewaren en fermenteren. Bepaalde groenten konden goed 'overwinteren' in kelders op zandbedden. Deze zandbedden zullen oorspronkelijk in de bijgebouwen zijn geweest en niet in het kasteel zelf. Ook werden er in de tuin 'bewaarkelders' (kuilen) ingericht.
De provisiekelder ligt vanuit praktisch oogpunt dichtbij de keuken. Tot de standaard voorraden behoorden onder meer boter, kaas, eieren, wijn, bier, suiker, meel, zout, specerijen, koffie en thee. Uit een boedelinventaris van 1819 blijkt dat er zich in de kelders onder meer een bierstelling, een flessenbank, twee wildhaken met ijzeren kronen, een ijzeren waag en een ijzeren balans bevonden, evenals een peren- en een appelschap. Het is niet bekend waar deze stonden of hingen. Achter de afsluitbare deur werden de kostbare voorraden bewaard, zoals de wijnvaten- en flessen. Oorspronkelijk zijn er voor elke functie, zoals het bewaren van de voorraden, de wijn, het wild en het doen van de was aparte ruimten geweest.

De zaal van Kasteel Doorwerth

• Zaal
Kasteel Doorwerth was in de 13e eeuw een rechthoekige woontoren ter grootte van deze zaal, omringd door een gracht. Het werd gebouwd als versterkte woonplaats voor Beren van Dorenweerd, die van hieruit zijn bezittingen beschermde. De toegang bevond zich op de plek van de huidige nis met het harnas. Bij de laatste restauratie, van 1946 tot 1983, zijn het balkenplafond, de vloeren en de schouw aan de hand van middeleeuwse bouwsporen gereconstrueerd.
In de middeleeuwen werd in een zaal als deze gewoond, geslapen en gegeten. Hij bood ruimte aan de kring van mensen rond de kasteelheer, waaronder zijn huishouding en pachters. In tijden van nood was het een toevluchtsoord, in perioden van rust een ruimte voor ontvangsten, partijen en vermaak.
Deze zaal wordt nog altijd voor grote ontvangsten gebruikt. In 1986 kreeg de zaal ook een museale inrichting.
Het openstellen van een kasteel stelt specifieke eisen aan het beheer van het gebouw en de kunstcollectie. Zo zijn er richtlijnen met betrekking tot luchtvochtigheid en temperatuur en worden schoonmaakmiddelen en onderhoudsmiddelen streng geselecteerd. Naast de reguliere schoonmaak is er ook een regelmatige controle, waarbij alle voorwerpen van hun plaats worden gehaald, aan de achterzijde worden schoongemaakt en gecontroleerd op insecten en schimmels. Af en toe vinden hier schilderwerkzaamheden plaats.
Het aanzien van deze zaal heeft zich vaak gewijzigd. Men kan zich voorstellen dat in de middeleeuwen de vloer was bedekt met stro, dat er schragentafels stonden die na afloop van de maaltijd opgeklapt tegen de muur werden gezet en verder wat eenvoudige banken en kisten. Het woord 'ridderzaal' werd in de middeleeuwen niet gebruikt. Het stamt uit de 19e eeuwse ridderromantiek. Rond 1800 stond hier een biljart. Een eeuw later diende de zaal als vergaderzaal voor de Johanniter orde.

De bedkamer van Kasteel Doorwerth

• Bedkamer
Aan het eind van de 14e eeuw werd het kasteel aan deze zijde uitgebreid, waardoor de omvang bijna verdubbelde. Deze ruimte is ingericht op basis van 17e eeuwse schilderijen. Het bed is naar oude afbeeldingen nagemaakt. De bollen kunnen worden verwijderd, zodat het uit elkaar genomen en vervoerd kan worden. In de 17e eeuw hadden ook de gasten een eigen slaapkamer. In de vroege middeleeuwen was het nog gebruikelijk dat de kasteelheer, familie en leden van de huishouding in één grote ruimte verbleven en sliepen. Later trok de familie zich steeds verder terug in privévertrekken. In de kamer met het staatsiebed ontving de kasteelheer en/of kasteelvrouwe gasten en werden zaken afgehandeld. Omdat textiel heel duur was, toonde de kasteelheer met een fraai behangen bed ook zijn welvaart. Het linnengoed werd in kasten en kisten bewaard. Eind maart/begin april werd alles gewassen, ook het schone goed, want rond deze tijd bleekte het linnen goed in de zon. In 1819 waren er volgens een boedelinventaris maar vijf kussenslopen en vijf beddenlakens op het kasteel aanwezig. Tafellinnen was er wel voldoende: 42 tafellakens en 295 servetten. Het voorjaar was ook de tijd voor de grote schoonmaak en de strijd tegen het ongedierte. Overlast van slakken, spinnen, vliegen, muggen, motten en vlooien moest worden beperkt. Alle matrassen, dekens, stro, bedden werden gelucht. Ook nu vindt er eind maart/begin april een grote schoonmaak plaats, de bedbehangsels worden nu met een stofzuiger schoongemaakt en de vliegende motten worden in plakvalletjes gevangen.

De eetkamer van Kasteel Doorwerth

• Eetkamer
Dit vertrek ligt in de laat 14e eeuwse noordvleugel. Het is ingericht op basis van 17e eeuwse schilderijen. De portretten zijn geschilderd door Albert Cuyp en Ferdinand Bol en stellen leden van het geslacht De Graaff voor. Het (nieuwe) behangsel is gebaseerd op een beschrijving uit 1681. Hieruit blijkt dat de eetkamer een gestreepte Romaans behangsel had, vermoedelijk een geweven wollen stof. De stof is opgehangen op een manier zoals in die periode gebruikelijk was.
Voordat hier kon worden gegeten, was er door verschillende leden van de huishouding veel werk verzet. Van het plannen tot oogsten en bewaren, van het bereiden in de keuken tot het serveren in de eetkamer. Omdat de afstand tussen keuken en de eetkamer groot was, werden gerechten zelden heet of warm opgediend. Aan de 17e eeuwe keukeninventaris kunt u zien dat er veel gebraden en gestoofde gerechten, taarten en pasteien werden gegeten. Vis en wild hebben geregeld op het menu gestaan. Tijdens baggerwerkzaamheden zijn in de gracht veel botjes en enkele oesterschelpen gevonden. In de 18e eeuw werd het steeds gangbaarder om de maaltijd af te sluiten met een vermaak als kaarten, muziek of schaken. Op Kasteel Doorwerth stonden in de 18e eeuw maar liefst zes speeltafels en een muziektafel.

De torenkamer van Kasteel Doorwerth

• Torenkamer
Rond het midden van de 15e eeuw bouwde ridder Reinald van Homoet een grote toren op de zuidwesthoek van het kasteel. Om onbekende reden was deze toren tegen het einde van de 18e eeuw tot op de eerste verdieping afgebroken. In 1844 werd de toren herbouwd door J.A.P. baron van Brakell. In de Tweede Wereldoorlog werd vooral de rivierzijde van het kasteel zwaar getroffen en sneuvelde de toren weer, maar bij de restauratie van 1946 tot 1983 is hij volledig herbouwd.
De torenkamer wordt ook verhuurd voor bijeenkomsten, vergaderingen en huwelijken.
De kasteelheer en kasteevrouwe namen in verschillende perioden het initiatief tot de bouw van een kapel. Aan het eind van de 14e eeuw kreeg het echtpaar Dorenweerd-van Asperen toestemming van de bisschop van Utrecht om de mis op te dragen op een draagbaar altaar in het kasteel.
Hun dochter Agnes stichtte in de volgende eeuw een kapel aan de Holleweg, die werd bediend door de pastoor van Wolfheze. In 1517 werd de eerste steen gelegd voor een kerk in Heelsum. De kapel aan de Holleweg beleef tot 1684 in gebruik bij de kasteelbewoners. In 1684 stichtte Charlotte Amélie hertogin de la Trémoille de eerste kapel in de toren van het kasteel. De kapel die Baron van Brakell in 1844 op dezelfde plaats liet inrichten, bood beneden ruimte voor leden van de huishouding. Een grote deur aan het voorplein gaf toegang tot de kapel. De familie kon binnendoor en nam plaats op de galerij boven.
De Amsterdamse ontwerper Gustave Prot maakte de ontwerpen van deze kapel uit 1844. De bezoekers wisten 50 jaar later de inrichting van deze kapel maar matig te waarderen: 'de gehele betimmering is in een slechte neogotische stijl uit de jaren veertig uitgevoerd, in chocolade-kleurige houttoon geverfd, met een bekleding van rode stof en geeft een beeld van de toen heersende gebrekkig ontwikkelde kunstsmaak', zo werd de torenkamer in 1912 beschreven.

De herenkamer van Kasteel Doorwerth

• Herenkamer
De eikenhouten betimmering in deze kamer is in 1971 op Doorwerth gekomen. De oudste delen zijn 17e eeuws en komen uit de inmiddels gesloopte commanderie van Sint Jan in Ingen. In 1918 werden ze gekocht, aangevuld en toegepast door een homeopatisch arts in Arnhem. Nazaten schonken de betimmering aan Geldersche Kasteelen. De betimmering draagt in hoge mate bij aan de uitstraling van dit tot 'herenkamer' ingerichte vertrek. De verdere inrichting is gebaseerd op vergelijkbare voorbeelden uit ongeveer 1880-1920 van dit soort kamers in kastelen en landhuizen. Deze ruimte is te huur voor vergaderingen en kleine bijeenkomsten.
Met de verwoesting van de zuidzijde van het kasteel in de Tweede Wereldoorlog verloor het kasteel de in deze toren ondergebrachte kapel. Het verhaal gaat dat op deze hoogte de wachters hun ronde op de toren liepen en via een gat in de vloer toch de kerkdienst konden volgen.



De gevangenis van Kasteel Doorwerth

• Gevangenis
Sinds de 19e eeuw is hier een gevangenis ingericht met een spijkerplafond. Het verhaal gaat dat men het plafond met een mechanisme kon laten zakken om gevangenen te martelen. Of hier echt mensen gevangen hebben gezeten, is niet bekend. Het mechaniek om het plafond te laten zakken is nooit aangetroffen.
Wie vroeger Doorwerth naderde, zag op de punt van de Noordberg de galg. Het was een waarschuwing dat misdaden, die binnen de grenzen van de heerlijkheid werden gepleegd, zouden worden berecht. De heer van Doorwerth had het recht van hoge rechtspraak. Dat betekende dat hij ook lijfstraffen en de doodstraf mocht opleggen. Dit deed hij niet persoonlijk. Hij stelde een rechter en schepenen voor de heerlijkheid aan, die handelden in zijn naam. Deze konden worden geassisteerd door een schout en schepenen van het vorstendom Gelre en de graafschap Zutphen.
Tijdens een proces werden gevangenen bewaakt door inwoners van Doorwerth en Heelsum. Gewapend met geweren en hooivorken zagen de inwoners toe op de uitvoering van de straf. Waarschijnlijk zijn er maar weinig criminele rechtszaken op Kasteel Doorwerth geweest.
Voor de 19e eeuw was er een gevangenis onderin de aangrenzende toren. Het verblijf in deze kelder was slecht, omdat deze zo laag bij hoge waterstanden ligt, waardoor het grachtwater de gevangene 'tot aan de lippen kwam'.
Deze gevangenis is niet toegankelijk maar door een luikje kunt u de gevangene zien zitten.

Een wapenuitrusting in Kasteel Doorwerth

Het thema van dit museum is 'kasteel in bedrijf'. Drie thema’s worden in dit museum behandeld: de geschiedenis van het kasteel, de jacht in Nederland en directe omgeving en de groei en ontwikkeling van de bosbouw in de omgeving van Doorwerth.

In het kasteel kunt drie musea bezoeken: het Nederlands Jachtmuseum, de Nationale Bosbouwcollectie en Museum Veluwezoom.







Nationale Bosbouwcollectie
In het museum ziet u een korte geschiedenis hoe de bosbouw zich door de jaren heen heeft ontwikkeld. De omgeving van Doorwerth heeft vanaf de 19e eeuw veel te danken aan de bosbouw. Eigenaren van het kasteel hebben inkomsten gehaald uit deze industrie.

De bosbouw tentoongesteld in Kasteel Doorwerth De jacht tentoongesteld in Kasteel Doorwerth

Het Jachtmuseum
De jacht is meer dan 700 jaar belangrijk geweest voor het kasteel. U ziet hier de invloeden van wapens, methodes en regelgeving en de fases van de jacht die de kasteeleigenaren hebben meegemaakt. Dit museum bestaat uit een paar vertrekken waar u alles over de geschiedenis van de jacht verteld wordt. U ziet voorwerpen die bij de jacht gebruikt werden, opgezette dieren (zoals de oryx, een wild zwijn maar ook een leeuw) en schilderijen met jachttaferelen.

Museum Veluwezoom
Dit museum bestaat uit twee zalen waar kleine 19e eeuwse schilderijen hangen. Museum Veluwezoom toont u, in wisselende exposities, de werken van twee kunstenaarskolonies rondom Oosterbeek, Wolfheze en Renkum. U ziet hier schilderijen met landschappen van de heide- en bosrijke omgeving. Helaas was dit museum op het moment dat wij er eind januari 2018 waren, vanwege het opbouwen van een nieuwe tentoonstelling, gesloten.

Kasteel Doorwerth heeft een reputatie als spookkasteel. Er wordt al lange tijd gesproken van geesten en witte wieven die hier rond zouden dwalen. U heeft niet heel veel kans om tijdens uw bezoek aan het kasteel een spook tegen te komen.

Tijdens de renovatie in 2006 heeft de tentoonstelling de huidige vorm gekregen en zijn de moestuin, de boomgaard hersteld, is de gracht uitgebaggerd en zijn de paden, het parkbos en de lanen opgeknapt. Ook de toiletten, de winkel en garderobe zijn gerenoveerd.

Op het binnenplein van het kasteel staat een monumentale robinia. Deze acacia is volgens de overlevering in 1579 geplant. Het is de oudste boom van Nederland. U leest op het bordje bij de boom dat de boom in 1601 door de Fransman Pierre Robin uit het oosten van de Verenigde Staten is meegenomen en niet lang erna in Doorwerth is geplant. Deze boom is één van drie. De andere twee werden in de oorlog vernield. Inmiddels heeft de robinia een stamomvang van 7 meter.

Kasteel Doorwerth

Overige informatie
• In de kasteelwinkel kunt u souvenirs en streekproducten kopen.
• Als er in het kasteel een evenement plaatsvindt, kan het zijn dat er andere openingstijden en entreeprijzen gelden. Indien u in het bezit bent van kortingsbonnen en kortingskaarten, deze zijn tijdens evenementen niet geldig.
• Het kasteelmuseum is vanwege de vele trappen niet toegankelijk voor scootmobielen. U kunt met een rollator of handrolstoel de begane grond van het kasteel en de winkel bezoeken, maar u moet zelf de traptreden bij de ingang nemen.
• In het kasteelmuseum is geen invalidentoilet aanwezig.
• Het museum is niet toegankelijk voor huisdieren. Indien u in het bezit van een hulphond voorzien van een tuigje, is de hulphond wel toegestaan.
• Indien u zich niet zelfstandig door het museum kunt bewegen, mag u een begeleider meenemen. Deze begeleider mag gratis naar binnen.
• Langs de Lindelaan bij Kasteel Doorwerth een speeltoestel voor kinderen. Dit speeltoestel heeft de vorm van een zandtafel met uitkijktorens. Hieraan is een oude legende verbonden. Het tafelzilver van het kasteel is gestolen en daarom is Jan Vinken in het kasteel opgesloten. Het is aan de kinderen om het gestolen zilver te zoeken en te vinden. Het zoeken kan ook op de momenten dat het kasteel gesloten is. De route naar de speelplek is met pijlen aangegeven. De plek van het misdrijf en de gevangenis zijn tijdens de openingstijden van het museumkasteel te zien.
• Voor schoolklassen, kinderfeestjes en families is in het kasteel een educatieve speurtocht te koop. De speurtocht heeft als thema eten en leidt naar de zandtafel en terug naar de gevangeniscel waar Jan Vinken nog vastzit.
• Door het beheer van de moestuin wordt de keuken van het kasteel nog altijd voorzien van groenten en bloemen uit de naastgelegen moestuin.
• U kunt in de omgeving van het kasteel heerlijk wandelen. Van het kasteel door de uiterwaarden van de rivier de Rijn en terug loopt een struinpad. Eventuele honden mogen aangelijnd mee.

Entreebewijs Kasteel Doorwerth

Entree
Volwassenen betalen € 11,50 per persoon.
Kinderen van 4 t/m 18 jaar betalen € 5,25 persoon.
Kinderen 0 t/m 3 jaar zijn gratis.
Museumkaarthouders en donateurs van het Geldersch Landschap & Kastelen hebben gratis toegang tot het kasteel.
Parkeren bij het kasteel is gratis.

Openingstijden
Het museum in Kasteel Doorwerth is van dinsdag t/m zondag van 11.00-17.00 uur geopend. Op maandag is het museum in het kasteel gesloten. Tijdens schoolvakanties is het kasteel ook geopend op maandag.
Tijdens feestdagen is het museum van Kasteel Doorwerth geopend, met uitzondering van Koningsdag, Eerste Kerstdag en Nieuwjaarsdag.
De winkel in het kasteel is zonder entreebewijs toegankelijk.

Bereikbaarheid
Via de snelwegen A50 en de A12 is Kasteel Doorwerth goed bereikbaar. Uw auto parkeert u gratis op de parkeerplaats naast het kasteel.
Met het openbaar vervoer is het kasteel ook bereikbaar. Per bus bereikt u het dorp Doorwerth vanaf station Arnhem. U stapt uit bij de bushalte Doorwerth Winkelcentrum de Weerd of bushalte Heveadorp Veerweg. Vanaf daar is het ongeveer een kwartier lopen naar de ingang van Kasteel Doorwerth.

Adres
Kasteel Doorwerth
Fonteinallee 2b
6865 ND Doorwerth
Telefoon: 026 - 33 97 406
E-mail:
Website:
Logo Kasteel Doorwerth


Voor meer foto's van Kasteel Doorwerth, zie: foto's Kasteel Doorwerth.




Volg JTravel op Facebook, Instagram, Twitter en Pinterest.



Deel dit artikel: