Header Texel 2016 / Copyright © JTravel.nl

Programma voor vandaag:
Vandaag een bezoek aan de zeehondenopvang Ecomare, ten zuiden van De Koog. In de middag naar Den Burg voor een bezoek aan de Oudheidkamer.

Overnachting: Fletcher Hotel De Cooghen - De Koog. (Voor foto's van het hotel, zie Foto's Fletcher Hotel De Cooghen).



Deze ochtend ben ik veel te vroeg wakker. Nadat gisteren het licht uitging, kon ik niet in slaap komen, het kussen is veel te dik en het matras te zacht. In de kast liggen een paar reserve handdoeken, die leg ik vanavond wel onder mijn hoofd, want ik word nu met nekpijn en hoofdpijn wakker. Gelukkig val ik nog wel weer in slaap. Na het opstaan kleed ik me aan. Het weer ziet het er goed uit. Het zonnetje schijnt. Om 09.40 uur loop ik naar het ontbijt. Er is veel keuze. Ik kies voor een paar boterhammen met scrumbled egg, een cracker met kaas en een kop koffie. Het is op dit tijdstip druk bij het ontbijt. Als ik na een half uur weer boven ben, maak ik me klaar voor vandaag. Bij de hotelreceptie vraag ik waar het fietsverhuurbedrijf is gevestigd. Dat is bij de Jumbo naast het Texaco benzinestation. Ik moet toch naar de supermarkt om mijn lunch te kopen. Eerst loop ik naar de Jumbo om daar een zak bollen en een pakje kaas te kopen. Drinken heb ik al in mijn rugzak zitten, dat had ik gisteren al bij de Lidl gekocht.

Als ik weer buiten sta, zie ik het fietsverhuurbedrijf tegenover de Jumbo. Ik meld me bij het fietsverhuurbedrijf en krijg, nadat ik mijn pasje voor een dag gratis fietshuur, die ik bij de check-in in het hotel had gekregen, heb afgegeven, een fiets toegewezen. Daarnaast krijg ik een bon met o.a. korting van 15% bij Ecomare. Dat komt goed uit, want dat is één van de dingen die ik vandaag wil bezoeken. In het dorp fiets ik in eerste instantie de verkeerde kant op en kom er dan ook achter dat er een geluid in mijn fiets zit. Als ik toch moet omkeren, ga ik eerst maar even terug naar de fietsverhuurder. Daar uitgelegd dat er een geluid in deze fiets zit. Ze doen niet moeilijk en ik krijg een andere fiets mee. Ik zie gratis plattegronden van Texel, die ik meeneem, evenals een kaartje met het telefoonnummer van het fietsverhuurbedrijf. Altijd handig om bij me te hebben voor het geval ik pech onderweg krijg.

Ik ga op weg. Ik heb een heerlijke fiets van Gazelle met zeven versnellingen. Ik fiets de Pontweg af en daarna kom ik via de Californiëweg bij Ecomare. Later zie ik op de kaart dat er een veel kortere route is, die begint op het fietspad achter het hotel in De Koog. Dit is ook goed, maar wel een stukje omrijden. Het is 11.30 uur als ik bij Ecomare arriveer. Op een groot parkeerterrein zet ik mijn fiets tegen één van de vele hekken. Er staan op dat moment nog niet heel veel fietsen. Vanaf het parkeerterrein met een hoek voor de fietsen, is het een stukje lopen naar de ingang van Ecomare. Niet ver van de ingang bevindt zich het insectenhotel.

Ik loop de entree binnen, hier is de receptie gevestigd waar de toegangskaarten te koop zijn en hier bevindt zich ook de souvenirwinkel. Daar kijk ik later wel. Ik wil eerst naar binnen. Met de 15% korting van het fietsverhuurbedrijf koop ik een entreeticket.

Het voeren van de gewone zeehonden in Ecomare Een rog in het zee-aquarium in Ecomare

Ik loop direct door naar buiten, want buiten worden de zeehonden gevoerd. De medewerker van Ecomare is op dat moment bij de grijze zeehonden. Ook de gewone zeehonden in een ander bassin worden gevoerd. Als het voeren van de zeehonden klaar is, loop ik terug naar het begin van de tentoonstelling binnen. Deze begint met een opgezette wollige neushoorn. De tentoonstelling wordt met nummers aangegeven en nummer 1 is Texel en nummer 2 strand en zee, zelf vind ik hier niet zo veel aan. Nummer 3 is veel interessanter. Dit is het zee-aquarium. Hier zijn levende vissen te zien en ook twee bruinvissen die via de glazen wand te zien zijn. Dit zijn de twee bruinvissen die ook buiten te zien zijn. Verder zijn hier vissen uit de Waddenzee en veel schelpen, schollen, roggen, krabben en andere zeevissen te zien. Nummer 6 is de walviszaal. De binnententoonstellingen vind ik leuk, maar ik kom voor het aquarium en vooral voor de zeehonden en de bruinvissen buiten. Ik loop naar buiten bij nummer 4. Dit zijn de buitenbassins met de zeehonden en de twee bruinvissen. De zeehonden hebben drie bassins, één met grijze zeehonden, één met gewone zeehonden en een bassin met adoptiezeehonden. Daarnaast is er een bassin met twee bruinvissen, die ik binnen ook al heb gezien.

Lunchen doe ik op het terras van het restaurant. Bij een picknicktafel van het restaurant eet ik een vers gekocht bolletje met kaas op en drink van het meegebrachte water. Vervolgens neem ik een kijkje bij de adoptiezeehonden.

Het voeren van de bruinvissen in Ecomare Bruinvis Michael wordt gecontroleerd in Ecomare

Om 13.30 uur worden de bruinvissen gevoerd. Deze twee bruinvissen heten Dennis en Michael. Tijdens het voeren krijgen ze van twee verzorgers vis en doen ze een beetje aan sport, zoals spelen met de frisbee. De verzorgers blijven ook niet op één plek zitten. Precies daar waar ik sta, wordt bruinvis Michael gevoerd. Spelenderwijs wordt hun buik op wondjes en andere beschadigingen gecontroleerd. Deze twee bruinvissen zijn zo jong gevonden dat ze niet meer in het wild kunnen terugkeren. Het is vandaag niet extreem druk, maar de meeste Nederlandse kinderen zijn al weer naar school. Het zijn vooral Duitse kinderen die hier rondlopen.

Als het voeren van de bruinvissen klaar is, loop ik naar het bassin van de grijze zeehonden en bij het bassin van de gewone zeehonden en blijf hier een tijdje kijken. Verschillende van de gewone zeehonden hebben hele enge ogen, ze zijn blind. Het ziet er bij sommigen best eng uit. Ik neem een kijkje bij de zeehondenopvang. Wat mij hier opvalt is dat deze zeehonden droog liggen. Ze liggen niet in het water maar op het beton. Ze liggen in diepe bakken, telkens 2 of 3, maar meestal 2 per bak. Ze koesteren het zonnetje. Via de zeehondenopvang loop ik naar de vogelopvang met o.a. jan-van-genten en een aalscholver die volgens een informatiebord niet meer in het wild kan leven. Hij doet ook een beetje spastisch met heen en weer gefladder en een hoop herrie. Zijn vleugels werken niet, waardoor hij niet kan vliegen, al denkt hij daar zo te zien zelf anders over. Via een paar ramen zijn zeehonden die nog in quarantaine zitten te zien. Deze zijn nog niet zo lang geleden gevonden.

Zeehondenopvang in Ecomare De inrichting van de plaggenhut in Ecomare

Ik ga naar nummer 5: het Duinpark. Ik loop hier de kinderroute van een kilometer, dat vind ik voor vandaag genoeg. Er is nog een langere route, maar de meeste mensen die hier lopen, lopen net als ik ook de kortste route. Ik breng een bezoekje aan een ingerichte plaggenhut, die hier te vinden is en daarna loop ik door een schitterend natuurgebied met veel heide en op een gegeven moment is de zee te zien. Er zijn verschillende uitzichtpunten waar kinderen opdrachten kunnen uitvoeren, zoals vliegen als een kiekendief of door een tunnel kruipen als een woelmuis. Vanaf het begin- en eindpunt van het Duinpark heb je een schitterend uitzicht over het terrein van Ecomare. Als ik weer bij het beginpunt ben, zie ik dat bij de zeehondenopvang de bassins nu vol lopen met water en dat de zeehonden kunnen zwemmen.

Voor ik vertrek bezoek ik de souvenirwinkel. Ik koop een paar kaartjes en een zeehondenmagneet voor mijn koelkast.

De kerktoren van de Burghtkerk in Den Burg

Via de Californiëweg fiets ik terug naar de Pontweg en fiets dan door naar Den Burg. Da's nog best een eindje fietsen. Maar ik zie al snel de kerktorens van Den Burg. Ik volg de borden VVV, want ik wil eerst langs het VVV kantoor. Ik neem wat gratis folders mee. De weg naar het centrum van Den Burg staat in mijn ogen niet heel duidelijk op de borden aangegeven, dat wordt even vragen bij het VVV kantoor. Het is heel makkelijk en het centrum is dan ook heel snel gevonden. Ik parkeer mijn fiets opzij bij de Hervormde Kerk. Het is 16.00 uur volgens de kerktoren. De kerktoren is helaas al gesloten voor bezoek.

Ik ga op zoek naar het Oudheidkamer. Deze bevindt zich een eindje verder op. Dit museum is in een oud huis gevestigd. Ik word hier heel vriendelijk door een oudere mevrouw ontvangen. Na het betalen van de entree krijg ik de uitleg van de verschillende kamers mee.

Onderstaand zijn de teksten zoals die in het museum te lezen waren, ik heb deze informatie in de Oudheidkamer gefotografeerd en thuis overgetypt:

De Oudheidkamer, een historisch woonhuis
'Wie zijn oren stopt voor het roepen der armen, God zal hem niet ontfermen'
Dit staat te lezen op de deurkalf boven de ingang. Deze tekst geeft aan dat dit gebouw uit 1599 oorspronkelijk een gasthuis was. Het bood onderdak aan arme, tijdelijk onbehuisde inwoners van het eiland en aan vreemdelingen, zoals zeelui en marskramers. Het gebouw stond vroeger buiten de gracht die Den Burg omringde. Voordat 's avonds de brug werd opgehaald, moesten de vreemdelingen die geen onderdak hadden, zich buiten de poort begeven. Men kon gratis drie nachten in het gasthuis verblijven. Er werd in het voorhuis gegeten en op de bovenverdieping werd overnacht. Het beheerderechtpaar woonde in het achterhuis. Nadien werd het gebouw een woonhuis. Rond 1900 woonde er het gezin Kalis. De man was koetsier op de diligence naar de boot die toen in Oudeschild aankwam. Na de restauratie in 1954, onder leiding van architect C.W. Rooyaards kreeg het huis de museale bestemming. Door schenkingen en bruiklenen van de Texelse bevolking werd de verzameling bijeengebracht. Deze bestaat uit vooral 19e eeuwse kunst- en gebruiksvoorwerpen, kleding, huishoudelijk textiel en meubilair. Zo werd het huis, met zijn prachtig ingerichte stijlkamers, weer een 'gasthuis', maar nu een voor voorwerpen.

Het voorhuis
De eikenhout kist is een bruidskist uit de 16e eeuw, op Texel gemaakt voor een meisje dat met een predikant trouwde. De kist kwam na haar dood weer op Texel terug. De kist heeft houten penverbinding en is versierd met cannelures en verhoogd lijstwerk. Op de kist staat een bel met het handvat van een schep. De bel werd tot in de oorlog gebruikt door I. Polak, de laatste omroeper van Den Burg. Het bureau is een eiken commodebureau uit 1750. Het kabinet uit 1750 is ingericht met beddengoed en lijfgoed. In de laden gedenkboekjes en poesiealbums van Texelse meisjes. In de kleine laden diverse brillen, horloges, schoentjes en kralentasjes. Op het kabinet twee grote vazen uit 1850 in Japanse stijl, maar vervaardigd in Bonn. De deur naar de opkamer is uitgevoerd in eikenhout dat op een speciale manier gezaagd is: het zogenaamde wagenschot. Het hout is waarschijnlijk hergebruikt en afkomstig uit een nog ouder huis, of kerk. Eikenhout kwam toen veelal uit Bohemen. De portretten: het grote schilderij met gouden lijst is Paulus Langeveld Kzn. 1794-1851. Hij was een van de bedijkers van de Eierlandse polder. Voorts twee portretten van onbekende personen, waarschijnlijk geschilderd door een rondreizende schilder. Het Texelse bruidje, geschilderd door Andries Warmoes in 1757, geeft een goed beeld van de kleding in die tijd. Een schilderijtje achter glas geschilderd uit de 18e eeuw van een onbekende Texelse vrouw. Men schildert achter glas het voorste eerst en daarna pas de achtergrond. De portretten van Martinus Langeveld, schout, en zijn vrouw Anna Maria Lijnslager. In de lade van het kabinet ligt een gedenkboekje uit 1786 dat speciaal voor hun huwelijk gedrukt is. Op de muur boven het kabinet twee onbekende personen in pastel en aan de rechter muur Cornelis Sijbrands Keijser (1814-1894), een boer die over zijn eigen land van De Waal naar Oosterend kon lopen. In de lade van het kabinet ziet u het dasje dat hij op het schilderij draagt. Boven de deur naar de opkamer het portret van een onbekende vrouw en rechts daarvan het portret van Pieter Sijbrands Keijser, burgemeester van Texel van 1840-1864, door S. Altmann. Achter de balie twee portretten van onbekende personen, geschilderd door Sijbrand Altmann 1822-1890, zoon van een hoofdonderwijzer te Den Burg. Er is ook werk van hem in het Rijksmuseum te Amsterdam. Hij was docent aan de Rijksacademie.

De opkamer
De opkamer is de verhoogde kamer boven de kelder. In dit huis werd het na de periode van het gebruik als gasthuis, de pronkkamer, of zondagse kamer. Hier werd het belangrijke bezoek ontvangen. In de 17e eeuwse bedstee, die ook weer is betimmerd met schotten van eikenhout, is een krib voor de baby en een beddenkwast om je aan op te trekken. Ieder jaar werd de strozak (matras) opnieuw gevuld met vers stro. Men sliep halfzittend. Daar worden meerdere redenen voor genoemd: maagklachten, angst voor longontsteking en angst voor de dood. Wanneer de twee soorten bloed uit het hoofd en uit het lichaam zich zouden mensen, zou dat dodelijk zijn. De vaste kast naast de bedstee heet de spinde, oorspronkelijk gebruikt voor het bewaren van gedroogd voedsel, zoals erwten, bonen, gort en meel. Voor de bedstee staat een bedbankje. Naast de bedstee hangt een kastje met kerfsnee versiering, bestemd voor kerkboeken en sigaren. Tegen de achterwand een pijpenrekje als huwelijkscadeau met snijwerk, de neorococo buffetkast (uit de tijd van Koning Willem III) is uitgevoerd in bloemmahonie. De kast had een spiegel om de siervoorwerpen nog mooier te laten uitkomen. De eikenhouten ladekast ertegenover is in Biedermeier stijl en wordt een chiffonnière genoemd. Oorspronkelijk voor het bewaren van stoffen die men altijd in voorraad had zoals de stof chiffon. De zogenaamde banjobarometer, gemaakt in Engeland is eind 19e eeuws. Het beeld van een Romeinse veldheer is van 1850 van Duitse makelij en uitgevoerd in gebronsd zink. De speeldoos is eind 19e eeuws. Aan de muur veel foto's van Texelaars: de familie Buis, Kortenhoeven, Eelman en Koorn. Het portretje van Treintje Kuiper 1829-1877 is versierd met haarwerk voorstellende een treurwilg, gemaakt van het haar van de overledene. Boven de speeldoos hangt een postzegelcollage uit 1912. Deze is gemaakt door kleermaker E. Van Leersum uit Den Burg. Hij maakte zulke collages op bestelling, maar men moest wel zelf de postzegels leveren. Op tafel staat een theeservies, een theedoos en een koekdoos ingelegd met parelmoer. Ook staat er een koperen keteltje bij. Het theedrinken kwam pas in de loop van de 17e eeuw in gebruik. Toen de thee in het begin van de VOC-tijd uit China werd meegenomen werd het eerst gebruikt als middel tegen allerlei kwalen. Later werd theedrinken een heel ritueel met speciale Chinese serviezen. Men zette sterke thee in een klein potje, de trekpot en schonk er steeds heet water bij. De theeblaadjes werden in een kom, die bij het servies hoorde, aan tafel uitgespoeld. De thee werd ook wel in de diepe schoteltjes gegoten om het sneller te laten afkoelen. Onder de tafel en op diverse andere plaatsen in het huis vindt u stoofjes, te verwarmen met een vuurtest, olie, of heet water. De ruimtes werden toen nog niet verwarmd. Men kleedde zich in huis warm en zat en met de voeten op een stoof.

De kelder
In de kelder bewaarde men het voedsel. Het was de koelste plek in huis. In de nis is het nog iets koeler. Daar werd het vlees, ingezouten, gerookt, of onder vest gezet, bewaard. Ook stond hier het pekelvat. Er staan gres (hard aardewerken) potten waarin men inmaakte in zout, of inlegde in azijn. Gres neemt geen smaak aan net zoals glas. Suiker was duur, maar daar kon men wel de levensduur van confituren mee verlengen. Pas rond 1900 werd het Wecken uitgevonden. Genoemd naar de uitvinder Weck. Wecken deed men in glazen potten die in speciale Weckketels werden verhit. Groente en fruit konden ook onbewerkt een tijdlang in de kelder worden bewaard. De amfora’s zijn opgevist door vissers in de Waddenzee.

De achterkamer
In de tijd dat het huis de functie van een gasthuis had, was dit de huiskamer van de voogd. En ook nu is de kamer ingericht als huiskamer. Links van de deur staat een cilinderbureau in Empirestijl uit 1813. Op dit bureau staat een zeer kostbare tafelklok naar Frans model, waarop ook de maanstand en eb en vloed te Rotterdam zijn af te lezen. (De woonplaats van de eerste eigenaar). In de pijpenstandaard staan pijpen die aan het bezoek werden aangeboden. Vaste gasten hadden hun eigen pijp in het rek. Aan de muur twee miniatuurtjes, geschilderd op ivoor, voorstellende het echtpaar Verberne uit 1820. Boven de deur naar het voorhuis hangen de portretten van de bewoners van het huis rond 1900, de heer Kalis en zijn vrouw. Let in de bedstee op het bijzondere kussen met een fotoafdruk op stof uit 1890. Boven de bedstee drie Chinese borden uit de 18e eeuw. De metalen vuurmand met vuurkorf en vuurkleed was bestemd voor het warm kunnen voeden en verschonen van de baby. De luiers werden als er alleen een plasje was gedaan, gewoon gedroogd zonder steeds te wassen. Aan de muur een beddenpan voor het voorverwarmen van het bed. De kast is een linnenkast, uitgevoerd in eikenhout, daterend uit 1677 en op Texel gemaakt, maar samengesteld met latere elementen. In de kast liggen de pronkstukken van de familie. Sinds de tijd dat men verre reizen maakte ontstond het gebruik om mooie en bijzondere voorwerpen uit te stallen. Wie er een kast mee kon vullen was een rijk man. Op de kast een opaline kaststel met klimop. Aan de muur een Friese klok met opzetstukjes van blik. Bij het raam een kakstoel voor het kleine kind met piespot en stoofje. Een naaitafeltje gevuld met diverse antieke naaiattributen. De schouw is pas bij de renovatie geplaatst en is afkomstig van een boerderij in Berkhout. Het is een Zaanse schouw, een zogenaamde smuiger met de gebogen vorm. De tegeltableaus van de kanaries staan symbool voor de echte kanaries die men in de kamer had om koolmonoxide te signaleren. De bloemen verbeelden de voorjaarsschoonmaak en de koe en het paard het beroep van de man. De kachel is Deens. Het model, een kolenkachel, heet Lange Jan van begin 19e eeuw. Bij de schouw: kolenbakken, doofpotten en een koperen 'appelketel'. (appel naar het Franse appelleren van het klepje dat kleppert als het water kookt). Aan de muur hangen houten schooltassen, waarvan een met kerfsnee versiering, getuigschriften van de lagere school en een tekening o.a. door een Franse soldaat voor zijn liefje Neeltje Cornelis uit Den Hoorn uit 1813. Boven de deur naar de keuken een schilderij van de tweede Texelse veerboot de 'Dageraad' 1920 door de Texelse schilderes Souwtje de Wijn. Links daarvan een tegeltableau van Utrechtse tegels in de kleur mangaan. De ronde tafel is een Biedermeiertafel. De stoelen zijn Mechels. De olielamp is uit de 2e helft van de 19e eeuw.

De keuken in de Oudheidkamer in Den Burg

De keuken
De keuken is grotendeels nog in de originele staat. Het hardstenen aanrecht dateert van het begin van de 18e eeuw. De pomp waarmee het reservoir met water uit de welpunt gevuld kan worden dateert uit de laatste helft van de 18e eeuw. Op het aanrecht staat een jardinière, een groente schaal (China 18e eeuws) die vakkundig gerepareerd is en naast twee petroleumstellen staat een waterfilter waarin het drinkwater over houtskool gezuiverd werd. Op de plank boven het aanrecht staan tinnen borden en kannen van 1600 tot 1700. De aardewerken vergieten noemt men gatepetielen. Dit soort aardewerk werd van Duitsland tot Friesland op deze manier gemaakt. De vuurplaats is zoals bij de bouw van het huis gebruikelijk was, maar is bij de restauratie betegeld met oude Friese bloemtegels. Rond 1900 gebruikte men een fornuis om te koken. Bij de vuurplaats staan diverse pannen. De grote is een graap voor het bereiden van eenpansgerechten van erwten en bonen, vlees en groenten van het seizoen. Op de pannen met hoog gerande deksel, de zogenaamde stoofpannen uit 1620, legde men hete kooltjes zodat er ook van boven worden verhit. Naast de vuurplaats hangen wafelijzers voor het in het vuur bakken van knijpkoekjes en wafels. Op de schouw een tinnen doopbord uit 1810. In de vitrine bij het raam staan serviesstukken van Rauenstein porselein, een Meissen servies en het zogenaamde lange lijzen servies. Er zijn koperen tondeldozen. Met een vonk uit vuursteen liet men de tondel (een zwam) gloeien. Zo kon men een pijp of sigaar aansteken. Bovenin de vitrine staat een glazen 'hoorn des overvloeds' om sigaren te presenteren. Het roken van tabak kwam pas in de VOC-tijd in zwang. Voorbeelden van diverse soorten pijpjes zijn onderin de vitrine te zien. In de kast onder de trap liggen onder andere een heel oud kookboek en diverse bak- en weegattributen. Middenin de kast staan twee zeldzame tinnen kannetjes uit 1650. Ze werden schapenkannetjes genoemd. Ze werden gebruikt om zieken en kleine kinderen uit te laten drinken. Boven de kast staan een koperen scheerbekken en tulbandvormen. Naast deze kast hangt een doek waarop het lied 'de lotgevallen van Kees' wordt afgebeeld. Dergelijke doeken werden gebruikt door rondreizende zangers die dramatische of sensationele gebeurtenissen bezongen. Ze werden ook gebruikt bij feesten en partijen. De coupletten werden aangewezen en het publiek kon meezingen. Door de vaak zeer droevige inhoud werd zo’n doek een smartlap genoemd. De tekst ligt voor de smartlap op de beschuitkist. Aan achtermuur hangt een glazenspuit. Deze werd in een emmer water gezet en zo kon men pompend de ramen natspuiten bij het ramenlappen. Achter de deur hangt er een slijpplank met bakje voor het zand om messen te slijpen, een Schwarzwälder schilderijklokje en een mangelbak met plank en stok. De mangelplank is versierd met Friese kerfsnede. Op de plank, gesneden door de aanstaande bruidegom, is te lezen: wask, schoon het, mangel het net. Als 't avond wordt. Zo gaat te bed. Neeltje Jansdochter. Men wikkelde de iets vochtige stof om de stok en rolde er met de gladde kant van de plank stevig overheen om het te strijken.

De waterpomp in de kruidentuin van de Oudheidkamer in Den Burg

De kruidentuin
In het midden staat een pomp op een welpunt en tegen de achtermuur van het huis is een put voor het regenwater. Achter de tuin is een oude Texelse schuur (boet) te zien. Destijds stonden de boerderijen en schuren tot in het dorp. In de tuin diverse stenen ornamenten: een koe, gevelstenen van een slagerij, een wapen van de poort van het park naast de kerk, een grafsteen uit Oosterend en een stuk van de kerk uit het voormalige dorp De Westen. De stenen van de muurtjes langs de paden de kloostermoppen zijn afkomstig van de laatstgenoemde kerk. Over de geneeskrachtige kruiden en het gebruik daarvan kunt u meer lezen in een map die in het halletje aan de muur hangt.

De bovenverdieping
Op de bovenverdieping zijn diverse kostuums van de Texelse dracht en kleding uit eerdere periodes te vinden. In een van de ladekasten ziet u de brieven van de Texelse Aagje Luijtsen. Zij schreef ze aan haar man Hermanus Kikkert, gezagvoerder bij de VOC. Er zijn hier ook jaarlijks wisselende exposities.

Aan mijn Waarde, Lieve Man
Aagje Luijtsen was een Texelse zeemansvrouw die in de achttiende eeuw in Den Burg woonde. Haar echtgenoot Harmanus Kikkert voer als stuurman voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Tijdens zijn reizen naar het verre China schreef Aagje hem lange brieven. Die gingen over hun kinderen, hun familie, haar leven en haar liefde voor Harmanus. Toen Harmanus' schip in 1781 door een Engelse vloot werd buitgemaakt, werden ook zijn persoonlijke papieren, waaronder negentien brieven van Aagje, in beslag genomen. De brieven zijn bewaard gebleven in een Engels archief. De brieven van Aagje Luijtsen geven een prachtig beeld van het leven van een jonge vrouw op Texel in de tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie.

 

De tentoonstelling 'Meer dan mooi' op zolder in de Oudheidkamer in Den Burg

Meer dan mooi
We omringen ons thuis met voorwerpen die we mooi vinden. Met elkaar zeggen al die mooie spullen in huis iets over onszelf. Bewust of onbewust dragen we daarmee uit wie we (willen) zijn. Vroeger was dat niet anders. De betekenis van de voorwerpen die in huis werden gehaald was zelfs van mee belang dan de schoonheid ervan. Tradities en symboliek waren nog sterk ingebed in het leven en objecten speelden daar een belangrijke rol in. In de collectie van de Oudheidkamer zijn veel prachtige voorwerpen met een bijzondere betekenis bewaard gebleven. In de tentoonstelling 'Meer dan mooi' wordt een selectie van siervoorwerpen getoond die meer zijn dan alleen mooi.

De lotgevallen van Kees
De lotgevallen van Kees worden op Texel al jaren bezongen. Het lied is geschreven naar aanleiding van de escapades van Cornelis de Ridder, die woonde in een plaggenhut bij de vuurtoren. Cornelis Dirkz. De Ridder huwde in 1871 op 59 jarige leeftijd met Naantje Jacoba Abbenes (50). Hij was toen weduwnaar van Maria Wage, Antje Jacobs Duiner, Kaatje Hendriks Kalf en Helena Knol; later huwde hij nog met Aaltje Schaap. Dat het lied nog altijd tot de verbeelding sprak blijkt wel uit het feit dat het de straatzangers langs de huizen ging. De wandplaat is ter gelegenheid van een bruiloft geschilderd door Hendrik Flens, gewezen dijkgraaf van Eyerland; het diende als illustratie bij het onvolprezen lied. Uiteindelijk kwam de wandplaat in handen van drankhandelaar Arnold Koorn. Bestelde men bij hem de drank voor bruiloft of partij dan werd de wandplaat en het liedje bijgeleverd. Na afloop kwam de wandplaat met de lege fust retour. Zo heeft het menig feest mee opgeluisterd! Jan Zwan kocht de wandplaat van Koorn en schonk hem aan de gemeente Texel. Koorn had kennelijk niet bijster veel op met de gemeente, het ontlokte hem tenminste de opmerking: 'ik doe nooit geen zaken meer met je Zwan!' Via de gemeente Texel belandde de 'lotgevallen van Kees' in de Oudheidkamer.

De eerste 2 coupletten uit 'De lotgevallen van Kees':
In ’t Noorden van ons eiland
Daar woont een ouwe man,
Een minnaar van de vrouwtjes,
En hij kon er menig van.
Reeds al vier, reeds al vier,
Zag hij van hem heengaan hier!
En hoewel al stram en stijf
Trouwde hij met nummer vijf.

Toen deze lag op sterven
Sprak zij hem aldus aan:
“Och Kees, wil mij beloven
Dat je niet weer zult trouwen gaan.”
En och, vrouw, en och, vrouw,
Die belofte doe ik jou:
“Al word ik ook honderd jaar oud
Ik zal blijven ongetrouwd.”

 

Er is een voorkamer, achterkamer, opkamer, keuken, kelder en zolder. In de opkamer is een bedstede te zien. De keuken is ouderwets ingericht en buiten bevindt zich het kleinste kruidentuintje van Nederland. Het tuintje is inderdaad niet groot en er is op het moment dat ik er ben, is er ook niet zo heel veel te zien. Er staat een mooie waterpomp. Van verschillende planten zijn zaden te koop. De kelder is zo laag dat ik er niet eens rechtop kan staan. Het zijn allemaal enge trappetjes die je op en af moet. Het is een schitterend museum met zaken hoe ze vroeger leefden, boven op zolder zijn brieven van een echtgenote van een zeevaarder van de VOC naar Indië en Japan. Grappig om te zien is hoe ze vroeger brieven aan elkaar schreven. Een ander deel van de zolder is gewijd aan onderwerpen als rouw, trouw, koningsgezind, aanzien. In vitrines zijn voorwerpen die met deze onderwerpen te maken hebben, te zien. Het museum is een bezoek waard. Om 17.00 uur ben ik uitgekeken in het museum en sta ik weer buiten. Het is ook sluitingstijd van het museum.

Ik loop nog een stukje door het dorp Den Burg. Terug bij mijn fiets bel ik eerst naar de fietsverhuurder, want ik zal hoogstwaarschijnlijk niet voor 18.00 uur terug zijn in De Koog om de fiets terug te brengen. Ook red ik het niet om de volgende dag al voor 08.30 uur bij het bedrijf zijn om de fiets in te leveren. Ik reserveer de fiets t/m donderdag en maak met de medewerker aan de telefoon de afspraak dat ik morgen langs zal komen om het afgesproken bedrag te betalen. Ik heb dan al in mijn achterhoofd dat als ik terug ben in het hotel en er is nog een kamer beschikbaar, ik een nacht in het hotel wil bijboeken en dus ook nog een dag extra de fiets wil huren. Via de Pontweg fiets ik terug naar De Koog. De terugreis gaat voorspoedig.

Om 17.45 uur ben ik terug in het centrum van De Koog. Ik fiets door naar de Lidl om mijn avondmaaltijd en een paar flessen drinken te kopen. Ik parkeer mijn fiets op de parkeerplaats achter het hotel. Dit is gratis. Bij de receptie vraag ik of er voor de nacht van donderdag 1 op vrijdag 2 september nog een kamer beschikbaar is. Deze is nog beschikbaar. Ik betaal deze nacht en gelukkig kan ik op dezelfde kamer blijven, heerlijk. Hier op Texel is zoveel te zien, dat ik nu al weet dat ik tijd te kort kom.

Ik loop terug naar mijn kamer. Deze verlaat ik de rest van de avond niet meer. Ik ga eerst even rustig zitten en rond 19.00 uur maak ik mijn salade klaar. Na het douchen maak ik een korte planning voor de rest van de week. Morgen wil ik naar De Cocksdorp en de vuurtoren. Woensdag wil ik opnieuw naar Den Burg, omdat ik de toren van de kerk wil beklimmen en naar Den Hoorn en de Mokbaai. De planning voor donderdag is De Waal en Oudeschild en op de vertrekdag vrijdag wil ik voor ik naar huis ga, naar Oosterend. Op bed type ik dit reisverslag. Om 23.00 uur gaat het licht uit, nadat ik mijn tanden gepoetst heb en mijn telefoon en tablet aan de oplader heb gelegd. Wat ook weer een minpuntje is dat ik eerst de stekkers van de televisie en de bureaulamp uit het stopcontact moet halen voor ik mijn tablet en telefoon kan opladen. De batterijen van mijn fotocamera laad ik in de douche op, dit omdat ik nergens een ander stopcontact kan vinden. Eén stopcontact met twee contactpunten voor een hotelkamer is wel heel weinig. De handdoeken uit de kast liggen al klaar. Deze zullen vannacht als mijn hoofdkussen dienen.

Het weer: bewolktlicht bewolkt en ± 21° C


 


Volg JTravel op Facebook, Instagram, Twitter, Pinterest en Bloglovin’.

 

Bewaar op Pinterest


Op dag 2 van mijn verblijf op Texel bezoek ik zeehondenopvang Ecomare, Den Burg en de Oudheidkamer. Alles over de tweede dag van mijn verblijf op Texel lees je hier. Lees je mee? #texel #nederland #reisverslag #ecomare #zeehondenopvang #denburg #oudheidkamer #oudheidkamerdenburg #jtravel #jtravelblog

 

Deel dit artikel

Reacties mogelijk gemaakt door CComment