Header Zuid-Afrika / Copyright © JTravel.nl

 

 

Informatie Zuid-Afrika

 

Zuid-Afrika is een republiek in het zuiden van het Afrikaanse continent. De totale oppervlakte van het land is 1.123.226 km2, exclusief de 'onafhankelijke' thuislanden Bophuthatswana, Ciskei, Transkei en Venda en de Walvisbaai; inclusief deze gebieden heeft Zuid-Afrika een oppervlakte van 1.225.765 km2. Zuid-Afrika is daarmee 30 keer groter dan Nederland. De bestuurlijke hoofdstad van Zuid-Afrika is Pretoria. Daarnaast heeft Zuid-Afrika nog 2 hoofdsteden, te weten de wetgevende hoofdstad Kaapstad en de rechtelijke hoofdstad Bloemfontein.

Plattegrond van Zuid-Afrika

Zuid-Afrika grenst in het oosten aan Swaziland, in het noordoosten aan Mozambique, in het noorden aan Zimbabwe en Botswana en in het noordwesten aan Namibië. Het bergachitige Lesotho is geheel omsloten door Zuid-Afrika. Het is nauwelijks mogelijk een betere beschrijving te geven van Zuid-Afrika dan de leus: 'de wereld in één land'. In de zuidpunt van Afrika komen alle positieve punten van het zwarte continent samen.
Zuid-Afrika wordt ook wel de 'Regenboognatie' genoemd, vanwege de enorme variëteit aan kleuren, culturen en tradities. In het land vindt u uitgestrekte woestijnen, imposante bergen en ook glooiende wijngaarden, grote steden, afgelegen Zulu-dorpen, kale steppen, subtropische wouden, bergen die even hoog zijn als de Alpen en adembenemende watervallen. U vindt hier 52 wild- en natuurparken en langs de 3000 km lange kust treft u stranden aan.
Het land is verdeeld in 9 provincies, te weten Gauteng, KwaZulu-Natal, Limpopo, Mpumalanga, Noord-Kaap, Oost-Kaap, West-Kaap, Noordwest en Vrijstaat. Elk van de negen provincies van Zuid-Afrika is weer anders. Zuid-Afrika is zeer geschikt voor het maken van een self drive rondreis. De wegen en bewegwijzering zijn prima.

Geschiedenis
Zuid-Afrika heeft een zeer ingewikkeld verleden. Vanaf de komst van de eerste zeevaarders tot de afschaffing van de apartheid in de jaren '90 van de vorige eeuw was rust nooit een garantie. Het land werd keer op keer verdeeld, meningen waren altijd en overal verdeeld en de mensen werden verdeeld. Zwart en wit, boer of niet-boer, Afrikaners tegenover het inheemse volk. Met de komst van Nelson Mandela keerde de rust enigszins terug.
Al meer dan twee miljoen jaar geleden leefden er mensen in Zuid-Afrika. Het waren jagers uit het stenen tijdperk. Gevonden beenderen bij Taung in de Noordkaap en Sterkfontein bij Johannesburg zijn bewijzen daarvoor. Rond het jaar 200 kwamen er nieuwe groepen bij de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika, de San (verzamelaars) of Bosjesmannen en Khoikhoi (herders) of Hottentotten, die afkomstig waren uit het grote-merengebied in Midden-Afrika. Samen werden de beide volken de Khoisan genoemd en zij worden vaak beschouwd als de oudste bewoners van Zuid-Afrika. Kenmerkend voor hen zijn de rotstekeningen die ze achterlieten in de grotten waar ze woonden en schuilden. Deze zijn goed bewaard gebleven en nog te zien in de Drakensbergen. De Khoikhoi voelden zich superieur aan de San en ontwikkelden een sociale hiërarchie, gebaseerd op individueel bezit van vee. Eeuwen later zakten de Nguni naar Zuidelijk Afrika af. Zij waren de voorouders van zwarte volken als Xhosa's en Zulu's, beiden Bantoevolken. Deze volken, voornamelijk veehouders en akkerbouwers, bleven veel langer op één plaats wonen en konden zich daardoor beter ontwikkelen en breidden hun woongebied al snel uit ten koste van de Khoisan. Door de komst van de Europeanen in de 17e eeuw bleef er van de Khoisan niet veel meer over. De Hottentotten leven voort in de stammen als de Nama en de Griekwa, terwijl de Bosjesmannen in Botswana en Namibië leven, in de buurt van de Kalahari-woestijn.

In 1488 voer de Portugees Bartholomeu Diaz als eerste Europeaan om het Kaapse Schiereiland en in 1498 volgde de beroemde Vasco da Gama. De Portugezen gebruikten de Kaap als een plaats waar ze vers water en voedsel konden inslaan. Eind 16e eeuw rondde de eerste Hollander de Kaap, Jan Huygen van Linschoten. Begin 17e eeuw volgden vele schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Scheepsarts Jan van Riebeeck kwam in 1652 aan in Kaap de Goede Hoop. Na de periode Van Riebeeck werd het gebied bestuurd door een dertigtal commandeurs, gouverneurs en commissarissen, van wie de bekendste waren: Simon van der Stel (1679-1699) en W.A. van der Stel (1699-1707). Vanaf 1657 mochten ambtenaren maar ook boerengezinnen uit Holland zich als 'vrijburgers' vestigen aan de Kaap. Vele Hollandse boerengezinnen maakten daar gebruik van en gestimuleerd door gunstige voorwaarden ontstond er een welvarende landbouwkolonie. Vanaf 1685 kwamen er ook Hugenoten naar de Kaap die met de Hollanders, de slaven en de Khoisan aanvankelijk vreedzaam naast elkaar leefden. Samen met de Hollanders, de Duitsers en de Fransen ontstond het 'Afrikanervolk'.

In 1791 had de VOC zich terug getrokken uit Zuid-Afrika. Met de eerste bezetting van de Kaap door Groot-Brittannië in 1795 werd een eind gemaakt aan het bestaan van de 'onafhankelijke' staten. In 1803 kwam de Kaap op grond van de Vrede van Amiens nog onder het gezag van de Bataafse Republiek, maar in 1806 veroverde Groot-Brittannië het gebied weer en kreeg het in 1814 blijvend in bezit. Toen de Britten eind 18e eeuw arriveerden woonden er ongeveer 6.000 Hollanders, 5.600 Duitsers en 2.400 Fransen in Zuid-Afrika (samen Boeren of Afrikaners genoemd). Daarnaast woonden er ongeveer 15.000 Khoisan en 25.000 slaven. Onder het Britse bestuur kreeg de economie flinke impulsen door de wijnbouw en de export van wol. Aan het eind van de 18e eeuw ontstonden er spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen door de groeiende bevolking en de daaropvolgende druk op de bestaansmiddelen. De Bantoevolken onderling vochten ook regelmatig met economische bronnen als inzet. De Zulu's, onder leiding van Shaka Zulu, wisten hun gebied sterk uit te breiden en de andere Bantoevolken werden verdreven. In 1828 werd Shaka vermoord door zijn broer Dingane. De Boeren hadden ook steeds meer behoefte aan een nieuw land en wilden onder de druk van de Britten uitkomen. Na de zesde Kafferoorlog met de Xhosa in 1834 trokken de Boeren, ook wel Voortrekkers genoemd, met ossenwagens (later het symbool van de onafhankelijkheidsstrijd) naar het noorden (Grote Trek). Conflicten met de Ndebele en de Zulu's werden in het voordeel van de Boeren beslist en na de Slag bij de Bloedrivier met de Zulu's werden gedeeltes van Natal in beslag genomen. Hier stichtten de Boeren de republiek Natalia die werd geregeerd door een gekozen Volksraad. Sinds 1842 begon Groot-Brittannië die republiek op te breken: in 1842 door de verovering van de streek ten oosten van de Drakensberge (Natal) en in 1846 door de annexatie van de streek ten zuiden van de Vaalrivier onder de naam 'Orange River Sovereignity'. In 1848 probeerden de Boeren zich vergeefs met geweld opnieuw in het gebied te vestigen. Toch konden ze niet voorkomen dat de Boeren eigen republieken stichtten in Transvaal (1852) en Oranje Vrijstaat (1854). De Boeren en de Britten vochten ook regelmatig conflicten uit met de Bantoevolken; de Boeren met de Sotho's en de Britten vochten een oorlog uit met de Zulu's die in 1879 in het voordeel van de Britten beslecht werd tijdens de Slag bij Ulundi. In 1887 annexeerden de Britten Zululand. Het Britse koloniale bewind zou uiteindelijk voortduren tot de stichting van de Unie van Zuid-Afrika in 1910.

De Boerenoorlog

De positie van de zwarte bevolking moest worden verbeterd. Hier kwamen de Boeren onder leiding van Paul Kruger in 1880 tegen in opstand en de eerste Boerenoorlog was een feit. De Britten werden verslagen tijdens de Slag om Majuba Hill en Paul Kruger werd president van Transvaal. Deze staat was ooit eerder in handen van de boeren, maar werd later heroverd door de Britten.
De Duitsers hadden zich in Zuidwest-Afrika gevestigd (nu: Namibië) en de Britten waren bang dat die zouden gaan samenspannen met Transvaal. Daartoe werd in 1885 het protectoraat Bechuanaland (nu: Botswana) uitgeroepen met Cecil Rhodes aan het hoofd. Hij probeerde samen met zijn British South African Company een Britse corridor van de Kaap tot Caïro in Egypte te realiseren. Daarvoor koloniseerde hij ook het gebied Rhodesië, het huidige Zimbabwe en Zambia. In 1886 werd in Witwatersrand goud ontdekt. Het economische zwaartepunt verschoof van de Kaap naar het noordelijker gelegen Johannesburg. De vondst van deze 'schatten' was de basis voor de Zuid-Afrikaanse economie. De Britten wilden de exploitatie van de goudmijnen naar zich toe trekken en dwongen de Boerenrepublieken om deel te nemen aan een Britse confederatie. De Boeren in Zuid-Afrika wilden de Britse overheersing voorkomen en kwamen in opstand. De Britten verloren hierdoor steeds meer gezag. In 1899 verklaarden de Britten na een lange diplomatieke twist opnieuw de oorlog aan de Boeren (Tweede Boerenoorlog). De Britten wonnen uiteindelijk door een grotere troepenmacht, terwijl de Boeren met hun guerrilla-techniek en een enorme kennis van het gebied een moeilijke tegenstander waren. Boerderijen werden verbrand, waardoor de wanhopige Boeren dorpen gingen aanvallen om aan voedsel te komen. Een bijkomend effect was dat het beeld ten opzichte van de Boeren hierdoor alsmaar negatiever werd. Voor veel Afrikaners (de mengeling van Nederlanders, Duitsers en Fransen) was de maat vol. Ze zagen in dat de Boerennatie er nooit zou komen en tekende in 1902 een vredesverdrag met de Britten in Pretoria. De Britten kregen door het 'Verdrag van Vereniging' macht over alle Zuid-Afrikaanse republieken.
Ze probeerden de Boerenbevolking onder hen te krijgen door het Engels verplicht te stellen op scholen. Deze maatregel werkte averechts en de woede van de Boeren werd groter. De Nederlandse taal werd in deze tijd wettelijk vastgelegd en kreeg een bijzondere status in Zuid-Afrika. Daarnaast kreeg de zwarte bevolking alleen stemrecht in de Kaapkolonie. Om zowel de Boeren als de Britten tevreden te stellen werd besloten om het parlement in Kaapstad te vestigen, de regering in Pretoria en het hooggerechtshof in Bloemfontein. De positie van de niet-blanken werd steeds slechter. Eind 19e eeuw mochten niet-blanke bevolkingsgroepen zich niet overal zomaar vestigen. Protest hiertegen uitte zich onder andere in het geweldloze verzet van de Indiërs onder leiding van Mahatma Gandhi. Hij kwam in 1893 op 24-jarige leeftijd vanuit India naar Zuid-Afrika. Hij bleef 21 jaar in Zuid-Afrika om te strijden voor gelijke burgerrechten voor de Indiase gemeenschap.

De Afrikanen waren ontevreden over de verzoeningspolitiek van president Louis Botha en zijn Suid-Afrikaanse Party (SAP). Men was ontevreden over de Britse dominantie in de economie en tegen hun streven naar gelijkwaardigheid tussen 'die swart gevaar' en de blanke bevolking. De oprichting van het zwarte ANC (African National Congres) gooide nog eens olie op het vuur en de Nasionale Party werd opgericht. De Unie van Zuid-Afrika werd in 1910 opgericht. Er waren twee partijen: De South African National Party (SAP) en de Nasionale Party (NP). De SAP steunde de Britten en was voor eenheid tussen Britten en Boeren. Radicalere Boeren splitsen zich af en vormden de Nasionale Party. Zij wilden onafhankelijkheid van de Britten en zetten Afrikaner belangen voorop. Deze partij zou later de Apartheid invoeren. Ondanks de overgrote meerderheid qua bevolking (75%) hadden de zwarten geen politieke plaats in de Unie. Na de Eerste Wereldoorlog werd Zuidwest-Afrika een mandaatgebied van de unie. Onder het bewind van Jan Smuts werd de kiem voor de apartheid gelegd. Hij streefde naar meer onafhankelijkheid ten opzichte van Groot-Brittannië en beperkte de vrijheden van de niet-blanke bevolking. In de jaren dertig fuseerde de Suid Afrikaanse Party met de Nasionale Party vormde de Verenigde Party. Midden in deze ontwikkeling kwam de oorlogsverklaring van Groot-Brittannië aan Duitsland in het begin van september 1939. In de Tweede Wereldoorlog speelde Zuid-Afrika militair een belangrijke rol zowel in Afrika (o.a. in Ethiopië) als in Europa (Italië).

Na de Tweede Wereldoorlog vaardigde de Verenigde Party enkele repressieve wetten uit, die op veel steun van de blanke bevolking konden rekenen. De andere bevolkingsgroepen waren uiteraard minder te spreken hierover en het verzet hiertegen nam al snel grote vormen aan. In 1948 werd met het apartheidsbeleid gestart. Het idee was om de diverse bevolkingsgroepen in gescheiden woongebieden te laten leven waardoor ze hun eigen identiteit zou behouden. De eerste van de 150 wetten werd in 1949 aangenomen: om het ras zuiver te houden werden seksuele relaties en huwelijken tussen blank en zwart verboden. Alle inwoners van Zuid-Afrika werden onderverdeeld in een van de drie klassen: zwartblack (uit Afrika), gekleurd/coloured (uit Azië of India) of blank/white (uit Europa). Deze benamingen worden nog steeds gebruikt in het dagelijks leven en behoren tot het politiek correcte taalgebruik. Het eerste verzet tegen deze plannen en de uitvoering ervan was ongestructureerd en marginaal. In 1955 nam het Congress of the People, protestorganisaties van allerlei rassen en kleur, het Vrijheidsmanifest aan. Hierin werd verklaard dat Zuid-Afrika van alle bevolkingsgroepen (ook blanken) was en dat de politieke macht ook verdeeld zou moeten worden over de bevolkingsgroepen. Dit vrijheidsmanifest zou voortaan als handvest voor het ANC gaan gelden. Toch was ook het ANC verdeeld. In 1959 werd het Pan Afrikanist Congress (PAC) door een groep ANC-ers opgericht. Zij vonden dat er in het ANC geen plaats voor blanken kon zijn. Het beleid om zwarten zelfstandige thuislanden toe te wijzen en geen vertegenwoordigers meer in de Zuid-Afrikaanse regering te hebben werd door verschillende presidenten voortgezet, en de positie van de blanken werd steeds sterker. In 1961 werd alleen de blanke bevolking over de relatie met Groot-Brittannië geraadpleegd. Een grote meerderheid koos voor onafhankelijkheid en Zuid-Afrika werd uitgeroepen tot republiek. Tijdens de Apartheid hingen overal bordjes met daarop 'Slegs vir blanken'. Alle publieke plaatsen waren verdeeld in twee delen: blanken gebruikten de voordeur van een bank of winkel, terwijl zwarten via de zijkant naar binnen moesten. Een bankje in het park was alleen voor blanken. Cafés en restaurants mochten de toegang weigeren aan zwarten. Zo intimiderend en schofferend als deze regelingen waren, zo ernstig waren de gevolgen voor de zwarte scholen en ziekenhuizen. Kwaliteit en veiligheid waren het laatste waar naar gekeken werd.

Het jaar 1961 was ook het jaar van 'Sharpeville', waar bij een demonstratie van het PAC tegen de pasjeswetten 69 doden vielen. De pasjeswet hield in dat zwarte en gekleurde mensen altijd hun pasjes bij zich moesten dragen, op straffe van arrestatie. De Group Areas Act regelde waar de verschillende groepen woonden: de zwarten in de townships, de blanken in de betere wijken van de stad en de gekleurden aan de rand van de stad, grenzend aan de townships. Een zwarte die zich zonder pasje in een witte wijk bevond, kon worden opgepakt, zelfs al kwam hij daar om te werken bij een blanke. De pasjeswet werd in 1986 afgeschaft. De regering riep de noodtoestand uit, het ANC en PAC werden verboden en de macht van leger en politie werden steeds groter. Zowel het PAC als het ANC zag zich genoodzaakt om ondergronds een militaire afdeling op te richten die zich met geweld verzette tegen het apartheidsbeleid. Belangrijke zwarte leiders als Nelson Mandela en Walter Sisulu werden in 1963 gevangen genomen en tot levenslang veroordeeld, waardoor de zwarte oppositie in de jaren zestig erg verzwakte. In 1960 verliet een andere leider van het ANC, Oliver Tambo, illegaal het land. Hij is jarenlang, tot de vrijlating van Nelson Mandela, de leider van het ANC geweest.

De gedode Hector Pieterson tijdens de Sowetorellen in 1976

Begin jaren zeventig herstelde de zwarte oppositie zich door de oprichting van de Black Consciousness Movement van Steve Biko en een versterking van de zwarte vakbonden die vele stakingen organiseerden. In 1976 liep een demonstratie in Soweto tegen het verplichte gebruiken van het Afrikaans op de scholen uit op een bloedbad: meer dan 1.000 doden waarvan heel veel kinderen. Een foto van een dodelijk geraakte Hector Pieterson van 14 jaar schokte de wereld. Hij lag stervend in de armen van een oudere schoolgenoot, terwijl zijn wanhopige zuster Thandi er huilend naast loopt.
Bij de begrafenis van Steve Biko kwam het weer tot ongeregeldheden. Biko overleed op 12 september 1977 aan verwondingen die hij in een politiecel had opgelopen. Steve Biko is een van Zuid-Afrika's bekendste strijders tegen de Apartheid. Vlak voor het uitbreken van de burgeroorlog in 1976 kreeg Steve Biko een spreekverbod. Hij werd opgepakt en stierf na 26 dagen gevangenschap in Port Elizabeth. De officiële doodsoorzaak was hongerstaking. Niemand geloofde dit, aangezien dit al het twintigste sterfgeval was op korte tijd in deze gevangenis. Uit onderzoek bleek, jaren later, dat Biko zo ernstig is gemarteld dat de politie hem naar het ziekenhuis in Pretoria moest brengen. Hij stierf daar uiteindelijk aan een ernstige hersenbeschadiging. Hij was de 46e politiek gevangene die in de gevangenis door politiegeweld is overleden. Het nieuws over zijn dood ging de wereld rond en maakte hem een martelaar bij de zwarte bevolking.
In 1978 nam Pieter Willem Botha de leiding over van de regerende Nasionale Party. Hij voorzag al snel dat het blanke Zuid-Afrika geen lange toekomst meer beschoren zou zijn en gaf de Aziaten en de kleurlingen een eigen kamer in het parlement. Ook probeerde hij door de vorming van een zwarte middenklasse een dam op te werpen tegen het ANC, dat onder de zwarte bevolking steeds meer aanhang verwierf. Ook de regeringen van de zwarte thuislanden, onder meer die van Kwa Zulu, werden ingeschakeld. Dit veranderde de slechte positie van deze groepen nauwelijks, om over het zwarte deel van de bevolking nog maar te zwijgen. Zij hadden alleen maar iets te zeggen in de door niemand officieel erkende thuislanden.
Dit had wel degelijk gevolgen. De Conservatieve Party splitte zich af van de Nasionale Party. Bovendien verenigde zich meer dan 600 Zuid-Afrikaanse organisaties zich in het United Democratic Front (UDF) dat zich ging inzetten voor de strijd tegen het apartheidsregime. Het UDF werd gevormd door 15.000 antiapartheidsactivisten uit de townships bij Kaapstad. Desmond Tutu was hun leider. Hij was verbonden aan St. Georges Cathedral in Kaapstad. Het buitenland begon zich ook te roeren en er volgden verschillende sancties tegen het apartheidsregime. In de jaren tachtig nam de buitenlandse druk steeds verder toe en beetje bij beetje werd het apartheidsbeleid ontmanteld. Halverwege de jaren tachtig werden de vrijheidsmaatregelen aangescherpt om onlusten te voorkomen. Dit leidde tot een volksopstand georganiseerd door het ANC-in-ballingschap. Deze opstand werd gewelddadig neergeslagen. Botha riep daarop de noodtoestand uit en op dat moment was Zuid-Afrika een politiestaat geworden. Leger, politie en inlichtingendiensten kregen vrij spel. In 1983 kwam er een nieuwe grondwet waarin nog steeds geen politieke rechten stonden voor zwarten. In deze tijd stierven veel apartheidsstrijders in de gevangenis of ze 'verdwenen' spoorloos.

De internationale gemeenschap reageerde door Zuid-Afrika steeds verder te isoleren. Ook de verenigde vakbonden oefenden steeds meer druk uit op de regering en eisten de vrijlating van Nelson Mandela, hét symbool van de strijd tegen de apartheid. Er werd steeds vaker sabotage gepleegd tegen de apartheidsstaat. Er werd voor een andere aanpak gekozen. Nelson Mandela en enkele andere ANC-leiders werden van hun gevangenis op Robbeneiland overgebracht naar de Pollsmoor gevangenis in Kaapstad. Daarnaast stuurde de regering steeds meer troepen naar de townships om de onlusten de kop in te drukken. Tussen maart en december 1983 bood de regering steeds vaker aan om Mandela onder voorwaarde dat hij instemde met de verbanning naar het thuisland Transkei, vrij te laten. Hij sloeg dit aanbod steeds af. Een subtiele verschuiving tekende zich af: Botha was zelf een gevangene en hij had Mandela hard nodig om zich te bevrijden. In 1986 kondigde Botha nogmaals de noodtoestand af en ontketende een nieuwe storm van tirannie, met moorden, massa-arrestaties, opsluitingen, processen wegens hoogverraad en martelingen. Opgeschrikt door deze golf van geweld vluchtte een groep Zuid-Afrikaanse zakenmensen in 1987 naar Senegal om een ANC-delegatie, onder leiding van de latere president Thabo Mbeki, te ontmoeten. Ze drongen aan op steun om via onderhandelingen tot een akkoord te komen. Het verbod op vreedzame oppositie tegen de apartheid riep een storm van internationale protesten op. In juli 1988 werd Mandela naar het ziekenhuis in Kaapstad gebracht, omdat hij aan TBC leed. Toen hij in oktober weer hersteld was, bracht de overheid hem niet terug naar de Pollsmoor gevangenis, maar werd hij naar de woning van een gevangenbewaarder van de Victor Verster gevangenis, net buiten Paarl, gebracht. Begin 1989 schreef Mandela vanuit Victor Verster bij Paarl een brief aan Botha, waarin hij opriep tot onderhandelingen. Botha zag dat hij weinig speelruimte had. Begin 1989 trad Botha om gezondheidsredenen af. Hij werd opgevolgd door Frederik Willem de Klerk. Door hem raakte het hervormingsproces in een onomkeerbare stroomversnelling. Vanaf het begin was duidelijk dat hij zou gaan onderhandelen met het ANC. In oktober 1989 liet hij onder anderen Mandela's bondgenoot Walter Sisulu vrij. Op 13 december 1989 ontmoette de Klerk Nelson Mandela in de gevangenis in Paarl. Tijdens de opening van het parlement in februari 1990 deed minister president De Klerk de sensationele mededeling dat alle politieke beperkingen zouden worden opgegeven. Een week later vond een historisch moment plaats: Nelson Mandela werd na 27 jaar gevangenschap vrijgelaten vanuit de Victor Verstergevangenis nabij Paarl en het gezicht van de antiapartheidsstrijd was voor iedereen zichtbaar. Op zondag 11 februari 1990 om 15.15 uur liep de toen 71e jarige Mandela hand in hand met zijn vrouw Winnie de gevangenispoort uit en de vrijheid tegemoet. De wereld was getuige van een bijzondere triomf. Een uur later sprak Mandela een menigte toe vanaf het balkon van het stadhuis in Kaapstad. Verder schafte De Klerk de meeste apartheidswetten af en werden alle oppositiepartijen (o.a. ANC en PAC) gelegaliseerd. In september 1991 tekenden De Klerk, Mandela en Buthelezi samen met 23 andere organisaties een nationaal vredesakkoord, waarin de partijen zich onder meer verplichtten het geweld in te perken. Desondanks nam de gewelddadige rivaliteit tussen vooral ANC-leden en de Zulu van Inkatha-leider Buthelezi niet af.

In april 1992 hief de EG de olieboycot op, evenals de sportboycot en het verbod op wetenschappelijke en culturele contacten met Zuid-Afrika. In april 1993 leek alles vergeefs te zijn geweest door de moord op Chris Hani, na Mandela, de populairste ANC-leider. Een burgeroorlog dreigde en de natie zag hoe Mandela op drie opeenvolgende avonden, de bevolking op televisie tot kalmte maande. Dit optreden was het beslissende keerpunt: het was duidelijk dat alleen de ANC-voorzitter een chaos kon afwenden, terwijl De Klerk op de achtergrond bleef. Mandela gebruikte zijn strategische overwicht om direct op te roepen tot de vaststelling van een datum voor verkiezingen. Deze werden uitgeschreven voor 27 april 1994. De inspanningen van De Klerk en Mandela om op een voor de blanke bevolking acceptabele wijze tot een zwarte meerderheidsregering te komen, leidde in 1993 tot de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan zowel Nelson Mandela als Frederik Willem de Klerk.

Van 26 tot 29 april 1994 werden de eerste democratische verkiezingen in Zuid-Afrika gehouden. De wereld was getuige van indrukwekkende beelden: duizenden mensen stonden op deze dag in lange rijen in de brandende zon, vastbesloten hun bijdrage te leveren aan een nieuw Zuid-Afrika. Mensen deden er alles aan om het stemhokje te bereiken en velen wisten van vreugde niet of ze moesten huilen of lachen. Blanke vrouwen stonden met hun zwarte dienstmeisjes in de rij. Ziekenhuisbedden werden compleet met patiënt naar het stemlokaal gebracht, alles om de stem te kunnen uitbrengen. Nelson Mandela werd de grote winnaar en het ANC de grootste partij met 62% van de stemmen. De NP haalde 20% en de IFP 10%. De NP haalde een meerderheid in de West-Kaap en de IFP in Kwazulu Natal. President werd Nelson Mandela, met als vice-presidenten De Klerk (NP) en Thabo Mbeki (ANC). Mandela's programma voorzag o.a. in de bouw van een miljoen huizen in vijf jaar tijd en verbeteringen in het onderwijs en de gezondheidszorg. De internationale wereld erkende het nieuwe landsbestuur meteen en maakte formeel een einde aan de sancties tegen Zuid-Afrika. Het land werd lid van grote internationale organisaties als Verenigde Naties (juni 1994), OAE en OMF. Tijdens Mandela’s inauguratie op 9 mei 1994 sprak de Klerk zijn respect voor Mandela uit: 'Mister Mandela heeft een lange weg bewandeld en staat nu op het top van een heuvel. Een man van het lot weet dat na deze heuvel andere heuvels liggen. De reis is nooit compleet. Wanneer hij de volgende heuvel bewandelt, reik ik mijn hand naar Mister Mandela in vriendschap en samenwerking'.
President Mandela kondigde in 1995 aan dat hij na afloop van zijn ambtstermijn in 1999 niet herkiesbaar was. Winnie Mandela, van wie president Mandela gescheiden leefde, kwam in opspraak door een reeks uitspraken waarin zij zich distantieerde van het regeringsbeleid en door financiële schandalen. Ook werd zij beschuldigd van betrokkenheid bij een aantal moorden. Lokale verkiezingen in november 1995 leverden een overwinning met twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen op voor het ANC. In mei 1996 stemde de Constitutionele Assemblee met overgrote meerderheid in met de nieuwe Grondwet, die na de verkiezingen van 1999 van kracht zal zijn. In mei 1996 stapte de Nasionale Party uit de Regering van Nationale Eenheid en ging in de oppositie. De regering voerde een behoedzaam economisch beleid, gericht op terugdringing van het begrotingstekort en belastingverlaging voor de lage en midden-inkomens. Het BNP groeide met ruim 4% en de inflatie liep terug tot ruim 7%. Mandela gaf in 1999 de leiding over aan Thabo Mbeki. Mbeki woonde 28 jaar in ballingschap, vooral in Groot-Brittannië. Hij kwam terug naar Zuid-Afrika nadat Mandela was vrijgelaten.

De mensenrechtensituatie tijdens apartheidsregime werd onderzocht door de Waarheids- en Verzoeningscommissie onder leiding van aartsbisschop Desmond Tutu. Deze commissie richtte zich vooral op de periode van 1 maart 1960 tot 5 december 1993. Deze commissie was opgezet op de apartheid, voor zover mogelijk, te verwerken door de slachtoffers hun verhaal te laten doen. Op die manier zou hun herinnering een plaats krijgen, waarna ze verder zouden kunnen gaan met hun leven. Daar bleef het echter niet bij: daders krijgen dankzij de commissie de kans hun misdaden te bekennen aan het hoofd van de commissie. De commissie functioneerde 5 jaar. Dagelijks waren er nieuwe gruwelijke getuigenissen en bekentenissen. Meer dan 8.000 mensen legden vrijwillig hun bekentenis af. Bisschop Desmond Tutu

Op 14 april 2004 vonden voor de derde keer sinds het einde van de apartheid nationale verkiezingen plaats. President Thabo Mbeki werd herkozen. De opkomst lag rond de 75% en het ANC behaalde meer dan twee derde van de uitgebrachte stemmen, waardoor het nu in een positie is eenzijdig grondwetswijzigingen door te kunnen voeren. Ook de landhervormingkwestie, bestaande uit landrestitutie, landherverdeling en herziening van de eigendomsverhoudingen, vormt een belangrijk onderdeel van het transformatieproces in Zuid-Afrika. Gebaseerd op een systeem van willing buyer, willing seller wordt grond aangekocht voor teruggave aan of herverdeling onder voormalig achtergestelde bevolkingsgroepen. Tijdens de Land Summit van november 2005 werden doortastender maatregelen aangekondigd, waarbij bijvoorbeeld het middel van de onteigening waarschijnlijk minder zou worden geschuwd.

De politieke verhoudingen in Zuid-Afrika (en vooral binnen het ANC) worden op scherp gezet. Dit heeft te maken met de gebeurtenissen rond ex-vicepresident Jacob Zuma. Hij wordt verdacht van fraude en corruptie in een grote wapentransactie, waarbij een ANC-zakenman is veroordeeld. De zaak tegen Zuma start in juni 2006. Hij was al aan de kant geschoven als vicepresident. In november 2005 werd Zuma ook nog geconfronteerd met een aanklacht wegens verkrachting. Hangende deze zaak moest Zuma ook zijn leiderschapsactiviteiten binnen het ANC neerleggen. Zuma, en grote delen van het ANC menen dat beide zaken onderdeel uitmaken van een complot tegen hem, om hem er van te weerhouden zich kandidaat te stellen voor het presidentschap in 2009, als er een eind komt aan Mbeki's termijn. Zuma is van de aanklacht wegens verkrachting vrijgesproken. Hoewel beide kwesties de positie van Zuma hebben verzwakt, was zijn rol zeker nog niet uitgespeeld. In december 2007 wordt Zuma voorzitter van het ANC. In september 2008 treed Mbeki onder druk van het ANC af en wordt Kgalema Motlanthe gekozen tot interim-president tot de presidentsverkiezingen van 2009, waar Zuma de grootste kanshebber is. In mei 2009 wordt Zuma gekozen tot president. In 2012 is het onrustig binnen het ANC. De politie schiet op betogers (er vallen veel doden) bij de Marikana mijn en Julius Malema, voormalig jeugdleider bij het ANC, wordt door Zuma beschuldigd van fraude. Volgens Malema zijn deze beschuldigingen politiek gemotiveerd vanwege zijn kritiek op diens optreden tegen de stakers. In december 2012 wordt Zuma herkozen als leider van het ANC.

Nelson Mandela
'During my lifetime I have dedicated myself to the struggle of the African people. I have fought against white domination, and I have fought against black domination. I have cherished the ideal of a democratic and free society in which all persons live together in harmony and with equal opportunities. It is an ideal which I hope to live for and to achieve. But, if needs be, it is an ideal for which I am prepared to die'. - Nelson Mandela (Rivona proces). Deze dappere woorden spreekt Nelson Mandela uit tijdens het Rivona proces. De wereldberoemde strijder tegen apartheid werd veroordeeld tot levenslang. Na meer dan een kwart eeuw in de gevangenis kwam hij terug. De meest beruchte gevangene van het land was nog even strijdvaardig als daarvoor en schopte het tot president van Zuid-Afrika.
Nelson Rolihlahla Mandela werd op 18 juli 1918 geboren in een klein dorpje in de Transkei. Profetisch of niet...de naam Rolihlahla betekent lastpak. De jonge Nelson had een rustige jeugd op de boerderij ver weg van elke vorm van politiek. Maar toen zijn vader stierf kwam hij onder toezicht van de regent van de Thembu-stam. Geïnspireerd door de al dan niet politieke problemen die de regent moest oplossen, besloot de jonge Mandela dat hij rechten ging studeren. Tijdens zijn studie protesteerde hij met klasgenoten tegen de blanke overheersing. Maar pas toen hij in Johannesburg ging werken voor een klein advocatenkantoor leerde hij de echte ongelijkheid kennen. Hij was uit zijn vertrouwde omgeving gevlucht voor een gearrangeerd huwelijk. Nu stond hij ineens alleen in een koude stad waarin het leven van een zwarte man of vrouw niks waard was. In plaats van zich te schikken in deze situatie, besloot Mandela dat hij zelf actief wilde strijden tegen de Apartheid. Terwijl het hele land borrelde van opgekropte woede, koos de jonge Mandela voor de minst agressieve manier om zijn stem te laten horen; de politiek. Hij sloot zich aan bij de jeugdbeweging van het African National Congress (ANC). Deze partij ijverde voor gelijke kansen tussen blank en zwart. Enkele partijpunten waren: een volledig burgerschap van de zwarte-afrikanen en gratis onderwijs. In 1958 trouwde Nelson Mandela met zijn tweede vrouw: Winnie Madikizela-Mandela. Ze kregen wereldfaam als koppel, maar hun huwelijk was niet bestand tegen de druk van de strijd tegen apartheid en Mandela’s langdurige gevangenschap. Haar steun was tijdens de gevangenschap enorm belangrijk. Ze bracht hem op de hoogte van het politieke nieuws tijdens haar bezoeken aan Robbeneiland. Maar Winnie Mandela was niet loyaal. Ze maakte misbruik van haar macht.
De non-agressieve houding van het ANC kon echter niet verhinderen dat de spanningen tussen blank en zwart bleven oplopen. In maart 1960 werd de hele wereld dan ook opgeschrokken door de slachting van Sharpeville. In het township Sharpeville kwamen 5.000 ongewapende zwart-afrikaanse demonstranten neus aan neus te staan met 300 blanke politieagenten. Uit angst begon de politie in het wilde weg te schieten. Meer dan 180 mensen raakten gewond, 69 mensen stierven.
Het ANC werd verboden en de oorspronkelijk vredige doelstellingen van Nelson Mandela kregen door alle tegenslagen een donker kantje. Zoals de meeste ANC-leden moest hij onderduiken. Maar dit belette hem niet om zijn protesten voort te zetten. Hij startte met de militaire zijvleugel van het ANC; de Umkhonto we Sizwe. In 1962 kreeg de politie hem te pakken en werd hij veroordeeld tot vijf jaar celstraf. Slechts enkele maanden later werd het Umkhonto we Sizwe opgerold en stond Mandela wederom in de rechtbank. Dit keer werden hij en zijn kompanen beschuldigd van het plannen van een militaire coup. Nelson Mandela ontkende dit niet ook al liep hij grote kans op de strop. Hij werd veroordeeld tot levenslang maar zijn bezielende getuigenis maakte hem wereldberoemd. Tijdens de Rivonia Trial verdedigde hij zichzelf. Samen met zeven anderen kreeg hij levenslang. Onder hen Walter Sisulu, Robert Sobukwe en Covan Mbeki, de vader van Thabo Mbeki (de latere president). Oliver Tambo vluchtte samen met andere ANC leiders die niet gearresteerd waren, het land uit. Hij bleef op afstand het ANC besturen. Nelson Mandela zat liefst twintig jaar gevangen op Robbeneiland, het gevangeniseiland vlakbij Kaapstad. Daarna verbleef hij nog acht jaar in de Pollsmoor gevangenis. Ondanks 27 jaar in gevangenschap weigerde hij zichzelf te zien als een slachtoffer.
Op Robbeneiland zette hij zelfs een heus educatiesysteem op. In de spaarzame uurtjes vrij studeerde hij en zijn lotgenoten economie, wiskunde of geschiedenis. Velen van hun hadden een redelijke opleiding gevolgd en waren maar al te bereid hun kennis door te geven aan de medegevangenen. In februari 1990 kwam hij vrij na hard onderhandelen met president F.W. De Klerk. Mandela was in de jaren van zijn afwezigheid alleen maar beroemder geworden in Zuid-Afrika. Het verbod op ANC werd eveneens opgeheven en Mandela ging verder met zijn grote doel als nooit tevoren. Met een engelengeduld en veel wijsheid wist hij zijn vroegere volgelingen weer te overtuigen. In 1991 werd hij de kopman van het ANC. Nelson Mandela

Hoewel Nelson en Winnie Mandela samen de vrijheid tegemoet liepen na zijn vrijlaten uit de gevangenis, volgde de scheiding twee jaar later. Op zijn 80e verjaardag trouwde Mandela met Graca Marchal, de weduwe van de voormalige Mozambikaanse president. Zuid-Afrikanen en vele wereldleiders waren ontroerd dat Mandela op zijn oude dag opnieuw het geluk vond in zijn privéleven.

De vlag
De huidige nationale vlag is op 27 april 1994 in gebruik genomen. De vlag vervangt de oude vlag van het land die tussen 1928 en 1994 gebruikt werd.
Drie van de kleuren, zwart, groen en geel, zijn kleuren die u vaak ziet in de Afrikaanse vlaggen, waaronder die van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC). Rood, wit en blauw zijn kleuren die u vaak ziet in Europese vlaggen, waaronder die van Nederland en het Verenigd Koninkrijk. De huidige vlag is voor wat betreft de kleuren ook een integratie van de oude Zuid-Afrikaanse vlag en de vlag van het ANC. Rood, geel en groen zijn ook de Pan-Afrikaanse kleuren.

Vlag Zuid-Afrika

Ondanks dat de betekenis van de vlag nooit officieel is neergeschreven, wordt algemeen aanvaard dat de volgende beschrijving klopt:
* Rood: staat voor het bloedvergieten tijdens o.a. de Boerentrek, de Anglo Boerenoorlog, de Apartheid.
* Blauw: kleur van de twee oceanen die aan Zuid-Afrika grenzen, de Atlantische en Indische Oceaan en de blauwe lucht.
* Groen: natuurbeheer en voor het land Zuid-Afrika. Wit: kleur van de hoop en diamant en vertegenwoordigt de blanke Zuid-Afrikanen.
* Geel: de natuurlijke rijkdommen van het land, waaronder goud.
* Zwart: vertegenwoordigt de zwarte Zuid-Afrikanen.
* De witte Y-vorm in de vlag staat voor de nieuwe democratie waarin er eenheid, één verenigde natie, heerst. De twee uiteinden die samen komen in één lijn symboliseert het samenkomen van diverse elementen binnen de Zuid-Afrikaanse samenleving en de eenwording van de democratische staat Zuid-Afrika. Samen op weg naar de toekomst.

Bevolking
Nergens ter wereld is er zo een mengelmoes van verschillende culturen te vinden als in Zuid-Afrika. Van wit tot zwart, van de Afrikaners tot de Bantoetaligen en alles wat ertussenin zit, zoals kleurlingen, Aziaten en latere immigranten uit Oost-Europa. Het land is de regenboognatie van het continent Afrika. De bevolking van Zuid-Afrika is tussen 1911 en 2000 meer dan verzevenvoudigd van ruim 6 miljoen tot 43,5 miljoen. In 2014 is 79,2% van de bevolking zwart, 8,9% blank, 8,9% kleurling en 2,5% Indiër. Overige groepen maken 0,5% van de bevolking uit. De gemiddelde leeftijd is 25 jaar.

De nakomelingen van de Bantoe-volken vormt de zwarte bevolking van het huidige Zuid-Afrika. Ze behoren wel tot de inheemse bewoners van Zuid-Afrika, maar zijn niet verwant aan de oorspronkelijke bewoners; de Khoi. Met een totaal van 29 miljoen inwoners, is de zwarte bevolking de grootste groep in het land. De groep is geen eenheid, maar bestaat uit verschillende groepen met eigen culturen en talen. De zwarte bevolking is globaal onder te verdelen in negen etnische groepen. De grootste groep zijn de Zulu's met naar schatting ongeveer vijf miljoen mensen. Traditionele Zulu's staan bekend om hun kunstnijverheid van aardewerk, hout en ijzer. De Xhosa's zijn met 2 miljoen mensen. Zij worden geroemd om hun sierlijke kralenwerken en het roken van de traditionele pijp. Daarnaast zijn er de Noord-Sotho's (2,2 miljoen), de Zuid-Sotho's (2 miljoen), de Tswana's (1,1 miljoen), Sjangaan-Tsonga's (1 miljoen), Swazi's (ruim 1 miljoen), Zuid-Ndebele (375.000), Noord-Ndebele (260.000), Venda's (125.000) en ongeveer 100.000 anderen.
De oorspronkelijke cultuur gaat door de verwestering van het land steeds meer verloren. Miljoenen zwarten wonen in de 'townships' of 'shantytowns', woonoorden voor de zwarte bevolking aan de randen van de grote steden, maar het exacte aantal is onmogelijk vast te stellen. Men leeft hier vaak in krotten. Bekende townships zijn Soweto bij Johannesburg, Mamelody bij Pretoria en Crossroads bij Kaapstad en alleen al Soweto zou tussen 2 en 3 miljoen inwoners tellen. Elke 'nation' is onderverdeeld in een aantal stammen of 'tribes'. De Zulu’s bestaan bijvoorbeeld uit meer dan 200 stammen.

Xhosa San/Bosjesmannen Zulu
Xhosa                                                                                           San/Bosjesmannen                                                                  Zulu

De Khoina zijn de oorspronkelijke bewoners. Hun afstammelingen zijn de Bosjesmannen. Nog maar weinig van deze primitieve jagers leven nog op traditionele wijze en trekken er met pijl en boog op uit. Vooral in het gebied van de Drakensbergen zijn eeuwenoude rotsschilderingen gevonden die een goed beeld geven van de levenswijze van de Bosjesmannen. Tegenwoordig leven ze voornamelijk in de Noord-Kaap en in Namaqualand.

De Bosjesmannen leven in de omgeving van de Kalahari woestijn. De San is hier een belangrijke groep. San is een verzamelnaam voor verschillende bevolkingsgroepen in zuidelijk Afrika. Er leven nog ongeveer 100.000 Bosjesmannen in Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Angola. Het grootste aantal bevindt zich in Botswana en Namibië. In heel zuidelijk Afrika zijn nog rotstekeningen te vinden van de voorouders van de San. Sommige zijn meer dan 20.000 jaar oud. Wat de San bijzonder maakt is hun nomadische levensstijl zonder vee, hun sterke relatie met de natuur en hun kliktalen. Vroeger leefden de San vooral van de jacht en van het verzamelen van eetbare gewassen.

De blanke bevolking is onder te verdelen in een aantal groepen. Ongeveer 57% van de ongeveer vijf miljoen blanken behoren tot de groep Afrikaners. De term 'Afrikaner' verwees vroeger naar een blank persoon die in Zuid-Afrika was geboren en Nederlands sprak. De groep bestaat uit afstammelingen van de oudste groep Nederlandse, Franse en Duitse kolonisten die in de 17e eeuw met hun schepen naar Zuid-Afrika kwamen. Ongeveer 38% van de blanke bevolking in het land bestaat uit afstammelingen van de Britse kolonisten. De overige groep blanken bestaat voornamelijk uit Europese immigranten die in de 19e eeuw tot en met nu naar Zuid-Afrika verhuisden en immigranten uit Zuid- en Oost-Europa die in de 20e eeuw kwamen.

Een zeer groot deel van de kleurlingen woont in de Kaapprovincie. De ruim 3 miljoen kleurlingen in Zuid-Afrika zijn nakomelingen van Hottentotten vermengd met blanke kolonisten, zwarten en slaven uit het Midden-Oosten. In 1959 werd deze bevolkingsgroep onderverdeeld in Kaapse kleurlingen, Kaapse Maleiers, Griqua (vermenging van Hottentotten en Europeanen uit het noordoosten en noordwesten van de Kaapprovincie), Chinezen, 'andere Aziaten' en 'andere kleurlingen'. De afkomst werd belangrijker gevonden dan het uiterlijk. In 1967 werd deze indeling gedeeltelijk herroepen. In de praktijk werd afkomst een belangrijker criterium dan uiterlijk. De kleurlingengemeenschap is wat betreft politiek en cultuur verdeeld: een deel zoekt aansluiting bij de blanken, anderen voelen meer verwantschap met de zwarten.

De Aziaten zijn voor 99% van Indische afkomst. De meeste van de bijna een miljoen Indiërs wonen in Natal, rond de stad Durban. Ze zijn afstammelingen van contractarbeiders die in de 19e eeuw uit het toenmalige Brits-Indië naar Zuid-Afrika kwamen om op de suikerrietvelden van KwaZulu-Natal te werken. Veel van hen besloten zich definitief in Zuid-Afrika te vestigen. Slechts een procent van deze groep bestaat niet uit Indiërs, maar voornamelijk uit Chinezen. Sinds 1920 zijn er ongeveer 12.000 Chinezen naar Zuid-Afrika geëmigreerd.

De Black Diamonds zijn de zwarte inwoners van Zuid-Afrika die tot de nieuwe middenklasse behoren, goed opgeleid zijn en over een redelijk kapitaal beschikken. De afgelopen jaren is het aantal mensen dat tot de zwarte middenklasse behoort met maar liefst 30% toegenomen. Deze groep is verantwoordelijk voor bijna een derde van de koopkracht van Zuid-Afrika. De groei van de zwarte middenklasse komt deels doordat bedrijven verplicht zijn ervoor te zorgen dat hun werknemersbestand een afspiegeling van de Zuid-Afrikaanse samenleving is. Bijna 70% van de zwarte middenklasse woont tegenwoordig in Gauteng, de provincie die het financiële centrum van Zuid-Afrika vormt. Elke maand vertrekken ongeveer 12.000 families uit de townships. Zij verhuizen naar de luxe woonwijken die voorheen enkel werden bewoond door blanke families. Het massale vertrek uit de townships is niet voor iedereen het summum van geluk. Veel mensen ondervinden culturele problemen wanneer ze uit hun townships vertrekken voor een leven in de buitenwijken. Ze missen de gezelligheid, opwinding en sociale connecties die ze gewend zijn en vinden hun nieuwe woonplaats maar saai en onpersoonlijk. Sommigen gaan zelfs ieder weekend terug om nog eens te proeven van de sfeer in de townships. De mensen die wel meer gaan verdienen, maar niet uit de townships weg willen, zorgen voor een opmerkelijke transformatie. Met het stijgen van de koopkracht van de inwoners, is er meer geld beschikbaar om duurdere huizen, winkelcentra en betere wegen te bouwen. Sommige townships beschikken zelfs over hun eigen golfbaan. De grenzen tussen townships en de vroeger meer prestigieuze woonwijken zijn langzaam aan het vervagen.

Taal
Zuid-Afrika kent elf officiële talen en daarnaast nog verschillende talen die wel door de grondwet worden erkend, maar geen officiële status hebben. De negen zwarte talen vallen uiteen in twee hoofdgroepen: de Nguni talen (Zulu, Xhosa, Swati & Ndebele) en de Sotho (Twana, Pedi & Sotho) talen. De negen talen worden vaak ingedeeld in vier taalgroepen, de Venda, de Tsonga, de Nguni en de Sotho. De meest gesproken talen zijn Zulu (28% van de zwarte bevolking) en Xhosa (27%), de belangrijkste omgangstalen, en verder Afrikaans, Tswana (12%), Noord-Sotho (11%), Engels, Zuid-Sotho (9%) en Tsonga (4%), Ndebele (3%), Swazi (3%) en Venda (3%). Tamil (gesproken door 24% van de Aziatische bevolking), Hindi (19%), Gujerati (12%) en Urdu zijn de niet officiële talen. Ook zonder officiële erkenning zijn de talen van Europese immigranten: Duits, Nederlands, Portugees, Italiaans en Grieks.

Een paar Afrikaanse woorden:

Afdelingswinkel – warenhuis Alleenloper – vrijgezel Astrant – brutaal
Baba – baby Bedorwe brokkie - verwend kind Beeldradio - televisie
Beenaf – verliefd Beenaf – verliefd Boerewors – typisch Zuid-Afrikaanse worst
Braai – barbecue Deurpad - voorrangsweg  
Duikweg – tunnel Dwelmmiddels – drugs Dwelmmiddels – drugs
Fees – festival Huurmotor - taxi Joggie – bediende
Kameelperd – giraffe Makietie – feestje Onvanpas – ongepast
Oupagrootjie – overgrootvader Padda – kikker Peuselhappie - snack
Plaas – boerderij Plaatjoggie – DJ Reguit – rechtdoor
Rolprent – film Saans – ’s avonds Seekoei - nijlpaard
Suikerbossie - protea Trek – verhuizen Verkleurmannetjie of trapsoetjies - kameleon
Vertoonkamer – showroom Vlakvark - wrattenzwijn Vrijkamer – logeerkamer
Wildeperd - zebra Woonstelblok – flat  


Het 'hallo' in zes Zuid-Afrikaanse talen:
isiNdebele – lotjha
Sepedi, Sesotho en Setswana– dumela
isiXhosa - molo
Xitsonga – avuxeni
thsiVenda – ndi masiari
isiZulu en siSwati- sawubona

Religie
Het geloof speelt voor de meeste Zuid-Afrikanen een grote rol. De godsdienst maakt de kloof tussen de verschillende bevolkingsgroepen kleiner en is voor veel mensen een steunpilaar in hun leven. Naast het christendom, dat vertegenwoordigt wordt door een ruime meerderheid van de zwarte en blanke bevolking, is de invloed van inheemse, eeuwenoude geloven niet verdwenen. Afrikaanse genezers spelen nog altijd een belangrijker rol in het leven van veel zwarte Zuid-Afrikanen. Ongeveer 75% van alle Zuid-Afrikanen is lid of beschouwt zich als lid van één van de vele christelijke kerken of stromingen.
Indeling naar religie: Christen 75%, Hindoeïsme 1%, Joods 1%, Moslim 1% en geen religie 15%.

Klimaat
Het subtropisch binnenland, het zogenaamde bosveld en lageveld. De maximale zomertemperatuur is 30° C en de minimum wintertemperatuur blijft boven het vriespunt. De regenval bedraagt 1000 mm in het oosten en tot 500 mm in het noordwestelijke deel. De vegetatie bestaat uit savanne, subtropisch bos met palmen. De gematigde binnenlandse regio, et zogenaamde hogeveld. Dit ligt op een hoogte van 1.500 meter. In de zomer kan het wel 30° C worden en in de winter kan het er soms vriezen. De neerslag is tussen de 800 en 500 milimeter per jaar. De vegetatie in deze regio is savanne en steppe.
De subtropische oostkustregio is de kustvlakte van Mozambique tot Port Elizabeth. Hier is het in de Afrikaanse zomers erg heet en heerst er een vochtig klimaat. In de Zuid-Afrikaanse winter is het warm en erg droog. De neerslag is 1.000 tot 700 milimeter per jaar.
In de zuidelijke Kaap liggen de steden George en Knysna. Hier stroomt ook de Agulhas stroom. Deze regio ontvangt het gehele jaar door regen. De neerslag bedraagt minimaal 1.000 milimeter gemiddeld per jaar. In de zuidelijke kaap kent men warme zomers en milde winters. Door de vele neerslag zijn hier veel wouden.
De semi-aride regio is het binnenland. Dit zijn hete zomers en koude winters. Er valt regen in de zomer. De gemiddelde neerslag is minder dan 500 milimeter per jaar. De vegetatie die u hier tegenkomt is voornamelijk steppe.
De aride regio ligt in het westen van Zuid-Afrika. Hier is de verdamping groter dan de neerslag. De neerslag is minder dan 125 milimeter gemiddeld per jaar. Ook hier zijn het hete zomers en koude winters.
Het winterregen-gebied in de zuidwestkaap kent de meeste neerslag in de Zuid-Afrikaanse winter. In deze tijd van het jaar heeft het gebied minder zonne-uren en daarom ook minder verdamping. In deze natte winters is de temperatuur gemiddeld 12° C. En in de droge zomers ligt de temperatuur rond de 28° C. In dit klimaat komen veer bijzondere planten voor. Deze soorten vormen een eigen florarijk van het plantenrijk die Capensis genoemd wordt. Er komen op dit kleine oppervlakte van de 8.500 soorten planten, 6.000 soorten komen nergens anders voor. Er valt hier 250 tot 3.000 millimeter neerslag per jaar. Dit is het gebied waar de befaamde Zuid-Afrikaanse wijnen vandaan komen.
Het winterseizoen in Zuid-Afrika loopt van juni tot en met augustus. Dit zijn de koelste en met uitzondering van het zuidwesten (de Kaap) de droogste maanden. Het zomerseizoen in Zuid-Afrika loopt van december tot en met februari. In het noordwesten is het dan heet.

Beste reistijd
U kunt Zuid-Afrika het hele jaar door bezoeken. De seizoenen zijn in Zuid-Afrika tegenovergesteld aan die in Nederland. De beste reisperioden zijn maart en april (najaar) en september en oktober (voorjaar). Door de overvloedige zonneschijn is elk jaargetijde geschikt. De beste tijd om de bloemenpracht te bewonderen is in de maanden augustus en september en om wild te spotten september en oktober. De grootste kans om de walvissen, die heel dicht bij de kust komen, te zien is vanaf midden juni tot en met oktober. In onze zomermaanden kan het rondom Kaapstad wat fris zijn. In de lente is vooral de West-Kaap geliefd vanwege de vele bloemen die in bloei staan. De beste tijd voor safari's is onze zomer, als het droog is en het wild zich concentreert rondom de drinkplaatsen.

Eten en drinken
Een Zuid-Afrikaan begint zijn dag met pap. Voor sommige Zuid-Afrikanen is dit uit noodzaak, omdat zij geen geld hebben voor ander voedsel. Deze maïspap wordt putupap genoemd en wordt gegeten met suiker. Bij de overige maaltijden wordt putupap ook geserveerd net als mealiebrood (maïsbrood). Bij de lunch wordt de pap met melk gegeten en 's avonds als pap met vleis, met een stukje boerewors en saus. Erg populair is de ProNutro-pap, een graansoort van soja en maïs met toegevoegde vitaminen en mineralen waar pap van wordt gemaakt. De lunch is tegenwoordig vaak een simpele maaltijd. Bijvoorbeeld een sandwich, salade of soep. Als snacks worden gedroogde vruchten gegeten, evenals boerewors en biltong.

Typisch Zuid-Afrikaanse gerechten zijn:
* Bunny chow is een uitgehold wit brood, gevuld met een rijke vlees- of groentencurry.
* Bobotie is een gehakt schotel geserveerd met gehakt, kruiden, eieren, kokosmeel, chutney en gehakte noten. Bobotie wordt vaak bereid met chutney.
* Biltong is een snack van gedroogd vlees met kruiden. Meestal is het gedroogd rundvlees, maar soms ook struisvogel en er is ook een hertenvariant. De naam biltong komt ook oorspronkelijk uit het Nederlands. 'Bil' staat voor de plek van het dier waar het vlees vandaan komt en 'tong'staat voor de vorm van de snack.
* Wat voor Nederlanders een zoute haring is, is voor de Zuid-Afrikanen boerewors. Deze kruidige worst werd door de Duitsers geïntroduceerd. De 'boerie' wordt volgens de traditie gemaakt van rund- en varkensvlees, knoflook, korianderzaadjes, kruidnagelen en nootmuskaat. Geen braai zonder boerewors en wanneer het vet op het houtskool drupt, weet u dat de worst gaar is.
* Mieliepap is een maïspap dat tegenwoordig overal in Zuid-Afrika wordt gegeten. Meestal als voedzaam en goedkoop ontbijt. Deze pap wordt ook geserveerd bij groente- en vleesgerechten.
* Potjiekos is geen gerecht, maar een typisch Zuid-Afrikaanse manier van bereiden. Men neemt een gietijzeren stoofpot op drie poten en plaatst het boven een houtvuur. Wat u er dan instopt maakt niet uit, maar let wel op de volgorde. Kookt u groente en vlees: eerst de groente en dan het vlees. En u mag niet roeren want een potjiekos wordt in lagen gekookt.
* Koeksister is een nagerecht dat iets weg heeft van een donut. Het wordt gemaakt van gefrituurd deeg dat vervolgens in suikerstroop en citroensap wordt gekookt.
* Malva Pudding is een klassieke Zuid-Afrikaanse dessert. Malva Pudding is gemaakt met abrikoos jam en heeft een sponsachtige textuur. Het is een zoete pudding, die meestal geserveerd wordt met warme vanillesaus.
* Butternutsoep wordt vooral heel veel gegeten tijdens de iets koudere wintermaanden. Het is een gebonden, romige soep.
* De Zuid-Afrikaanse melktaart is een taartje vol boter, suiker, bloem, vanille melk.Melktaart is zowel warm als koud te serveren.

Zuid-Afrikaanse recepten

Bekende dranken in Zuid-Afrika zijn de wijnen uit de Kaapse wijnlanden en rooibosthee uit de Cederbergen.
Rond Kaapstad heerst een ideaal klimaat voor de druiventeelt. Overdag schijnt hier de zon er in overvloed en zorgt de zeewind voor enige verkoeling. 's Nachts is het er een stuk kouder en dat is bevorderlijk voor de aromavorming van de druiven. Dankzij het stabiele klimaat is de kwaliteit van de wijnen gelijkmatig. Het grootste deel van de druivenrassen is van Franse oorsprong. Ongeveer 55% is wit. Van de witte druivenrassen is de Steen (ook wel de Chenin Blanc) de belangrijkste. Ook de Sultana, Colombar, Chardonnay en Sauvignon Blanc zijn belangrijk. Het grootste blauwe druivenras is de Cabernet Sauvignon, gevolgd door de Shiraz, Pinotage, Merlot en Cinsaut. Grootschaligheid is kenmerkend voor de Zuid-Afrikaanse wijnbouw. Wijngoederen van honderden hectare groot zijn eerder regel dan uitzondering. Dergelijke wijnbedrijven worden 'estates' genoemd. Ze hebben vaak Hollandse namen. Er zijn verschillende wijnroutes door Zuid-Afrika.
Rooibos is een plant uit de vlinderbloemenfamilie. Deze plant komt van nature voor als fynbos in de omgeving van de Cederbergen in de provincie West-Kaap. De bladeren van de plant worden geplukt, gestampt en in de zon ter oxidatie gelegd. In de laatste fase verkrijgt de rooibos haar roodbruine kleur. De naam rooibos is Afrikaans en afgeleid van het Nederlandse 'rood bos'. Rooibos bevat geen cafeïne en bijna geen tannine. De rooibos-theeplant groeit alleen in dit gedeelte van het land, en zelfs alleen in dit gedeelte van de wereld.

Landschap
Het landschap van Zuid-Afrika is zeer gevarieerd en kan verdeeld worden in 21 natuurlijke regio's:
• De Lesotho hooglanden vormen het hoogste deel van zuidelijk Afrika en vormen de grens tussen Lesotho en Zuid-Afrika. De hoogste toppen komen boven de 3.400 meter uit en op de bergtoendra's val 's winter vaak sneeuw.
• Het Hoogveld is een zachtglooiend, hooggelegen gebied en bestaat uit savannen. Hier ligt ook het verstedelijkte Witwatersrand rondom de belangrijke goud- en steenkoolmijnen van Zuid-Afrika. Hier wordt ook veel maïs verbouwd.
• Noord-Transvaal kent verschillende landschappen met o.a. de bergketens van de Soutpansberg en het Waterberg-plateau en daar tussenin ligt de Pietersburgvlakte, waar de veeteelt belangrijk is. De Soutpansberg is een belangrijk bosbouwgebied.
• In het noorden van de Kaapprovincie ligt het Ghaap-plateau waar door het semi-droge klimaat alleen veehouderij mogelijk is.
• De vlakke en uitgestrekte Bushmanvlakte van het binnenland-plateau ligt ook in het noorden van de Kaapprovincie en is slechts begroeid met wat struikgewas en alleen geschikt voor de extensieve schapenhouderij. Opvallende zijn de vele "pans", meertjes die maar een bepaald deel van het jaar gevuld zijn met water.
• Ten noorden en westen van Pretoria ligt het Bushveld bekken. In het vlakke, centrale deel van het bekken worden vele mineralen en edelmetalen zoals platinum, vanadium en chroom gevonden wordt. De kleiachtige zwarte turfgrond is uitermate vruchtbaar en hier worden dan ook vele gewassen geteeld.
• Het vlakke zanderige Kalahari-bekken is een semi-droge savanne en voornamelijk begroeid met acacia's. Vroeger werd dit gebied gekenmerkt door woestijnduinen, waarvan er nog maar weinige zijn overgebleven.
• In de noordelijke Kaapprovincie liggen de valleien van de Beneden-Vaal en de Oranjerivier, twee van grote rivieren in Zuid-Afrika. De valleien liggen in sterk ontwikkelde gebieden met o.a. een gigantisch irrigatieproject (Vaalharts) in de Hartsrivier, een zijrivier. Tussen de twee valleien ligt Kimberley, het centrum van de diamantmijnbouw.
• De Karoo is een uitgestrekte semi-droge vlakte met afgeplatte heuvels die begroeid zijn met gras en struikgewas. De hoogste punten van het plateau zijn Giants Castle (3.820 m), Cathkin Peak (3.650 m) en Mont aux Sources (3.299 m) in de Drakensbergen. Hier is alleen wat schapenteelt mogelijk.
• De Transvaalse Drakensberg is door voldoende regenval bedekt met bossen en een oord waar vele toeristen verblijven om o.a. te wandelen. De Transvaalse Drakensberg is een deel van de Great Escarpment (steile erosieranden).
• Ook de Natalse Drakensberg is een deel van de Great Escarpment met toppen boven de 3.000 meter. Hier vindt veel bergsport plaats.
• Uit een reeks bergketens bestaat het Kaapse Plooiingsgebergte, dat bedekt is met een unieke vegetatie, het "fynbos" of macchia. Ook hier is de bergsport zeer populair. In de valleien tussen de bergketens liggen centra voor fruitteelt en wijnbouw. In de kuststreken liggen mooie stranden en diepe baaien. De enige meer gesloten baai is de Saldanhabaai aan de westkust.
• De Namaqua-hooglanden bestaan uit droge, rotsachtige bergen waar als er genoeg regen valt zeer veel wilde bloemen groeien. Het gebied dat grenst aan Namibië is het Richtersveld.
• De rivier de Limpopo vormt de grens tussen Zuid-Afrika en Zimbabwe. De rivier stroomt in de Limpopo-vallei, een droog savannegebied met open bosland waar veel vee gehouden wordt en waar veel wildparken liggen.
• Het golvende landschap van het Laagveld of Lowveld ligt tussen de voet van de Great Escarpment en de Lemombo bergen in Swaziland, Noord-Natal en Transvaal. Door het hete tropische klimaat in de zomer is hier de teelt van tropisch fruit mogelijk. Hier ligt ook het grootste reservaat van Zuid-Afrika, het Nationaal Krugerpark met bossen en savannen.
• Het Achterland van de zuidoostkust is een gebied van glooiende heuvels en diepe rivierdalen. Het strekt zich uit van Swaziland tot het voormalige Ciskei in het zuiden. Er valt veel neerslag dat door vele rivieren afgevoerd wordt naar de Indische Oceaan.
• Op de grens van Zuid-Afrika en Mozambique in Oost-Transvaal, Swaziland en het noorden van KwaZulu/Natal liggen de Lemombo-bergen. Deze bergketen wordt gekenmerkt door diepe kloven waardoor rivieren naar de Indische Oceaan stromen.
• In het noordelijke KwaZulu/Natal ligt de kustvlakte van Zululand, begroeide zandvlakten met struikgewas. Hier liggen ook vele meren en riviermondingen. In verschillende natuurreservaten leven vele diersoorten.
• Het Zuidelijke Kustplateau strekt zich uit van ze zuidelijkste punt van Afrika tot aan Port Elizabeth. Hier vindt men ook mooie bossen en lagunes.
• De glooiende vlakte tussen de Atlantische Oceaan en het Kaapse Plooiingsgebrgte is het Swartland. Hier wordt veel graan verbouwd.
• De Namib is een woestijn en langs de kusten hiervan stroomt de Benguela Golfstroom. De kustwateren zijn zeer belangrijk voor de visserij van Zuid-Afrika. Verder is het een onherbergzaam gebied.

Tijdens uw bezoek aan Zuid-Afrika zult u zeker één of meerdere natuur- en wildparken bezoeken. Er zijn er momenteel twintig nationale parken verspreid door heel Zuid-Afrika. De parken hebben elk hun eigen specialiteit, bijvoorbeeld de bescherming van zee- en kustgebieden, wetlands, bedreigde diersoorten, bossen, woestijnen en bergen, maar u ziet er ook allerlei minder bedreigde diersoorten, zoals vogels, insecten, reptielen of zeezoogdieren. Het Kruger National Park is het oudste nationale park.
De Big Five is een oude jachtterm voor de dieren die het meest gevaarlijk zijn voor jagers: olifant, neushoorn, buffel, leeuw en luipaard. Een grote kans dat u ze tijdens een game drive zult tegenkomen.

Big Five

Van alle bekende plantensoorten zijn er maar liefst 24.000 soorten in Zuid-Afrika te vinden. Bekende planten die oorspronkelijk uit Zuid-Afrika komen zijn geranium, vuurpijl, fresia, tuber-roos en gladiool. Zuid-Afrika is het land van de Protea of suikerbossie. De koningsprotea is de nationale bloem van Zuid-Afrika met bloemen van 25 centimeter in doorsnee.

Door de grootte van het land en de zeer gevarieerde landschappen is de dierenwereld van Zuid-Afrika zeer rijk en divers. De meeste dieren zijn oorspronkelijk afkomstig uit Oost- en in mindere mate ook van Centraal-Afrika.
In totaal leven hier 400 soorten zoogdieren voor, zoals de leeuw, cheeta, luipaard, jakhals, caracal, serval, hyena, zebra, neushoorn (zowel de witte als de zwarte neushoorn), buffel, gnoe/wildebeest, giraffe, olifant, antiloop, klipdas, nijlpaard, wrattenzwijn, baviaan, springbok, witstaartgnoe, reebokantilope, bergzebra, stokstaartje, zwartvoetkat, spiesbok (oryx) en de dikdik. Er komen in Zuid-Afrika vijf apen- of primatensoorten voor: baviaan, grijze meerkat, groene meerkat en de kleine en grote galago, beiden nachtdieren die altijd in bomen leven en eigenlijk half-apen zijn.
Er leven ongeveer 870 vogelsoorten in Zuid-Afrika, zoals de steppearend, kuifarend, toerako, groene duif, neushoornvogel, baardvogel, buulbuul, bijeneter, vorkstaartscharrelaar, geelsnavel- en roodsnaveltok, korhaan, koritrap, lammergier, Kaapse gier, zwarte arend, reiger, gans, witte pelikaan, flamingo, parelhoender, struisvogel en de wevervogel.

Belangrijke adressen
* Nederlandse ambassade in Zuid-Afrika:
210 Queen Wilhelmina Avenue
0181 New Muckleneuk
Pretoria Zuid-Afrika
Telefoon: 0027 12 425 4500
Fax: 0027 12 425 4511
E-mail:
Website: www.nederlandwereldwijd.nl/landen/zuid-afrika/over-ons/ambassade-in-pretoria

* Zuid-Afrikaanse ambassade in Nederland:
Wassenaarseweg 40
2596 CJ Den Haag
Telefoon: 0031 70 392 4501
Fax: 0031 70 346 0669
E-mail:
Website:
www.zuidafrika.nl

Elektriciteit
StekkerIn Zuid-Afrika wordt gebruik gemaakt van 220/230 volt wisselstroom. Er wordt echter gebruik gemaakt van 3-polige stekkers. In Nederland is deze stekker meestal niet te krijgen (de ANWB heeft ze te koop). Ze zijn te koop in de meeste supermarkten, apotheken, soms benzinestations of andere winkels. Kosten: ongeveer 15 Rand. Het is beter om de stekker niet op de luchthaven te kopen omdat u daar zeker 50 rand voor een stekker betaalt.

De biljetten van de Zuid-Afrikaanse rand

Geldzaken
De Zuid-Afrikaanse munteenheid is de rand, onderverdeeld in 100 cent. Deze valuta is verdeeld in munten van een, twee, vijf, tien, twintig en vijftig cent en in munten van een, twee en vijf rand. Op de Zuid-Afrikaanse bankbiljetten staan de 'Big Five' afgebeeld; op het 10 rand-biljet staat de neushoorn, op het 20 rand-biljet de olifant, op het 50 rand-biljet de leeuw, op het 100 rand-biljet de buffel en het luipaard siert het briefje van 200 rand. Net als in Lesotho en Swaziland, kan ook in de buurlanden Botswana en Namibië met de Zuid-Afrikaanse rand worden betaald.
Creditcards kunnen in Zuid-Afrika worden gebruikt. In Zuid-Afrika kunt u gemakkelijk en efficiënt pinnen. Met een betaalpas met pincode kan bij veel geldautomaten (ATM) geld worden opgenomen. U kunt met uw bank-/pinpas met maestro- of cirrus-teken gebruik maken van geldautomaten (ATM-automaten) met een van deze logo’s. De banken die onze passen in bijna al hun machines accepteren zijn: Absa, Eerste Nationale Bank (First National), Standard Bank en in sommige gevallen ook de Nedbank. Om veiligheidsredenen zijn bankpassen bij de meeste Nederlandse banken standaard op gebruik binnen Europa ingesteld. U zult deze moeten uitbreiden naar 'wereld', om uw pinpas in Zuid-Afrika te kunnen gebruiken. Er wordt aangeraden aan dit voor vertrek te doen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw bank. Laat geen andere mensen meekijken als u pint, want het gebeurt regelmatig dat de pinpas wordt gestolen en voor u uw pas heeft geblokkeerd, blijkt dat de dieven al geld van uw rekening hebben gepind. Opletten dus.

Gezondheid en inentingen
In Zuid-Afrika kunt u zonder vaccinaties veilig reizen. Voordat u naar Zuid-Afrika reist, hebt u geen inenting nodig. Een uitzondering hierop geldt wanneer u eerst in een gele koorts-gebied bent geweest. Inentingen die worden aanbevolen in Zuid-Afrika zijn een vaccinatie tegen DTP (Difterie, Tetanus en Polio) en de vaccinatie tegen hepatitis A (besmettelijke geelzucht).
In het oostelijk deel van Zuid-Afrika, inclusief het Kruger Park, komt malaria voor, vooral van september tot en met mei. Er wordt aangeraden om malariatabletten te gebruiken. Lariam, malarone of doxycycline worden aangeraden om te gebruiken. Wat westelijker is een gebied waar wel malaria voorkomt, maar malariatabletten niet worden aanbevolen. Anti-muggen maatregelen zijn belangrijk in beide delen van Zuid-Afrika, in alle jaargetijden. De kans op malaria wordt verminderd door kleding te dragen met lange mouwen en broekspijpen. Ook een insectenwerend middel met deet is aan te raden, net het gebruik van een klamboe. Tijdens het maken van verre reizen kunnen maag- en darmklachten voorkomen. Neem een voorraadje diarreeremmers mee.
Drink nooit kraanwater. Om uitdroging te voorkomen, is het belangrijk dat u zorgt dat u altijd voldoende water drinkt, 2 tot 3 liter per dag. ORS zorgt dat u voldoende suikers en zout binnenkrijgt, wat maakt dat u zich snel wat beter zult voelen, als u last van diarree heeft.

Grensdocumenten
Uw paspoort moet minstens een maand (dertig dagen) na uw vertrek uit Zuid-Afrika geldig zijn. Als u ook een bezoek brengt aan Lesotho en/of Swaziland moet het paspoort nog zes maanden geldig zijn. Als toerist met de Nederlandse nationaliteit, mag u maximaal drie maanden (negentig dagen) in Zuid-Afrika verblijven zonder dat u een visum hoeft aan te vragen. Uw paspoort dient minimaal twee lege pagina’s naast elkaar te bevatten. Aangeraden wordt om een kopie van uw paspoort mee op reis te nemen en deze apart te bewaren van uw paspoort.

Tijdsverschil
In onze zomer (dit is de Zuid-Afrikaanse winter) is er geen tijdverschil, in onze winter (de Zuid-Afrikaanse zomer) is het 1 uur later in Zuid-Afrika. Er is dus geen sprake van een jetlag bij de vluchten tussen Zuid-Afrika en Nederland.

 

Volg JTravel op Facebook, Instagram, Twitter, Pinterest en Bloglovin’.

 

Bewaar op Pinterest


Hier lees je informatie over Zuid-Afrika, zoals de taal, geschiedenis, klimaat, geldzaken, grensdocumenten, bevolking en klimaat. Meer lezen doe je hier. Lees je mee? #zuidafrika #informatie #jtravel #jtravelblog

 

Deel dit artikel: