Header Vietnam / Copyright © JTravel.nl

De architectuur in My Son is één van de belangrijkste toeristische attracties in Vietnam. My Son is een tempelcomplex. My Son ligt de vallei Hon Quap, langs de rivier, in de jungle 69 kilometer ten zuidwesten van de stad Danang en 40 kilometer ten zuidwesten van Hoi An in het centrum van Vietnam. Tijdens de dynastie van de Champa was My Son een keizerlijke stad. Deze ruïnes bestaan uit zeventig tempels en andere gebouwen. Deze zeventig tempels en gebouwen zijn verdeeld over vijf verschillende plekken met een totaal van 142 hectare. Archeologen hebben de constructies van My Son verdeeld in tien afzonderlijke groepen en benoemd met de letters van het alfabet. De belangrijkste archeologische groepen zijn groepen B, C en D. Het verstrijken van de tijd en de bombardementen tijdens de oorlog in Vietnam hebben een deel van de structuur verslechterd. Momenteel worden er restauraties uitgevoerd. My Son is een Hindoe heiligdom van vergelijkbare stijl tempels Borobudur (Java, Indonesië), Pagan (Birma), Angkor (Cambodja) en Ayutthaya (Thailand). In 1999 is het heiligdom van My Son opgenomen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Plattegrond van My Son

Al in de 4e eeuw werden hier Chamkoningen begraven. Opgravingen hebben dit uitgewezen. Dit betekent dat deze plaats is gewijd door de heersers van de vroegere Chamhoofdstad Simhapura. Deze hoofdstad lag ongeveer 30 kilometer terug bij het huidige Tra Kieu. De stenen torens en heiligdommen waarvan u de overblijfselen ziet, zijn tussen de 7e en 13e eeuw gebouwd. Nieuwe tempels werden aan deze heilige plaats toegevoegd, tot de plaats in zijn glorietijd ongeveer zeventig gebouwen omvatte. My Son was, met een 200 jarige onderbreking tussen de 8e en 10e eeuw, het heilige centrum van het Cham-rijk. Iedere Cham-vorst zette er tenminste een gebouw neer. In de 14e eeuw trouwde een Cham-koning met een Vietnamese prinses. Hij stond hier voor een groot deel van zijn rijk. Hierna verviel My Son, en kwamen de ruïnes in de greep van de wildernis. In de late 19e eeuw ontdekten Franse archeologen de ruïnes. Toen was nog duidelijk te zien dat de Cham tot fraai metselwerk in staat waren. Ze gebruikten een hars gemengd met vermalen baksteen en weekdierschelpen in plaats van een mortel. Deze hars lieten alleen haarscheurtjes tussen de baksteenlagen achter. Tot en met 1945 groeven de archeologen de monumenten op. Ze bestudeerden de ruïnes en catalogiseerden deze en restaureerden ze. In de jaren zestig installeerden de Vietcong zich hier. Veel gebouwen, zoals de bijzondere toren A1, werden door de Amerikanen gebombardeerd en verwoest. U kunt nog altijd de verspreide kraters en de granaat- en kogelgaten in het metselwerk zien. Deze getuigen nog van deze verschrikkelijke periode in de geschiedenis van My Son. Twintig van de zeventig Cham bouwwerken zijn nog meer of meer in tact.

Als u rondloopt, let dan bij de BCD groep op hoe keurig de stenen op elkaar passen. Een blijvend raadsel van hun architectuur is hoe de Cham bakstenen torens konden bouwen zonder gebruik te maken van metselspecie. Er zijn mensen die denken dat de Cham de 30 meter hoge toren ter plekke hebben gebakken, maar anderen beweren weer dat de bakstenen werden vastgezet met plantaardige hars en een specie van ofwel verpulverde kalk en baksteen ofwel klei. In totaal gebruikten de Cham zeven verschillende stijlen, die in My Son allemaal aanwezig zijn.

Vooral groep A heeft zwaar te lijden gehad van de bombardementen tijdens de Vietnamoorlog. De ooit zo spectaculaire kalan A1, veranderde hierdoor in een hoop neergestorte zuilen en lateien. A1 had zowel een oostelijke als een westelijke ingang. Binnen ziet u een enorm lingamvoetstuk rondom een aantal gedetailleerde, 15 centimeter hoge figuren in gebed. Deze toren was 24 meter hoog en 10 meter breed. De toren werd in 1969 bij een Amerikaans bombardement verwoest. U zult A9, de mandapa en A8, de poort, op de route vanaf B,C en D passeren. A11 is de opslagruimte geweest.

Archeologen beschouwen groep B als het spirituele epicentrum van My Son. Van de centrale kalan (heiligdom), op kaarten aangeduid als B1, is alleen nog de basis over en een lingam die een paar jaar geleden onder de fundamenten werd ontdekt. Grafschriften in steen onthullen dat deze kalan aan de god-koning Bhadresvara was gewijd en in de 11e eeuw onder koning Harivarman IV, op de locatie van een eerdere houten tempel werd gebouwd. Andere onderdelen van groep B zijn er beter aan toe. Vooral B5, de opslagruimte, waarvan zelfs het gekromde, bootvormige dak nog in redelijke staat is. In het schoorsteenvormige binnenste van B5 werden votiefgeschenken en andere rituele attributen opgeslagen. Langs de buitenmuren staan sierlijke zuilen en beelden van goden. Het reliëf op de zuidelijke gevel is bijzonder goed bewaard gebleven. Aan de westkant ziet u een bas-reliëf dat twee olifanten voorstelt waarvan de slurf om een kokospalm is geslagen. Het reliëf van Vishnu die onder de dertien koppen van de slag god Naga zit, sneuvelde al vroeg in de Vietnamoorlog. Het tooide het dak van B6. Ook de ovale bak binnenin, voor het gewijde water dat voor reinigingsrituelen en het wassen van beelden werd gebruikt, is nog in tact. De twee kleinere tempels, B3 en B4, zijn gewijd aan Skanda en Ganesha, de kinderen van Shiva. Verspreid over het terrein vindt u de overblijfselen van zeven kleine heiligdommen ter ere van de goden van de elementen en van de punten van het kompas.

My Son My Son Gerestaureerde deel van My Son

Het complex van groep C, dat oorspronkelijk door een muur van groep B werd gescheiden, ziet er heel anders uit. De centrale kalan, C1, staat nog overeind en is redelijk goed bewaard gebleven. Het beeld van Shiva waarvoor hij was bedoeld is al lang geleden naar het museum in Danang overgebracht. Alleen het voetstuk is hier gebleven. De beelden van staande goden langs de muren mochten blijven, net als de bewerkte latei boven de ingang. Deze toren werd in het begin van de 10e eeuw gebouwd. Het werd gebouwd in een stijl die nu de A1 My Son-stijl wordt genoemd. Het dak is een zadeldak, een afwijking van de klassieke norm, dat een spits van drie verdiepingen voorschrijft. Het interieur is niet ruim. Dat was dan ook bestemd voor de brahmanen en niet voor de gelovigen. De Cham geloofden dat hun goden in de standbeelden verbleven die door de tempels worden beschut.

Ten oosten van groep B en C ziet u lange, van ramen voorziene mandapas (meditatiezalen). Dit is groep D. Ze zijn nu omgezet in bescheiden galerijen. Aansluitend bij de funderingen van B1 vindt u D1, de mandapa waar de priesters mediteerden voordat ze door de (nu verwoeste) poort van B2 voor de eredienst gingen. Het bevat een lingam, de overblijfselen van een reliëf van Shiva, en een beeld van Nandi, de stier van Shiva. In D2 ziet u een weergave van de veelarmige dansende Shiva. Naast de trop naar de oostelijke ingang bevindt zich een imposant beeld van Garuada, het rijdier van Shiva. Het terrein tussen deze twee galerijen werd door vroege archeologen de Hof van Stèles genoemd. Dit is een verwijzing naar de stenen platen met inscripties in het Sanskriet waarmee het is bezaaid. Behalve deze stèles moeten er altaren en beelden van goden in de hof hebben gestaan. Hier zijn alleen nog sokkels van over. Op de zijden hiervan zijn sculpturen van dansende vrouwen aangebracht, met hun armen omhoog om hun goden te dragen.

Enkele minuten verder langs het pad niet ver van de G groep ligt de E groep. Dit is het oudste complex in My Son. De E1 kalan werd tijdens het bombardement in 1969 geraakt. Tussen de E1 en de ook beschadigde E4 liggen twee grote bomkraters. De piëdestal en het fronton waren voor de oorlog al verwijderd. Ze zijn te zien in het Cham-museum in Danang. De E7 was tijdens de bloeiperiode van My Son een bibliotheek en is het meest intacte bouwwerk van deze groep. Ervoor staat een van de 31 stèles van het complex.

Groep F is zwaar beschadigd tijdens de bombardementen, maar bij het altaar bleef een bewerkte lingam bewaard.

Groep G ligt ook ten oosten van groep D. Groep G ligt op een heuvel, 60 meter ten noorden van Groep A. De overblijfselen zijn er erbarmelijk aan toe. Toch kunt u nog steeds gehoornde gargouilles, ontblote snijtanden en bolle ogen onderscheiden. Deze zijn in de hoeken van de hoofdkalan gebeeldhouwd. In de zuidwestelijke hoek van de kalan ziet u de voet van een lingam, met borsten rondom. Groep G dateert uit de 11e eeuw. Deze groep wordt gerestaureerd en gereconstrueerd.


Voor meer foto's van My Son, zie: foto's My Son.



Volg JTravel op Facebook, Instagram, Twitter, Pinterest en Bloglovin’.

 

Bewaar op Pinterest


De architectuur in My Son is één van de belangrijkste toeristische attracties in Vietnam. De ruïnes bestaan uit zeventig tempels en andere gebouwen verdeeld over vijf verschillende plekken. My Son staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO, Meer weten over My Son lees je op mijn website. Lees je mee? #myson #ruines #vietnam #werelderfgoedlijst #unesco #jtravel #jtravelblog

 

Deel dit artikel

Reacties mogelijk gemaakt door CComment