Header Texel 2017 / Copyright © JTravel.nl

Programma voor vandaag:
Vandaag een bezoek aan De Waal, het Cultuurhistorisch Museum Texel en De Koog.

Overnachting: Hotel Beatrix - De Koog. (Voor foto's van het hotel, zie Foto's Hotel Beatrix).



Ik heb tot 05.00 uur heerlijk geslapen, maar daarna heb ik een uur wakker gelegen. Gelukkig ben ik wel weer in slaap gevallen. Het regent, bah hoop dat het straks droog wordt. Om 08.30 uur ben ik weer wakker. Ik check het weer op buienradar.nl en volgens de voorspelling zal het vanaf ongeveer 10.00-11.00 uur voor de rest van de dag droog moeten zijn. Ik blijf nog even in bed liggen, om 08.50 uur sta ik op. Ik kleed me en loop naar beneden voor het ontbijt. Het is nu droog buiten. Ik eet bij gebrek aan pistoletten een kaiserbroodje en een krentenbroodje met roomboter en drink een glas jus d'orange en een kop koffie. Ik zit met 2 Duitse dames in de ontbijtruimte, meer gasten zijn er vandaag niet. Als ik terug ben op mijn kamer doe ik rustig aan, ik surf wat op internet, lees mijn e-mails en pak mijn tas voor vandaag in. De kamer is in de tijd dat ik beneden aan het ontbijt zat, schoongemaakt. Ik begin al vast aan mijn reisverslag van deze dag, dit omdat het buiten regent en ik wil wachten dat het droog wordt. Een deel van de ochtend lees ik een paar nieuwsapps en dan lijkt het eindelijk droog te worden, het is ongeveer 11.00 uur als ik mijn spullen pak en naar de Jumbo supermarkt fiets. Ik moet hier brood halen, want in De Waal bevindt zich geen supermarkt of andere winkel. Het is inderdaad droog, maar er staat een fikse wind. Vanuit de Jumbo supermarkt fiets ik een stukje over de Pontweg tot aan de afslag Pijpersdijk. Vanaf de Pijpersdijk neem ik vervolgens het fietspad naar De Waal. Ik heb het idee dat ik aan het omfietsen ben, maar ik kom na een rit van 6 kilometer uit op de Bomendiek, hier heb ik het een en ander over gelezen, maar ik vind het niet bijzonder. Ik kom in De Waal uit voor de kerk en bij het Cultuurhistorisch Museum Texel. Voor het museum zet ik mijn fiets neer en loop ik terug naar het beeld van de Sommeltjes en naar de kerk. Na het maken van een paar foto's en het uitrusten op een bankje naast het beeld van de Sommeltjes, loop ik naar het Cultuurhistorisch Museum Texel. Hier betaal ik de entree van € 4,50. Ik loop de tentoonstelling 1-15 op de juiste volgorde af. De tentoonstelling is anders dan vorig jaar. Dit jaar gaat de wisseltentoonstelling over vervoer met rijtuigen van vroeger.

 

Onderstaand zijn een deel van de vele teksten zoals die in het museum te lezen waren, ik heb deze informatie gefotografeerd en thuis overgetypt:

1 = Sommeltjesberg & Romeinen op Texel / De Waal in 1742
2 = Rundveehouderij
3 = Schapenhouderij
4 = Wisseltentoonstelling, thema vervoer
5 = Binnenplaats
6 = Stolpboerderij
7 = Paardentuigen
8 = Wagenmakerij
9 = Vervoer
10 = Geloven op Texel
11 = Aan de rij
12 = De strijd tegen het water
13 = Smederij
14 = De rol van de vrouw in het boerenbedrijf
15 = Vlas

Expositie 1 = Het Sommeltjesbergje en de Romeinen op Texel
In 1777 spitte een boerenknecht het Sommeltjesbergje bij De Waal af om de vrijkomende grond als bemesting over het land te spreiden. Tot in de 19e eeuw werden voor dat doel terpen in Friesland, in Noord-Holland en ook op Texel afgegraven.
Het Sommeltjesbergje was een Romeinse grafheuvel, met daarin grafvondsten, zoals een bronzen ketel met daarin als grafgiften: as, een bronzen wijnzeef, een mes, een speerpunt en bronzen onderdelen van een paardentuig.
Aan de binnenkant van de deksel van de ketel stond in kleine letters MATUTIO F. OP de wijnzeef stond ADRIAXIUS F. Dat zijn de namen van de makers. De F is een afkorting voor faecit, dat betekent maakte. De Haagse kunstschilder Pieter van Cuyck bewonderde in 1779 de vondsten en tekende de voorwerpen na.

De noordwestelijke grens van het Romeinse Rijk werd van circa 50 tot 250 na Christus gevormd door de Limes: de Nederrijn, vanaf Nijmegen via Utrecht, Woerden en Leiden tot de Noordzee.
De bewoners van de gebieden ten noorden van die grens, de Friezen, vielen buiten de directe invloedssfeer van de Romeinen, maar waren er nauw mee verbonden: ze dreven handel met de Romeinen en sommigen waren soldaat in het Romeinse leger.
De voorwerpen uit het Sommeltjesbergje zijn daar stille getuigen van.

Romeinse munten en andere voorwerpen uit die tijd worden nog steeds op Texel gevonden op plekken waar destijds bemiddelde mensen woonden, op plekken waar grond van afgegraven terpen over het land verspreid werd en langs toenmalige wegen en paden.

Het dorp De Waal in 1742
In 1742 bestond het dorp De Waal uit een gereformeerde en twee doopsgezinde kerken, twee armenkamers en 39 'huizen', gebouwen waarin (ook) gewoond werd. Drie daarvan stonden leeg, waaronder het huis van de schoolmeester.
De Waal was oen een dorp van boeren: van de 36 bewoonde huizen werd in 17 boerenbedrijf uitgeoefend. Het was ook een drop van weduwen: in 12 huizen woonden alleenstaande vrouwen met en zonder kinderen; van sommigen was de man op zee gebleven.

De rundveehouderij in het Cultuurhistorisch Museum Texel in De Waal

Expositie 2 = Rundveehouderij
Tot ver in de 19e eeuw werden er op de Texelse boerenbedrijven slechts 1 tot 5 melkkoeien gehouden, in allerlei kleurslagen. Het meeste rundvee werd gehouden voor de vetweiderij (voor de vleesconsumptie) en voor de aanfok van jong melkvee ten behoeve van de gespecialiseerde melkveebedrijven in Noord-Holland. Pas met de oprichting van de zuivelfabrieken rond 1900 werd speciaal voor de melkproductie gefokt. Sinds die tijd hebben de Texelse boeren een uitstekende reputatie als fokker van zwartbont melkvee. Vanaf circa 1995 stapten er als gevolg van de Europese landbouwpolitiek weer enkele veehouders over van melkvee op zoogkoeien/vleeskoeien en zo kwamen er weer allerlei kleurslagen rundvee op Texel.

Expositie 3 = Schapenhouderij
Texel wordt vooral geassocieerd met schapenhouderij. Texel, schapeneiland. Het Texelse schapenras 'de Tesselaar' is wereldbekend. Ooit waren schapenkaasjes en wol de belangrijkste exportproducten van Texel. De Texelse schapenkaas was al in de Middeleeuwen ver buiten Texel beroemd. Tegenwoordig wordt de schapenteelt vooral voor zuivelproductie (kaas) en consumptie (lamsvlees) gehouden, omdat het scheren van de schapen inmiddels bijna evenveel kost als de wol opbrengt. In het museum wordt een film getoond van de schapenhouderij op Texel omstreeks 1948. Daarnaast kan iedereen zien hoe de Texelse pielsteert, het oude Texelse schapenras, in de loop der tijd veranderd is in de huidige Texelaar.
Vroeger werden op Texel schapen gehouden voor de wol en om schapenkaas te maken. Al in de 15e eeuw was sprake van export van Texels schapenkaas naar Deventer en het buitenland. Texelse groene schapenkaas was in binnen- en buitenland beroemd.
De Pielsteert, het oude Texelse schapenras, was een sober dier, het wierp één lam per jaar, gaf veel wol en melk, maar het was geen vleesschaap. In 1561 waren ongeveer 25.000 stuks schapen, rammen, lammeren en weren op Texel. Maar Texel was toen ongeveer half zo groot als nu. In 1963 telde Texel ruim 45.000 en in 2014 ruim 25.000 schapen, inclusief lammeren en rammen.
In de 19e eeuw groeide de vraag naar schapenvlees en daalden de opbrengsten van schapenkaas. Daarom begonnen vanaf ongeveer 1830 Texelse schapenboeren vleesrijkere schapen te fokken, die bij voorkeur twee lammeren wiepen. Daarvoor werden vleesrijke Leicester- en Lincoln rammen geïmporteerd uit Engeland. Die werden gekruist met de Pielsteert. Kenners zien nog steeds hun invloed op het huidige Texelse stamboekschaap, maar de Pielsteert is uitgestorven. Wat niet veranderde, is de Texelse boer. Hij fokt wat de markt vraagt.

Expositie 4 = Wisseltentoonstelling
In deze ruimte wordt een expositie gehouden die elk jaar wisselt van thema. In 2017 was het thema vervoer.

Expositie 5 = De binnenplaats
Op weg naar de kleine stolp komt u over de binnenplaats. Daar zijn een aantal bezienswaardigheden. U ziet een ouderwetse poepdoos, een houten hok, met daarin een zitplank met een gat en daaronder een emmer. Daar achter staat een originele houten waterpomp. Op de binnenplaats staat ook een stukje van de voor Texel zo kenmerkende tuunwal, de uit graszoden opgebouwde perceelafscheiding. Hier ziet u hoe zo'n tuunwal wordt gebouwd. Tenslotte staat er nog een opslag van iepenhout ten behoeve van de wagenmakerij.

De binnenplaats in het Cultuurhistorisch Museum Texel in De Waal De keuken in de stolpboerderij in het Cultuurhistorisch Museum Texel in De Waal

Expositie 6 = Stolpboerderij
In een authentieke stolpboerderij is te zien hoe agrariërs rond 1900 (en nog lang daarna) op Texel leefden. De stal, het zomerkeukentje in een stalletje (staplaats voor 2 koeien), de wasruimte en de kamer met bedsteden bevonden zich in een, naar onze huidige maatstaven, kleine ruimte. Meer ruimte was er op de deel, die gebruikt werd voor wagenberging en zuivelbereiding. U ziet hier: de wasafdeling met wasschommel, wasketels en wringers, de stal waarin de koeien 2 aan 2 in zogenaamde stalletjes stonden, het hooivak, waarin hooi wordt opgeslagen voor de winter en de zomerkeuken, in een stalletje. In het tweede vertrek ziet u de kamer anno 1900 met 2 bedsteden en in het derde vertrek ziet u diverse boerengereedschappen, een broedmachine om eieren uit te broeden, een kaapstander om het vierkant (de gebinten) van een stolpboerderij te stellen. Let op het dak: aan de binnenkant is riet (vlacht), ter isolatie en om vocht te reguleren, bevestigd; daar boven liggen dakpannen. Op de deel (op zijn Tessels de rijing) staat een lammerenwagen voor het vervoer van lammeren naar de lammerenmarkt en naar de haven.
Kaatje 5, Guurtje 5, Aagje 1 en Guurtje 4 lopen nu in de wei. In hun lege stalletje staan de lege inmaakpotten en een Keulse pot met een restje zuurkool, een waterfilter en een vleeskuip.
In november wordt er weer een varken geslacht. Het vlees wordt gezouten en gedurende de winter bewaard in de vleeskuip. Ham en spek worden na het zouten in de schoorsteen gerookt, net als de zelf gemaakte worst.
In het laatste stalletje is een keukentje ingericht. Tot het midden van de 19e eeuw werd op een turfvuurtje gekookt. In de rood aardewerken vuurtest ligt nog een turf. Voedsel in een kookpot op zo’n test met daarin een smeulende turf werd heel langzaam gegaard.
Vanaf het midden van de 19e eeuw werd op petroleumstellen gekookt. Ook de bakoven past op een petroleumstel. In de hooikist, links op de grond, werd rijst en gort gegaard.

Expositie 7 = Paardentuigen
In het museum zijn een groot aantal paardentuigen uitgestald. Op Texel waren paarden zeer belangrijk voor de werkzaamheden op het land. Hierover wordt een film vertoond. Daarnaast wordt tegenwoordig op Texel zeer veel aan paardensport gedaan. U ziet hier kinderspeelgoed, door kinderen gebruikt, met een ingespannen schaap of een geitenbok, enkele mooi bewerkte schamels (onderdeel van een boerenwagen, de wieldam), een vitrine met paardenbitten en andere onderdelen van paardentuigen, een overzicht van vele soorten hoefijzers, naaimachines en een leest voor het vervaardigen of repareren van tuigen en zadels en schaalmodellen van wagens die door paarden werden getrokken.

Expositie 8 = Wagenmakerij
In het museum is een wagenmakerij ingericht met originele werktuigen, gereedschappen en mallen afkomstig uit wagenmakerijen op Texel. Die vakmensen hielden zich bezig met het maken en onderhouden van alle op Texel gebruikelijke houten wagens. De wagenmaker werkte nauw samen met de smid, onder andere bij het vervaardigen van wagenwielen.

Rond 1900 begonnen wagenmakers delen van hun werkzaamheden te mechaniseren: De vlakbank verving de schaaf. De draaibank verscheen om wielnaven en spaken te maken. De boormachine verving de lepel- en fretboren. En de lintzaag (de hoge zaag tegen de wand) verving kort na 1900 de hand- en de spanzaag.
Na de Eerste Wereldoorlog werden, vooral door de gunstige wisselkoers tussen Nederlandse gulden en de Duitse mark, veel machines uit Duitslang geïmporteerd. Dat was in Nederland een impuls voor verdere mechanisatie. Vanaf die tijd kostte het maken van een boerenwagen de wagenmakers en de smid niet meer vier tot zes weken aan arbeid, maar slechts twee weken.
De meeste arbeidsbesparing werd geboekt door het gebruik van een wagenmakersdraaibank. Dat is een speciaal voor wagenmakers ontwikkelde draaibank, met diverse hulpstukken en de mogelijkheid voor draaien, boren en steken. Het exemplaar rechts van u werd oorspronkelijk met behulp van drijfriemen door een elektromotor aangedreven. De draaibank is van een onbekend Duits fabricaat en de elektromotor van het merk EMF, wat vanaf 1918 gevoerd werd door Willem Smit & Co's elektromotorenfabriek Dordt in Dordrecht (1910-1977). Deze draaibank met toebehoren is in bruikleen van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem.

Expositie 10 = Geloven op Texel
Het geloof speelde in de 16e t/m 19e eeuw op Texel een veel grotere rol dan tegenwoordig. Het was bepalend door de belevingswereld van de mensen, het bepaalde hun dag- en weekindeling, hun kalenderfeesten, hun kleding en kalenderfeesten.
Zo werd tijdens het vasten tot en met de 18e eeuw ongeveer de helft van het jaar geen vlees gegeten.
Zo werden overstromingen vernoemd naar de naamdag van de heilige of het kalenderfeest: de Sint Jeronimusvloed van 30 september 1514, de Allerheiligenvloed op 1 november 1570 en de Sint Pontiaansvloed van 3 mei 1552, waaraan op Texel de dijkdoorbraken (weeltjes) in het Waalenburgerdijkje herinneren.
En Bijbelse taferelen, van kunstvoorwerpen tot gebruiksvoorwerpen, stoffeerden tot ver in de 19e eeuw de westerse wereld.

Het 16e eeuwse schilderij als symbool van de middeleeuwse beeldcultuur.
De Statenbijbel is een ijkpunt van de calvinisten.
De Bijbel aan de wand en in huis zijn illustratief voor de 17e en 18e eeuwse educatieve beeldcultuur van doopsgezinden, katholieken en gereformeerden.
Het doperse wandbord is een representant van de moderne vrijzinnige doopsgezinden en de zouaaf staat symbool voor het 19e eeuwse rooms-katholieke reveil.
Tenslotte illustreert de Nederlands- Hebreeuwse prent de assimilatie van joodse mensen op Texel.

Het schilderij 'De Aanbidding der Koningen'
Deze voorstelling staat ook bekend als De Aanbidding des Heren: de drie wijzen of koningen uit het oosten bieden Jezus hun kostbaarheden aan.
Over de schouders van de restaurateurs kunt u zien hoe ze het paneel weer in oude luister herstelden. Kijkt u met hen mee? Aan de hand van de gebruikte pigmenten concludeerde de restauratrice dat dit schilderij tussen 1560 en 1580 vervaardigd is. Daarmee is dit paneel het oudste roerend cultuurhistorisch erfgoed van Texel.

Expositie 11 = Aan de rij
De tilbury en de brik waren in de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw de rijtuigen voor boeren, artsen en veeartsen op Texel. De boeren gingen er mee naar de kerk, bruiloften, begrafenissen en verjaardagen. De huisarts reed zijn visites er mee en de veearts ook. De dominee liep – hij kon zich geen paard en rijtuig permitteren. Een tilbury heette op Texel kortje. Kortjes reeje is Texels voor ringsteken: de man ment en de vrouw probeert een lange stok of lans door een ring te steken dei aan een over de weg gespannen touw bevestigd is. Een brik is comfortabeler en ruimer dan een tilbury; een brik was ook duurder.

De tilbury werd veel gebruikt bij de landelijke bevolking, de boeren. Meestal zijn deze rijtuigen gemaakt door plaatselijke wagenmakers of kleine rijtuigfabrikanten. Het type komt officieel uit Engeland. Tilbury was een bekende Engelse rijtuigbouwer. Vaak zijn er ellipsveren in gebruikt, die aan de achterkant nog een buiging naar boven maken, wat de indruk geeft dat de bak op C-veren rust. Tilbury’s zijn vaak in wat lichtere kleuren gelakt.

Een lijkwagen in het Cultuurhistorisch Museum Texel in De Waal

De lijkkoets of rouwkoets is een fabricaat Melzig in Hinden, BRD, bouwjaar circa 1880; op Texel ook lijkwagen genoemd. Met semi-onafhankelijke vering en vrijwel alle toebehoren, zoals de zwarte gordijnen, de zandschep, de paardenhuik en het kistkleed. Deze lijkwagen is lang gebruikt in Ammerland, Oost-Friesland (BRD). Nadat hij op Texel arriveerde heeft hij dienst gedaan bij de uitvaart van een Texelse boer. Op Texel gebeurde het vervoer van het stoffelijk overschot per rouwkoets of lijkwagen. Ooit waren er 2 stuks op Texel: een vanaf 1911 bij de familie Kikkert (later Kalis) in Den Burg en de andere al eerder in Oudeschild. Voor de Oudeschilder rouwkoets aangeschaft werd, werden stoffelijke overschotten in een witte tentwagen vervoerd. Het gebeurde wel dat in de kermisweek na een begrafenis eerst de baar verwijderd werd, waarna de kinderen van Oudeschild vervolgens met diezelfde wagen naar de kermis in Den Burg gebracht werden, zo vertelde J. Bruin uit Oudeschild in 1936 bij zijn afscheid. Hij was toen ruim 53 jaar koetsier van de lijkkoets geweest. In 1936 adverteerde C. Kalis uit Den Burg met 'begrafenissen per auto of lijkkoets'.

Texelse stalhouders, een huisarts en verschillende boeren gebruikten tussen 900 en 1940 een brik, ook kerkbrik genoemd. De laatste Texelse brik werd in 1952 verkocht bij een boelhuis op de Wezenplaats en verdween van Texel. De brik in het museum is afkomstig uit Bergen en vervaardigd door Jac Met in Alkmaar. Er reden veel tilbury's, tentwagens en brikken van dit fabricaat op Texel. Jac Met stond hier heel goed bekend!

Enkele stalhouders gebruikten de brik voor personenvervoer tussen de dorpen en de TESO-boot in Oudeschild. Zo vroeg C. Kooiman in 1911 aan de Gemeente Texel 400 gulden subsidie per jaar om op werkdagen, dat was toen van maandag tot en met zaterdag, met zijn 6-persoons brik ’s middags van Oosterend, via De Waal en Den Burg naar de haven van Oudeschild (v.v.) te rijden.

Van 1863 – 1923 werden voor het vervoer op Texel paarden gebruikt. In 1923 kwam het busvervoer op gang. Thijs Reuvers in De Cocksdorp begon toen met een busdienst De Cocksdorp – Oosterend v.v. In datzelfde jaar startte E.S. Boekel in Den Burg met een busdienst Den Burg – Oudeschild v.v. en een jaar later in 1924 met een busdienst Den Burg - De Koog v.v. Beide firma's werden in 1942 overgenomen door Teso. Teso reed al het openbaar vervoer op Texel tot 1971. In dat jaar werd AOT (Autobusonderneming Texel) opgericht, waarvan 50 eigendom was van Teso en 50% van de Gemeente Texel. In 1982 nam NZH (Noord- en Zuidhollandse Vervoermaatschappij) de aandelen van Teso over en in 1989 volgde de overname van de aandelen van de gemeente Texel. Vanaf toen reed NZH al het openbaar vervoer op het eiland. Tien jaar later, in 1999, werd de naam NZH gewijzigd in Connexxion. Deze maatschappij regelt alle vervoer in Noord Nederland en is ook elders in Nederland actief. Tegenwoordig wordt op Texel lijn 28 Boot-Burg-Koog v.v. uitgevoerd door Connexxion. Het overige openbaar vervoer wordt verzorgd door Texelhopper.

Expositie 12 = Strijd tegen het water
Eeuwenlang al voert Texel strijd tegen het water. Vanuit de pleistocene kern, de keileembult met de Hoge Berg als centrum, veroverden de oude Texelaars met wisselend succes steeds meer land op zee. Maar ook het binnenwater moet beheerd worden. In het museum wordt getoond hoe dijkaanleg in het werk gaat, hoe de waterhuishouding in de polders wordt beheerst en ziet u een impressie van de watersnoodramp in 1953 op Texel. U ziet: foto's van de watersnoodramp in 1953. Een oude Waterschapstembus die gebruikt werd bij de verkiezing van waterschapbestuurders. De bodebus van het voormalige Waterschap de 29 Gemeenschappelijke Polders en diverse afbeeldingen. De bedijkingsgeschiedenis van Texel met dwarsdoorsneden van wierdijken. Dat zijn dijken waarvan het dijklichaam grotendeels uit zeegras bestaat. Driewielde kar voor het vervoeren van zand, klei, stenen en basaltblokken. Daarnaast de driepoot: een hijsinstallatie voor het plaatsen van zwerfstenen en basaltblokken in het dijktalud. De driepoot is boven een gezet steenstuk geplaatst. Een schaalmodel van molen 'Het Noorden' en rechts daarvan de deur naar de smederij. Tegen de achterwand een impressie van de strijd tegen het binnenwater.

Bij de inpoldering van de polder 't Noorden bleek een molen nodig te zijn voor de afvoer van overtollig water van deze polder en de daarachter gelegen polder Waalerbrug. Ook de achterliggende polder Eierland wilde daar op af kunnen wateren. Dat resulteerde in de bouw van een watermolen met houten vijzel in 1878 door molenbouwer De Vries uit Den Helder en de aanleg van een uniek spuisysteem met drie boezems en een drievoudige spuisluis. In 1928 werd de molen voorzien van stroomlijnwieken van het Dekkersysteem en de vijzels vervangen door pompen. Inmiddels heeft een gemaal het werk overgenomen, maar de molen draait nog vrijwel iedere zaterdag. De molen is een achtkantige bovenkruier, een zogenaamde grondzeiler die vanaf de grond kan worden bediend. Er is een kleine, niet meer bewoonde woning in de molen. De molen is eigendom van de Vereniging de Hollandsche Molen en is een plaatje!

De meeste Texelse polders loosden vroeger hun overtollige water met behulp van sluizen. Dit kon alleen gebeuren bij laag water: Het zeewaterniveau moest immers lager zijn dan het polderniveau. Bij langdurige regenval en harde noordwestenwind stonden deze polders regelmatig gedeeltelijk onder water: dan kon niet gespuid worden. In 1864 waren er slechts 3 polders met windmolen: Het Hoornder Nieuwland, de Prins Hendrikpolder en Waalenburg. Dat bleef zo toto 2 jaar na de inpoldering van 't Noorden. De eerste steen gelegd 12 augustus 1878 door Sijbr. Keijzer Pz., secretaris van het Waterschap de negenentwintig gemeenschappelijke polders te Texel, zo staat te lezen op de gedenksteen in de veldmuur van deze molen. Contractueel was vastgelegd dat 't Noorden ook het water van Eierland, Waalenburg en de Eendracht moest opnemen en lozen. Zo ontstond een waterstaatkundig interessante situatie: 1 binnenboezem direct voor de sluis en 2 binnendijkse dijkkanalen die als grote binnenboezems dienst deden. Deze oplossing was vanaf de 17e eeuwse Wieringerwaard tot en met de laat 19e eeuw Texelse polder 't Noorden karakteristiek voor de Noordhollandse bedijkingen. Het model van de molen van 't Noorden is gemaakt door A. Kieweit. De tekening van het binnenwerk is gemaakt door N. Koorn-Kikkert.

De smid aan het werk in zijn smederij in het Cultuurhistorisch Museum Texel in De Waal

Expositie 13 = De smederij
Het museum beschikt over een volledig ingerichte historische smederij. De meer dan 100 jaar oude smederij van Paagman stond in Eierland bij de kruising Nieuwlanderweg-Postweg. Toen deze eenmaal was verhuisd naar De Waal was de legendarische Jan Kiljan de eerste smid in het museum. In de smederij brandt het oorspronkelijke smidsvuur waarmee vroeger de ijzeren banden om de wagenwielen werden gekneld en hoefijzers op maat werden gemaakt. Er is een indrukwekkende opstelling van verschillende werktuigen (slijpsteen, zaagmachine, boor en draaibank) die met behulp van lange aandrijfriemen door één elektromotor worden aangedreven. Elke dinsdag- en woensdagmiddag (14.00-16.00 uur) geven de smeden een demonstratie.

Expositie 14 = De rol van de vrouw in het boerenbedrijf
Texelse boerinnen waren hun gewicht in goud waard: Ze kaasden en maakten boter en verdienden daarmee ongeveer de helft van de inkomsten van de boerderij. Daarnaast mestten ze de varkens vet, voerden kippen en het jongvee, verwerkten in de herfst de slacht en de inmaak, bakten brood en kookten eten, naaiden en verstelden kleding en beddengoed, breiden, hielden de boerderij schoon, witten de muren in het voorjaar en hielpen ’s zomers met de hooi-oogst. Tot en met de 19e eeuw overleden vrouwen nog wel eens in het kraambed. Een boer hertrouwde dan zo snel mogelijk, want een huishoudster, toen een meid genoemd, kostte geld en kon de benen nemen. Een goed kazende echtgenote bracht geld op, ze bleef en samen zorgden ze voor nageslacht, dus continuïteit voor het bedrijf. Op het schilderij een welvarende Texelse boerenfamilie, in 1812 geportretteerd. De boerin is in lichte rouw: ze heeft het jaar daarvoor een kind verloren. Hun welstand blijkt vooral uit de kleding en de kanten kap van moeder en dochter, met gouden oorijzer en sieraden.

Een weefgetouw in het Cultuurhistorisch Museum Texel in De Waal

Expositie 15 = Vlasverwerking
In de 19e eeuw kwamen boeren van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden in de nieuwe polders op Texel. Zij herintroduceerden de vlasteelt op Texel. Het vlas werd op het land getrokken, gebost en verscheept naar Zuid-Holland, Zeeland en Vlaanderen ter verdere verwerking: Het verwijderen van de zaadbollen heet repelen. Links op de vloer staat een grote repelkam. Zwaar zaad werd gebruikt als zaaigoed, licht zaad o.a. voor de lijnolie. Bij het roten worden de lijmverbindingen die de vlasvezels verbinden met de houtachtige stengeldelen opgelost. Dauwroten op het land duurt enkele weken, roten in koud stromend water gaat sneller en roten in warm water kost nog minder tijd. Daarna wordt het vlas gedroogd. Bij het braken met een book- of beukhamer of een braakmachine worden de losse houtdelen gebroken en deels verwijderd. Het vlaslint is flexibel en wordt hierbij niet beschadigd. Op de vloer staan twee vlasbraken. Bij het zwingelen worden de resterende houtvezeltjes verwijderd. Dat is een stoffig werk, waarbij veel arbeiders longemfyseem opliepen. Daarna werden de knotten gedraaid en verzameld tot een steen van 2,82 kg. Tenslotte volgde de opmaak: het verwijderen van de laatste ongerechtigheden met een hekel of vlaskam om de losse slierten en knopen te verwijderen. Hier ziet u drie vlakke 19e eeuwse vlashekels en een hekel op een voetstuk. Nu is het vlas klaar om gesponnen te worden. Vervolgens wordt het vlasstro gedroogd. Daarna begint het braken. Daarbij worden handmatig met een bookhamer of machinaal met een brakel, een soort wringer, de houtpijp in de stengel gebroken. Bij het zwingelen worden de houtdeeltjes met een zwingelmolen verwijderd. Bij dit stoffige werk lopen veel arbeiders stoflongen op en overleden op jonge leeftijd. Tenslotte wordt het vlaslint opgemaakt: De topeinden die vaak in de war zitten worden gekamd, gehekeld: over de hekel gehaald, glad en glanzend gestreken van onderen een slag gedraaid en van boven tot een tuitje, een pop samengebonden. Daarna is het vlaslint klaar om gesponnen en tot linnen of lijnwaad geweven te worden. Vlasvezels worden tot 5 cm lang. Ze zijn duurzaam, warmtegeleidend, voelen koel aan en nemen goed vocht op. door de dikke wanden van de vezelcellen is linnen stugger en kreukt sneller dan katoen. Overigens is niet alle linnen vlaslinnen: graslinnen is een katoenweefsel. Het vlas wordt over de hekel gehaald, de laatste onrechtmatigheden worden verwijderd en tenslotte wordt het vlaslint samengebonden in de vorm van een pop met een gewicht van één steen ofwel 2,82 kg. Dan is het vlaslint klaar voor de verkoop aan de spinnerijen.

 

De tentoonstellingen 14+15 zijn boven. In de smederij zijn twee smeden aan het werk. Leuk om te zien. Ze stoken op kolen. Ik vind de paardentuigen en wagenmakerij het minst interessant en de binnenplaats en stolpboerderij het interessants, maar ook de tentoonstelling over de rol van de vrouw is interessant, dit omdat er zoveel herkenbare dingen zijn. Het is een leuk museum met veel vintage spullen en veel herkenbare dingen. Als ik alles gezien heb, loop ik naar buiten en op een bankje bij het beeld van de Sommeltjes eet ik een paar, in De Koog gekochte krentenbollen.

De kerkdeur staat open, ik ben nieuwsgierig en loop de kerk binnen. Ik ben naast de sleutelbeheerder de enige die in de kerk is. Ik krijg van hem uitleg over deze kerk. Dit is niet de originele kerk, want die kerk is in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Russenoorlog in 1945 door de Duitsers kapotgeschoten. Deze huidige kerk is in 1952 herbouwd. Het orgel is aangeschaft voor 13.000 gulden en het andere orgeltje, in het liturgisch centrum, heeft een gemeentelid zelf gebouwd en bespeeld. De lokale smid heeft de banken gemaakt, hij is bij de watersnood in 1953 op Texel omgekomen net als vier andere inwoners van De Waal en een inwoner uit Den Burg. De graven van de inwoners uit De Waal zijn op de eerste rij op het naastgelegen kerkhof te vinden. Er komen ongeveer 40 mensen naar de kerkdienst die hier 1x per 3 weken wordt gehouden. De andere keren worden de kerkdiensten in de hervormde kerk van De Koog of Den Hoorn gehouden. Ik maak, met toestemming, een paar foto's van het interieur en loop dan langs de graven op het naastgelegen kerkhof, het dorp in.

De kerk van De Waal Sommeltjes buiten De Waal

Ik loop het Hogereind af, da's maar een klein stukje. Halverwege, schuin tegenover het museum, raak ik aan de praat met een mevrouw die onkruid aan het wieden is en die schitterende stokrozen naast haar huis heeft staan, waaronder een dubbele. Deze ken ik niet. Net als elders op het eiland zijn hier in De Waal ook weer heel veel stokrozen in allerlei kleuren te vinden.

Als ik in De Waal uitgekeken ben, fiets ik naar de Bomendiek. Ik heb nog een wandelroute, die volgens een medewerker van het Cultuurhistorisch Museum Texel, ook te fietsen is. Ik besluit deze route te fietsen, maar moet ook een stukje lopen, omdat dit deel van de tocht dwars door een grasland gaat en ik daar niet kan fietsen. Ik kom uit bij de Sommeltjes bij een picknickplaats. Hier ben ik op weg naar Oudeschild ook langs gefietst. Ik fiets verder. Op een gegeven moment fiets ik tegen de wind in door de landerijen en kom uit op De Staart. De route geeft aan dat ik naar rechts moet maar ik besluit linksaf te gaan, want die route gaat naar De Koog en deze fiets-/wandelroute vind ik niet bijzonder. Via De Staart gaat het na de rotonde over in de Pijpersdijk. Het stuk tot aan de Pijpersdijk is tegen de wind in zonder beschutting van bomen en bebouwing. Vanaf de Pijpersdijk staan er bomen langs de kant van de weg die de wind tegenhouden. Dat gaat iets makkelijker.

Via de Pontweg arriveer ik om 16.10 uur in De Koog. Naast de Jumbo supermarkt parkeer ik mijn fiets en loop het overdekte deel van De Koog in. Ik kom uit tegenover de kerk. Ik bezoek in de Dorpsstraat een paar winkels. Wat mij opvalt (en dat was me vorig jaar ook al opgevallen) is dat het voornamelijk restaurants en woonaccessoires winkels zijn die hier gevestigd zijn. Voor de ketenwinkels moet je niet in De Koog zijn. Aan het eind van de Dorpsstraat loop ik de steile weg naar boven naar het strand. Hier waait het een beetje meer dan onderweg. Ik loop een stuk het strand op omdat ik de strandhuisjes wil fotograferen. Ook loop ik nog een pad op, omdat vanaf daar een mooi zicht is op de zee en het strand. Het is door de wind mooi weer voor de kitesurfers, maar het is geen strandweer.

Een tekst over Texel in een winkeltje in De Koog De kerk van De Koog

Strandhuisjes op het strand in De Koog Het strand van De Koog

Ik loop terug naar het dorp en loop door naar de Lidl waar ik een paar boodschappen doe. Als ik terug ben bij mijn fiets rijd ik terug naar het hotel. Daar aangekomen stal ik mijn fiets in het fietsenhok en op mijn kamer eet ik eerst een toetje uit de koelkast op. Daarna douche ik me. Na het douchen surf ik, voor ik me klaar maak om naar het dorp te gaan om te eten, nog wat rond op internet en check ik mij e-mail. Ik kleed me aan en loop naar restaurant Isola Bella. Ik heb zin in Italiaans eten. Het is er nu niet zo extreem druk. Ik besluit om binnen te gaan zitten. Ik kies vanavond voor een carbonara (roomsaus met ei en spek) met penne en een sprite. Het is heerlijk. Ik loop terug naar mijn kamer. Ik ruim mijn spullen op, check mijn e-mail en type dit reisverslag. Dan is het alweer bedtijd. Ik maak me klaar voor de nacht. Om 22.40 uur gaat het licht uit.

Het weer: zwaar bewolktzwaarbewolkt en veel wind, tot 11.00 uur regen; ± 18° C


 

Volg JTravel op Facebook, Instagram, Twitter, Pinterest en Bloglovin’.

 

Bewaar op Pinterest


Op dag 7 van mijn verblijf op Texel breng ik een bezoek aan De Waal, het Cultuurhistorisch Museum Texel en het strand van De Koog. Alles over de zevende dag van mijn verblijf op Texel lees je hier. Lees je mee? #texel #nederland #waddeneiland #dewaal #dekoog #cultuurhistorischmuseumtexel #strand #reisverslag #jtravel #jtravelblog

 

Deel dit artikel

Reacties mogelijk gemaakt door CComment