Header Vietnam / Copyright © JTravel.nl

 

 

My Lai

 

Op 16 maart 1968 verkrachtte, martelde en vermoordde een Amerikaanse legereenheid in vier uur tijd 504 Vietnamese burgers, in meerderheid vrouwen, kinderen en bejaarden. De plaats van het bloedbad van My Lai is nu een herdenkingsplaats voor de doden en is de meest emotionele plek in Vietnam.

Het bloedbad van My Lai is het beschamendste hoofdstuk van de Amerikaanse inmenging in Vietnam. Na het Tet-offensief in januari 1968 dacht de Amerikaanse inlichtingendienst over informatie te beschikken waaruit bleek dat het 48e bataljon van de Vietcong zich schuilhield in het dorp My Lai, dat door de Amerikanen 'Pinkville' werd genoemd. Het rapport meldde, dat er geen vrouwen of kinderen meer in het dorp waren. Op de avond van 15 maart 1968 kreeg een Amerikaanse infanteriecompagnie opdracht de noordelijke vluchtroutes vanaf het dorp te blokkeren, terwijl een andere compagnie ten westen van My Lai werd gedropt. Hier waren al twee van deze eenheden aanwezig. De Charlie Company, waarvan het eerste peloton werd geleid door luitenant William Calley, had als opdracht My Lai uit te kammen. Tijdens de jacht op het 48e bataljon van de Vietcong had de Charlie Company al verliezen geleden, maar altijd via scherpschutters en boobytraps van de Vietcong. De soldaten kwamen nooit oog in oog te staan met Vietcongguerilla's, wat hun een machteloos gevoel gaf. Dit rapport bood hun de gelegenheid de Vietcong terug te pakken. De avond voor de aanval kregen de soldaten te horen dat alle burgers om 07.00 uur op de markt zouden zijn en dat zij, die achterbleven, wel actieve sympathisanten van de Vietcong moesten zijn. Een kapitein gaf de soldaten de opdracht om het dorp en de oogst in brand te steken en alle Vietcong-strijders te doden, evenals het aanwezige vee. Achteraf verklaarde een aantal soldaten dat hun missie simpelweg was geweest alle mensen die ze tegenkwamen doden, maar verklaringen van anderen spraken dat tegen. Sommige soldaten herinnerden zich later dat ze geen vrouwen en kinderen mochten neerschieten, maar het enige waaraan deze soldaten dachten, was dat ze er voor moesten zorgen dat ze niet gevangengenomen zouden worden. Wat de waarheid ook is, er volgde een bloedbad.

De overblijfselen van een verbrande hut

De vier compagnieën trokken in de ochtend van 16 maart 1968 My Lai binnen. De Amerikaanse soldaten waren er van overtuigd, dat het dorp vol zat met guerrilla's en begonnen met schieten en hielden niet meer op, totdat vrijwel alle dorpelingen dood waren. De meesten van de dorpelingen, waaronder baby's en kinderen die nog niet zelfstandig konden lopen, werden in een greppel gegooid en vervolgens met M60 automatische vuurwapens vermoord. Een soldaat miste tot twee keer toe een baby die op de grond lag en werd door zijn kameraden uitgelachen. Hij ging boven het kind staan en schoot voor de derde keer. De soldaten sloegen vrouwen met hun geweren en verkrachtten sommigen van hen voordat ze hen doodschoten. Ze schoten de aanwezige waterbuffels, varkens en kippen dood. De dode dieren werden in de waterputten gegooid om het water te vergiftigen. In de schuilkelders werden explosieven gegooid. Deze schuilkelders bevonden zich onder de huisjes. Hier hielden veel burgers zich schuil en iedereen die er uit kwam werd doodgeschoten. Het bloedbad kwam tot een einde, toen een helikopter van het Amerikaanse leger tussen hun eigen troepen en de overgebleven Vietnamezen landde. Het exacte aantal slachtoffers is nooit vastgesteld, maar op het monument op de plek van het bloedbad staan 504 namen. Slechts elf bewoners van My Lai overleefden de moordpartij: tien doordat ze door de helikopterbemanning werden geëvacueerd uit de bunker waarin ze zich schuilhielden en de vierjarige Do Ba die levend tussen de lijken vandaan werd gehaald. Er werd geen enkel schot op de Amerikanen afgevuurd en de enige Amerikaan die stierf had zichzelf in zijn voet geschoten om niet aan het bloedbad te hoeven deelnemen.

Het Amerikaanse leger beweerde dat de operatie tegen My Lai een militair succes was geweest en dat er 128 Vietcong-guerrilla's waren gedood. Een officier van de infanterie, die het incident onderzocht concludeerde dat 22 dorpelingen per ongeluk om het leven waren gekomen. In november 1968 schreef Tom Glen, een soldaat, een brief waarin hij het Amerikaanse leger beschuldigde van wreedheden ten opzichte van Vietnamese burgers. Colin Powell, die later Minister van Buitenlandse Zaken zou worden onder George W. Bush, moest de zaak onderzoeken en weerlegde de klachten van de soldaat met de conclusie dat 'de relatie tussen Amerikaanse soldaten en het Vietnamese volk uitstekend is'.

Het bloedbad van My Lai werd niet bekend bij het grote publiek, tot soldaat Ron Ridenhour dezelfde aantijgingen als Tom Glen naar voren bracht in een brief die hij stuurde naar president Richard Nixon, het Pentagon, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en een groot aantal Congresleden. De meeste geadresseerden negeerden de brief, maar een senator uit Arizona, Mo Udall, ondernam actie. In september 1969, twee maanden voor de inhoud van de brief openbaar werd gemaakt, werd kapitein William Calley beschuldigd van meervoudige moord en veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Hij zat echter slechts drie dagen uit van een levenslange straf die door Nixon was omgezet in huisarrest. Drie jaar later kwam hij voorwaardelijk vrij. Vijfentwintig andere militairen werden ook aangeklaagd, maar geen van hen werd schuldig bevonden.

Dankzij de journalist Seymour Hersh kwam de massamoord in de openbaarheid. Hij sprak militairen die aan het bloedbad hadden deelgenomen. Voor zijn onderzoeksjournalistiek kreeg hij later de Pulitzer-prijs toegekend. Nadat het internationale publiek op de hoogte was gekomen van de misdaden die in My Lai waren begaan, won de vredesbeweging in de Verenigde Staten en Europa aan invloed. Het aantal dienstweigeraars nam sterk toe. Het in georganiseerd militair verband plegen van oorlogsmisdaden werd ook verweten aan uit de oorlog terugkerende soldaten. Dit bemoeilijkte voor een aantal de re-integratie in de burgermaatschappij, en betekende voor velen een posttraumatische stressstoornis. In 1998 werd de helikopterbemanning door het Congres geëerd met de Bronzen Ster voor hun betoonde moed. Helikoptercommandant Glenn Andreotta, die in april 1968 omkwam, toen zijn helikopter werd neergeschoten, ontving postuum de medaille.

Het bloedbad barstte los als een storm, die werd gevoed door slecht leiderschap, gefrustreerde soldaten en een Amerikaanse legerpolitiek die dit soort acties vergoelijkte. My Lai was niet de enige Amerikaanse oorlogsgruwel, maar wel de ergste, die breed uitgemeten werd in de media. Deze publicaties vormen de kern van het herdenkingsmuseum, dat in november 2005 in het dorp Son My bij Tu Cung werd geopend ter vervanging van een kleiner museum. Het museum is een sober, vierkant gebouw van donkere zwarte stenen zonder ramen. Het oogt als een mausoleum, wat overeenstemt met de inhoud. Het staat aan de rand van Thuan Yen, een gehucht naast Tu Cung, en kijkt uit op een 1,5 meter breed irrigatiekanaal waar Amerikaanse soldaten 170 mensen neerschoten. Bovenaan de buitentrap leidt een binnentrap u naar de bovenste zaal met een zwarte granieten muur, waarop de namen, leeftijd en het geslacht van de doden staan.

Eén van de foto's van de tentoonstelling

Eén van de tentoonstellingen begint links van de lijst met namen. Een verzameling van 51 uitvergrote foto’s toont in detail de gebeurtenissen van die dag, van de aankomst van de helikoptertroepen tot het V-teken dat luitenant William Calley aan het eind van de operatie maakte. Deze kleurenfoto's choqueerden in 1970 de wereld. In dat jaar werden deze foto's in het tijdschrift Life gepubliceerd. In 1988 gaf, aangespoord door Britse documentairemakers, het Amerikaanse leger zwart-witfoto's vrij. De groep van 15 vrouwen en kinderen die vlak voor hun executie bijeengekropen zitten, de twee jongens die in elkaar gedoken op de weg zitten enkele ogenblikken voor ze werden doodgeschoten en de vele lichamen die verspreid op de weg liggen. Verder is er nog een hartverscheurend diorama van soldaten die burgers bij het irrigatiekanaal doodschieten. Ook worden er een diorama van het gehucht Tu Cung en oude krantenknipsels tentoongesteld, inclusief de foto’s van een meisje Vo Thi Lien, dat het bloedbad overleefde en later in de latere propagandacampagnes werd ingezet. Ook het rode slippertje van de 4-jarige Truong Thi Kahi, die in Thuan Yen werd vermoord, is tentoongesteld.

Buiten leiden de paden u langs de gereconstrueerde funderingen van de negentien verwoeste huizen in Thuan Ye. De paden bevatten afdrukken van laarzen, voetstappen van inwoners en sporen van fietsen. Op het bord naast elke fundering staan de namen, leeftijden en het geslacht van de mensen die er woonden en in de buurt omkwamen. Let tijdens de wandeling over de paden op de schietgaten in de kokospalmen, de bloeiende bodhiboom die de brand overleefde en twee terreintjes met 21 graven. Het irrigatiekanaal is met cement bedekt en ziet er nog altijd uit zoals in 1968. In het midden van het buitenmonument staat een betonnen beeld uit 1982 van een vrouw die op haar ene arm een dode baby draagt en haar andere arm minachtend opheft. Het beeld is net als dat van de twee jongens die ineengedoken aan haar voeten zitten, gebaseerd op foto's.

Aan het eind van het herdenkingsterrein voert een smal pad langs het oude museum door de rijstvelden van Tu Cung. De meeste overlevenden van het bloedbad wonen nog altijd in het dorp. Rechts van het pad ligt de fundering van een uitkijktoren van waaruit de soldaten met hun machinegeweren 102 mensen neerschoten. Verderop langs het pad staat de kapokboom waaronder 15 vrouwen en kinderen werden gedood nadat er een foto van hen was genomen. Op de binnenplaats van het huis tegenover de boom staat de put waar een 72-jarige man in werd gegooid en daarna doodgeschoten.

Kieu is sinds 2000 de curator van het My Lai Museum. Haar moeder overleefde de aanval op Co Luy door zich met haar zus en haar moeder in een bunker te verstoppen. Het park is dagelijks geopend van 07.00 - 17.00 uur.


Voor meer foto's van My Lai, zie: foto's My Lai.



Volg JTravel op Facebook, Instagram, Twitter, Pinterest en Bloglovin’.

 

Bewaar op Pinterest


In 1968 vond in My Lai tijdens de Vietnamoorlog een verschrikkelijk bloedbad plaats. Het bloedbad van My Lai is het beschamendste hoofdstuk van de Amerikaanse inmenging in Vietnam. Wil je meer weten wat er in 1968 in My Lai is gebeurd, lees dan mijn website. #mylai #vietnam #vietnamoorlog #jtravel #jtravelblog

 

Deel dit artikel: