Header Instawalk Waterbazen / Copyright © JTravel.nl

Het Cruquius Museum vertelt u het verhaal over de droogmaking van het Haarlemmermeer. Het museum toont u de kracht van 19e eeuwse stoomtechnieken en de eeuwenlange strijd tegen het water. Het stoomgemaal De Cruquius is indrukwekkend industrieel erfgoed. Het stoomgemaal De Cruquius is neogotische stijl gebouwd, met kantelen, steunberen en spitsbogen. Bijzonder aan het Cruquius gemaal zijn ook de fraaie gietijzeren balansarmen, trappen en pilaren. Het Gemaal De Cruquius dateert uit 1849 en is één van de drie gemalen waarmee de Haarlemmermeer tussen 1849 en 1852 is droog gepompt. Dit is de grootste stoommachine ter wereld. In 1933 is het gemaal buitenwerking gesteld. Het gemaal behoort tot de Top 100 van de Nederlandse rijksmonumenten. Het gemaal is genoemd naar Nicolaus Samuelis Cruquius. Hij werd in 1678 geboren als Nicolaas Kruik in West-Vlieland. Nicolaus Cruquius stierf in 1754. Hij was een Nederlandse landmeter, waterbouwkundig plannenmaker, cartograaf en astronoom. Cruquius was beroemd om zijn nauwkeurige weermetingen. Hij geldt als één van de grondleggers van de meteorologie. Nederland is op het gebied van de meteorologie uniek, omdat nergens ter wereld zo lang achtereen zonder onderbreking het weer is gemeten. Nicolaus Cruquius diende ook een plan in voor een uitwateringssluis bij Katwijk en hij maakte een plan voor de droogmaking van het Haarlemmermeer. Tot zijn teleurstelling zijn beide plannen niet meer tijdens zijn leven uitgevoerd.
Dit gemaal is door de combinatie van techniek en architectuur een industrieel monument van wereldformaat is.
Na 1933 stond het gemaal De Cruquius een tijd stil en was het verlaten. Er waren zelfs plannen het gemaal te slopen. Gelukkig is dat niet gebeurd, dankzij de inzet van de in 1934 opgerichte Stichting De Cruquius. Deze stichting nam het gemaal over voor een symbolisch bedrag van 1 gulden en vestigde hier in 1934 een museum. In juni 2002 werd, na restauratie die 20 jaar geduurd heeft, de machine door prins Willem-Alexander opnieuw (nu hydraulisch) in beweging gezet.

Het affiche van de tentoonstelling Waterbazen in het Cruquius Museum

Het Cruquius Museum bestaat uit 2,5 verdiepingen. U ziet in de ketelhuizen modellen van molens, stoommachines en opvoerwerktuigen, poldermaquettes, oude kaarten en prenten. Het gemaal is elke dag met behulp van een vrijwel onzichtbaar hydraulisch systeem, in beweging. De expositie in het Cruquius Museum laat u, met behulp van audiovisuele presentaties, kaarten van 1550 tot 1852, diverse modellen van windmolens, wateropvoerwerktuigen, polders en sluizen, zien hoe de mens eeuwenlang met droge voeten onder de zeespiegel leefde. Een watermaquette met stromend water en golfslag maakt in één oogopslag duidelijk hoe Nederland er zonder dijken zou uitzien en wat erbij stormvloed kan gebeuren. De Cruquius is opgenomen in de Europese Route voor Industrieel Erfgoed.
In het Cruquius Museum wordt tijdens de tentoonstelling 'Waterbazen' aandacht besteed aan de naamgever, Nicolaus Cruquius. Hij heeft een enorme bijdrage geleverd aan de meteorologie als weer- en waterbouwkundige en cartograaf, en is verantwoordelijk voor de langste doorlopende weermetingen ter wereld.

Ligging
Het Cruquius Museum ligt vlakbij de brug over de Ringvaart van de Haarlemmermeer bij het gelijknamige dorp Cruquius tussen Hoofddorp en Heemstede. Het museum Cruquius ligt aan de provinciale weg N201.

De buitenkant van het Cruquius Museum

Geschiedenis
In het veengebied tussen Amsterdam, Haarlem en Leiden werd vroeger turf gewonnen. Hierdoor ontstonden hier veenplassen, die uitgroeiden tot grote meren. Vijf van deze meren vormden uiteindelijk het Haarlemmermeer. Dit werd het grootste binnenmeer van Nederland. In de volksmond werd het de Waterwolf genoemd. Deze bijnaam Waterwolf dankte het gebied aan het feit dat er steeds grotere happen uit het omliggende land genomen werd en zodoende hele dorpen van de kaart geveegd werden. Jan Adriaanszoon Leeghwater (1575-1650) was één van de eerste plannenmakers voor de drooglegging van het Haarlemmermeer. Daarna werden er 200 jaar lang plannen gemaakt maar deze plannen stuitten op verzet van de grote steden Leiden en Haarlem. Zo wilde Leiden vasthouden aan zijn visrechten en Haarlem verdiende fors aan de scheepvaart. Het water uit het Haarlemmermeer werd gebruikt om de grachten in de steden door te spoelen. In 1836 was er overstromingsdreiging voor Amsterdam en Leiden. Dit was voor koning Willem I het moment om tot droogmaking van het Haarlemmermeer te besluiten. Deze droogmaking werd voor koning Willem I een prestigeproject. Hij koos voor stoomkracht. Er zouden 166 windmolens nodig zijn om de droogmaking te realiseren. De stoomtechnologie had ook zijn intrede al gedaan en deze nieuwe hypermoderne technologie was het alternatief. Door ingenieurs en technici uit Nederland en Engeland werd berekend dat er drie reusachtige stoommachines nodig zouden zijn om het meer leeg te pompen. Zo gezegd zo gedaan, er werden drie gemalen gebouwd en elk gemaal kreeg de naam van een beroemde Nederlandse waterbouwkundige: Leeghwater, Cruquius en Lynden. Deze droogmaking met stoomkracht markeert de doorbraak van de industriële revolutie in Nederland.
In 1840 werd begonnen met het graven van de Ringvaart. Hier werd acht jaar lang hard aan gewerkt. Voor de aanleg van de ringdijk en de ringvaart om het Haarlemmermeer moesten duizenden grondwerkers met schoppen en kruiwagens de bijna 63 kilometer lange ringdijk maken. Toen de dijk klaar was kon er begonnen worden met de droogmaking van het meer. Dit gebeurde met de stoommachines. Voor de bediening van de drie gemalen was personeel als smeerjongens, sjouwers, stokers en machinisten nodig. Ervaren machinisten, onder machinisten en stokers werden uit Engeland aangetrokken.
In 1845 startte bij De Kaag de bouw van het gemaal De Leeghwater. Dit gemaal diende als prototype voor de andere twee gemalen. In 1847 startte de bouw van de gemalen De Lijnden bij Badhoevedorp en De Cruquius aan het Spaarne. De voltooiing was in 1849. Na drie jaar en drie maanden was 800 miljoen kubieke meter water opgepompt. Deze droogmaking kostte ruim 10 miljoen gulden. Het gemaal De Cruquius werd, in tegenstelling tot De Lijnden en De Leeghwater niet gemoderniseerd. De andere twee gemalen waren wel gemoderniseerd en konden vanaf die tijd ook zonder De Cruquius de polder drooghouden.
Sinds 1912 deed het gemaal geen actieve dienst meer; de Cruquius werd een reservegemaal. In 1932 werd het gemaal definitief stilgelegd. Op 10 juni 1933 vond de officiële sluiting plaats. De stoomketels werden verschroot.
Het gebouw is ontworpen door de Nederlandse waterstaatsingenieur Jan Anne Beijerinck (1800-1874). Voor het ontwerp van de machines kregen de Nederlanders hulp van de Engelse technici. De stoommachine en de pompen van de Cruquius werden gebouwd door een Engelse firma uit Cornwall. De balansarmen en stoomketels voor het stoomgemaal Cruquius waren van Amsterdamse makelij.
Alle drie de gemalen zijn gevestigd in neogotische gebouwen met elementen die typerend zijn voor deze stijl, zoals kantelen, zware steunberen, spitsbogen en rijk geornamenteerd traceerwerk. Ook binnen zijn neogotische elementen te vinden, zoals versierde gietijzeren trappen en pilaren. Van de drie gemalen is alleen De Cruquius grotendeels in oorspronkelijke staat bewaard gebleven.
In 2011 wordt de restauratie door Vereniging Hendrick de Keyser afgerond. Het is nu mogelijk door subsidies en bijdragen van de gemeente en het hoogheemraadschap mogelijk het museum en de collectie in stand te houden.

Cruquius Museum

Doorsnede van het Cruquius Museum

Het stoomgemaal De Cruquius is een voorbeeld van neogotische architectuur. Het gebouw heeft zware steunberen, spitsboogramen en kantelen en binnen is gebruik gemaakt van gietijzeren ornamenten. De grootste stoommachine ter wereld dreven de pompen aan. Dit stoomgemaal is een industrieel monument van wereldformaat door de combinatie van techniek en architectuur. Het gebouw heeft door de drassige ondergrond een sterk fundament van 1.400 heipalen van dennenhout en 260 palen van eikenhout.
De gebouwen moesten bij het ontwerp een stoere uitstraling hebben. Er werd gekozen voor de neogotische stijl. Zo komt het dat het Cruquius Museum door zijn bouw doet denken aan een kasteel met kantelen. Het ronde deel van het gebouw met de hoge schoorsteen lijkt te klein voor de enorme stoommachine die binnen staat. Want de acht armen die de machine verbinden met de pompen steken door de kerkramen naar buiten. Toen het gemaal in 1849 aan droogmaking begon, stond het water in de Ringvaart en in het meer ongeveer even hoog. Na drie jaar en drie maanden pompen, in 1852, was er vijf meter water uitgepompt. Het verschil in hoogte is te zien als u over de balustrade kijkt. Het water beneden ligt nu ruim vijf meter onder de zeespiegel. Het water in de Ringvaart ongeveer een halve meter. Het water werd van onderen opgezogen door de pompen en kwam op de houten stortvloer terecht. Vandaar uit stroomde het aan beide kanten van de machinekamer door naar de Ringvaart.

De stoommachine in het Cruquius Museum

De grootste stoommachine ter wereld bevindt zich in het Cruquius Museum. Deze stoommachine is in de machinekamer te bezichtigen. Deze wereldberoemde stoommachine dateert uit 1849 en is de trots van het museum. Onder de bedrijfsvloer bevindt zich de grootste cilinder ter wereld. Deze heeft een diameter van 3,66 meter. Dit machinetype werd in Engeland gebruikt om water uit de mijnen te pompen. Deze waren kleiner dan deze machine. Deze machine is gemaakt door een Engels bedrijf uit Cornwall. De balansarmen en de ketels zijn door een Amsterdamse firma gemaakt. Boven hangt 140.000 kilo gietijzer. De machine beschikt over acht pompen, die zich aan het eind van de balansarmen bevinden. Elk van deze acht pompen bestaat uit een buis, zuiger en vlinderkleppen. De zuiger wordt met kettingen in de zuigerbuis bewogen. Elke pomp kan per slag 8.000 liter water bijna 5 meter omhoog pompen. Per minuut werden er vijf slagen gemaakt. Nu gebeurt het op en neer bewegen van de zuiger in deze cilinder tijdens demonstraties met een modern hydraulisch systeem en maakt de machine drie slagen per minuut. Door de ramen kunt u vanuit de machinekamer de pompen zien. Deze acht kleppen pompen werden door een Engelse firma gemaakt. De pompzuigers hebben een doorsnede van 1,85 meter en een opvoerhoogte van 3 meter. Een klein model van de pompen ligt onder de maquette van de machine.

Toen het gemaal nog werkte kon u niet in de doorstroomkokerruimte staan. U zou zijn verzwolgen door het water. Het water stond anderhalve meter hoog, zoals is te zien aan de verkleuring op de muur en de corrosie op de zwarte palen. Het opgepompte polderwater raasde met 320.000 liter per minuut door de doorstroomkokers vanuit de stortbak naar de Ringvaart. Elke van de acht pompen kon per slag van de stoommachine 8.000 liter water omhoog brengen. Dat is in totaal 64.000 liter per slag. De machine maakte meestal vijf slagen per minuut. Zo komt u aan 320.000 liter per minuut. Dat is een Olympisch zwembad per acht minuten. Soms stond het water in de Ringvaart zo hoog dat het terug zou stromen naar het meer. Om dat te voorkomen sloten de sluisdeuren vanzelf door de druk van het water. Om de sluisdeuren weer te kunnen openen moest het kleine luikje onder de sluisdeur worden geopend met de slinger die bovenop de deur te zien is. Het Cruquiusgemaal heeft twee doorstroomkokers. Deze bevinden zich aan beide zijden van het gebouw.

Molens in het Cruquius Museum

In de Molenzaal ziet u hoe de polders werden bemalen voor de komst van de stoommachine. Dit gebeurde met molens. Het oudste type dat hier in het museum wordt getoond is de wipwatermolen. Er hangen onderdelen van de molen aan de muur. De bovenkruier is een nieuwer type molen. De bovenkap van dit molentype kon in de richting van de wind worden gedraaid.

In het Cruquius Museum is een maquette van het Leeghwater gemaal te zien. Het Leeghwater gemaal is het eerste gemaal dat gebouwd werd om het Haarlemmermeer moest leegpompen. Dit gemaal werd als eerste in bedrijf genomen. In het eerste jaar dat het gemaal werkte diende het gemaal als prototype om proef te draaien en kinderziekten op te sporen. De ervaring die zo werd opgedaan kon worden gebruikt bij het afbouwen van de twee andere gemalen. De Cruquius kreeg geen elf maar acht balansarmen. De reden is dat met acht armen de constructie simpeler was en dat het goedkoper was. De pompen werden groter uitgevoerd. Hierdoor bleef de hoeveelheid water dat werd opgepompt hetzelfde. De ketels konden niet met turf worden gestookt zoals wel de bedoeling was. Er werd steenkool gebruikt. De drie gemalen zagen er oorspronkelijk bijna hetzelfde uit. De Lijnden en de Leeghwater zijn in de loop van de jaren verbouwd en aangepast. Alleen het Cruquius gemaal is bijna onveranderd gebleven.

Nederland telt ongeveer 4.000 polders. Polders zijn gebieden met dijken er omheen waar de waterstand kunstmatig op peil wordt gehouden. Een bijzondere type polder is de droogmakerij. Hier werd van een meer of een deel van de zee nieuw land gemaakt. Hier in het museum ziet u een maquette met een droogmakerij. Het is niet de Haarlemmermeer. Dit omdat de Haarlemmermeer niet door molens maar door een stoommachine is drooggelegd. Het water uit een droogmakerij moest worden afgevoerd naar een tijdelijke opslagplaats. Dit is de boezem. Bij de Haarlemmermeer komt het water in de Ringvaart. De Ringvaart werd door zgn. polderjongens gegraven. Het was een armoedig bestaan. Sloten moesten worden gegraven en een kanaal waarop al die sloten uitkomen, in de Haarlemmermeer is dat de Hoofdvaart. Daarna was het werk aan de boeren.

In het museum is een watermaquette van Nederland te zien. Deze toont u wat er gebeurt als het niveau van het zee- en rivierwater stijgt en er geen duinen en dijken zouden zijn. Alle lichtgroene delen van Nederland zouden onder water lopen en ongeveer 65% van de Nederlandse bevolking zou natte voeten krijgen. Nederland heeft van vier kanten last van het water: de zee, de rivieren, het regenwater dat of te veel of te weinig valt en zout kwelwater (=zeewater) dat uit de bodem komt. Daarnaast toont de maquette de historie van het ontstaan van de polders. Iedere periode heeft een andere aanleiding. Er worden steeds andere middelen gebruikt om het water weg te krijgen.

Het Haarlemmermeer was het grootste binnenmeer van Nederland, gelegen tussen Haarlem, Leiden en Amsterdam. Het Haarlemmermeer is ontstaan uit een aantal kleinere meren. U ziet in het Cruquius Museum een aantal wandkaarten over het ontstaan van het Haarlemmermeer.

In vitrines ziet u drie machinemodellen van stoommachines. Het zijn Cornwall machines die werden gebruikt om water uit de mijnen in Engeland te pompen. Deze machines kenmerken zich door een grote balk, een balansarm, met een draaipunt in het midden. Aan één kant van de balk bevindt zich de stoommachine en aan de andere kant bevindt zich de pomp. Beide zijn verbonden met een ketting. De pompen waren zwaarder waardoor in ruststand de zuiger in de stoommachine zich in de bovenste stand bevond. U kunt op een knop drukken om de verschillende modellen in beweging te zetten.

Vanuit het raam bij de stoommachine de werking van een van de pompen van het Cruquiusgemaal

Oorspronkelijk had De Cruquius een ketelhuis met 6 ketels. Al snel bleek dat er meer capaciteit nodig was. Er moesten twee vleugels aan het gebouw bijgebouwd worden met elk nog twee ketels. Na 1888 werden deze tien ketels vervangen door zes grotere ketels. Na de sluiting van het stoomgemaal in 1932 werden de originele ketels als oud ijzer verkocht. Het front dat in het museum is te zien is echt maar komt niet van één van de ketels uit De Cruquius. In deze ketels werd water uit het Haarlemmermeer verwarmd. Het verwarmde water ging over in waterdamp, ofwel stoom. Zodra de stoom uit de ketel ontsnapte nam het volume toe en kwam er een enorme kracht vrij. De zuiger in de stoommachine kwam zo in beweging. Per uur werd 800 kilo steenkool verstookt, ter vergelijking een huishouden deed hier toen anderhalf jaar over. Steenkool kwam uit Duitsland, België en Groot-Brittannië. De schepen met de steenkool meerden voor het gemaal aan op de plek waar nu de weg loopt.

In de Waterschap zaal is een tentoonstelling ingericht over de bouw van de Cruquius met o.a. bouwtekeningen.

De klimaatverandering, zoals die nu gaande is, wordt ook in het Cruquius Museum belicht. Het museum vindt het belangrijk om u te informeren over de gevolgen van de klimaatverandering en over de beslissingen die hierover genomen zijn. Het kant zijn dat Nederland in de toekomst voor uitdagingen op dit gebied komt te staan. Op de klimatologische veranderingen moeten we voorbereid zijn. In het museum gebeurt dit door middel van presentaties, met de rondleidingen, educatie en publicaties. Er is in de toekomst durf, lef en innovatie nodig is om onze voeten in Nederland droog te houden.

Behalve het Cruquius Museum kunt u ook de Engelse landschapstuin bezoeken. Naast het museum bevindt zich Theehuis Cruquius voor een hapje en drankje en het schitterende uitzicht over de Ringvaart. Voor het Theehuis vertrekt in de zomermaanden het gratis fiets- en voetpontje 'De Stroomboot' naar de overkant van de Ringvaart. Het museum draait voor een belangrijk deel op de inzet van meer dan 150 vrijwilligers. Zij verzorgen onderhoud van het gebouw en de machine, de rondleidingen, de tuin en nog veel meer, bijgestaan door een professionele staf.

Openingstijden
Het Cruquius Museum is geopend vanaf de voorjaarsvakantie tot november van maandag t/m vrijdag van 10.00-17.00 uur, op zaterdag en zondag van 11.00-17.00 uur. Op nationale feestdagen is het museum geopend van 11.00-17.00 uur.
Vanaf november tot de voorjaarsvakantie is het museum geopend van maandag t/m vrijdag van 13.00-17.00 uur, op zaterdag en zondag van 11.00-17.00 uur.

Entree
Volwassenen betalen € 9,-- per persoon. Dit is een combiticket met het Historisch Museum, dit combiticket is een week geldig vanaf de datum op kassabon.
Kinderen t/m 4 jaar zijn gratis. Kinderen van 5 t/m 12 betalen € 4,50 per persoon en jongeren van 13 t/m 17 betalen € 6,50 per persoon.
Er zijn speciale prijzen voor rondleidingen en voor groepen.
(Prijzen zijn van 2017).

Adres
Cruquius Museum
Cruquiusdijk 27
2142 ER Cruquius
Telefoon: 023 - 528 57 04
E-mail:
Website:
Logo van het Cruquius Museum


Voor meer foto's van het Cruquius Museum die gemaakt zijn tijdens de Instawalk Waterbazen, zie: foto's Cruquius Museum.


 


Volg JTravel op Facebook, Instagram, Twitter, Pinterest en Bloglovin’.

 

Bewaar op Pinterest


Tijdens de Instawalk Waterbazen bezocht ik o.a. het Cruquius Museum in Cruquius. In dit museum zag ik de machtig grote ketels van deze grootste stoommachine ter wereld. Meer informatie over het Cruquius Museum lees je hier. Lees je mee? #cruquiusmuseum #cruquius #haarlemmermeer #instawalk #instawalkwaterbazen #waterbazen #jtravel #jtravelblog

 

Deel dit artikel

Reacties mogelijk gemaakt door CComment